Hilversum

Selecteer Pagina

Toetsscores van basisscholen in Hilversum verschillen sterk per wijk

Toetsscores van basisscholen in Hilversum verschillen sterk per wijk

Leerlingen van groep 8 maken jaarlijks de doorstroomtoets. In Hilversum lopen de gemiddelde scores per wijk sterk uiteen.

De gemeente Hilversum wil dat het niet uitmaakt in welke wijk een kind opgroeit. Toch laten cijfers van DUO zien dat de wijk wél verschil maakt voor de toetsscores van basisscholen. In het Centrum scoren scholen veel hoger dan in Noord en Kerkelanden. Maar het verschil hangt niet alleen af van het opleidingsniveau van een wijk, en juist binnen Noord zijn de verschillen het grootst. “Daar zou ik echt goed in moeten duiken”, zegt beleidsregisseur onderwijs Hilda Visser. “Anders ga ik dingen zeggen die niet kloppen.”

Kansengelijkheid is op dit moment een belangrijk thema in Hilversum. In de Hilversumse Educatieve Agenda 2024-2027 schrijft de gemeente dat het niet mag uitmaken in welke wijk je woont of welke opleiding je ouders hebben. Ook in de gemeentebegroting voor 2026 is geld opgenomen om scholen en kinderopvang dichter bij elkaar te brengen. Tegen die achtergrond is het opvallend dat de verschillen tussen wijken in de data nog steeds groot zijn.

In het Centrum scoren basisscholen gemiddeld ruim 83 punten op de IEP-doorstroomtoets. Die toets gaat van 50 tot 100 punten. In Kerkelanden is het gemiddelde ongeveer 75 punten. In Noord is dat ongeveer 68 punten. De scores per school komen van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en zijn voor iedereen te vinden via AlleCijfers.nl.

Op het eerste gezicht past dit bij het opleidingsniveau van de wijk. In het Centrum heeft 52 procent van de bewoners een hbo- of wo-diploma. In Kerkelanden is dat 28 procent en in Noord 33 procent. Die cijfers komen van het CBS en ABF Research. Ze staan op het dashboard Hilversum in Cijfers (2024).

De cijfers zijn ingewikkelder dan ze lijken

Toch klopt dat verband niet helemaal. Kerkelanden heeft het laagste aantal hoogopgeleide bewoners (28 procent). Maar de scholen daar scoren gemiddeld hoger dan in Noord, waar meer mensen hoogopgeleid zijn (33 procent). Ook Boomberg past niet in het simpele plaatje: die wijk heeft met 61 procent het hoogste opleidingsniveau van Hilversum, maar de scholen daar scoren niet hoger dan in het Centrum.

Het grootste verschil zit bovendien niet tussen wijken, maar binnen één wijk. In Noord staat een school met een gemiddelde van 77,6 punten vlak bij een school met 57,4 punten. Dat is ruim twintig punten verschil. Dat verschil binnen één wijk is groter dan het verschil tussen de wijkgemiddelden, dat ongeveer vijftien punten is. Het is dus te makkelijk om te zeggen dat een rijke wijk vanzelf goede scores oplevert.

Hilda Visser werkt bij de gemeente Hilversum. Zij houdt zich bezig met het beleid voor kinderen met een achterstand. Ze wil het verschil niet zomaar verklaren. “Dat durf ik voor deze twee wijken niet te zeggen. Dan geef ik misschien informatie die later niet klopt.” Wel noemt ze een mogelijke reden voor verschillen binnen een wijk. “Dat kan te maken hebben met de opbouw van de wijk. Je hebt soms één school met veel achterstanden en een andere school waar dat niet speelt. De groep kinderen is anders. En soms kiezen ouders ook heel bewust voor een bepaalde school.”

Niet de school, maar de thuissituatie

Volgens Visser ligt het lagere niveau vaker aan de thuissituatie dan aan de school zelf. “Als er geldproblemen zijn, is er vaak veel stress in huis. En als je veel stress hebt, kun je niet altijd goed leren.” Ook taal speelt een rol. Kinderen die later naar Nederland komen, missen soms een paar jaar school. Daarna moeten ze ook nog een nieuwe taal leren. “Nederlands is niet echt een makkelijke taal.”

De gemeente probeert die achterstanden kleiner te maken. Daarvoor krijgt ze geld van het Rijk. Scholen met veel kinderen met een achterstand krijgen meer geld. “Dat noemen we ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren”, zegt Visser. Het geld gaat vooral naar de jongste kinderen. Dat zijn peuters en kleuters. “Je ziet vaak dat het niet in een paar jaar goed komt. Die groei zie je pas in groep 6 of 7 beter terug.”

Eén toets is een momentopname

Visser waarschuwt ook om scholen niet te snel met elkaar te vergelijken. “Dat is maar één momentopname. Daar moet je voorzichtig mee zijn.” Er is nog iets. Niet alle scholen gebruiken dezelfde toets. Sommige scholen in Hilversum gebruiken de LIB-toets. Die werkt anders dan de IEP-toets. Daardoor kun je de scores niet altijd goed vergelijken. De gemeente bepaalt niet welke toets een school kiest. “Daar gaat de inspectie over.”

Hilversum staat bekend als een rijke gemeente met veel vwo-leerlingen. Verbergt dat de problemen in sommige wijken? Volgens Visser niet. “Nee, dat hebben we wel goed in beeld. Onder die vwo-groep zit ook een hele andere, grote groep.”

De resultaten passen bij een landelijk beeld. Uit de Staat van het Onderwijs 2024 van de Onderwijsinspectie blijkt iets opvallends. Kinderen van ouders met een lagere opleiding krijgen vaak een lager schooladvies. Ook als hun toetsscore hetzelfde is. Of dat in Hilversum ook zo is, weet Visser niet zeker. “Ik denk van wel, maar ik kan het niet met cijfers bewijzen.” Voor haar is één ding belangrijk: het probleem moet op de agenda blijven. “We moeten blijven investeren. En dit altijd op de politieke agenda houden.”

Over de auteur

Sümeyye Gürkan

Sümeyye Emine Gürkan (2004) is student aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Ze koos voor de opleiding omdat ze mensen een stem wil geven die zelf vaak geen kans krijgen om gehoord te worden. Haar journalistieke interesse ligt bij cultuur, mensenrechten en bredere maatschappelijke thema’s, onderwerpen waarin ze zich graag verder wil verdiepen en ontwikkelen. Naast haar studie speelt ze viool en laat ze zich inspireren door muziek, cultuur en verhalen die verbinden.