Leidsche Rijn

Selecteer Pagina

Utrecht laat afwijkend patroon zien in suïcidecijfers 

Utrecht laat afwijkend patroon zien in suïcidecijfers 

Bron: Wik van Berlo

Uit het recent verschenen factsheet van de GGD Utrecht, waarin alle cijfers rondom zelfdoding in de periode 2018 tot en met 2024 zijn gebundeld, blijkt dat Utrecht op een aspect afwijkt van het landelijke beeld. Waar in Nederland de meeste fatale zelfdodingen plaatsvinden in de lente, worden in Utrecht juist de meeste suïcides geregistreerd in de herfst. 

De is lente landelijk de moeilijkste periode voor mensen die worstelen met suïcidale gedachten. Terwijl de wereld om hen heen tot bloei komt, blijft hun eigen situatie vaak onveranderd donker. Utrecht wijken de cijfers af. Hier vinden de meeste zelfdodingen namelijk plaats in de herfst. 


Sanne Leenen is coördinator bij 113 Zelfmoordpreventie en heeft geen duidelijke verklaring, maar vermoedt dat de grote studentenpopulatie meespeelt. ‘Utrecht is een studentenstad,’ zegt ze. ‘In september begint het nieuwe studiejaar en dat brengt allerlei uitdagingen met zich mee.’ De prestatiedruk die veel studenten ervaren kan invloed uitoefenen. Daarnaast zijn er de sociale verwachtingen. ‘Studenten die moeite hebben aansluiting te vinden bij medestudenten of zich niet thuis voelen binnen een vereniging kunnen zich geïsoleerd voelen’, stelt Leen. ‘Deze periode kan extra eenzaam zijn wat hen kwetsbaarder maakt voor mentale problemen.’ 

Net als landelijke is er in Utrecht een stijging van het aantal zelfdodingen en suïcidepogingen onder jongvolwassenen, met name onder jonge vrouwen. Tegelijkertijd blijft het hoogste aantal zelfdodingen bij mannen van middelbare leeftijd die een vorm van verlies hebben meegemaakt, zoals het verlies van werk, inkomen, een relatie of een dierbare. Hoewel deze groep nog altijd het grootste risico loopt, is daarin de afgelopen jaren wel een lichte daling zichtbaar. Ook binnen de LHBTIQ+-gemeenschap ligt het risico op suïcidaliteit relatief hoog. 

Nieuwe wet legt regie bij gemeenten
Niet alleen de cijfers vragen om aandacht, ook op beleidsniveau verandert er veel. Recent is een wet aangenomen die gemeente verplicht om suïcidepreventie beleid te ontwikkelen. Utrecht heeft 113 Zelfmoordpreventie gevraagd voor ondersteuning. Sanne is naast coördinator van 113 ook projectleider van De Landelijke Agenda Suïcidepreventie. Dit is een vijfjarig plan om suïcide en suïcidepogingen in Nederland terug te dringen. 

Volgens Leenen ligt de belangrijkste taak van gemeenten in het verbinden van bestaande initiatieven. Er ontbreekt overzicht. ‘Er zijn veel organisaties actief bezig met suïcidepreventie, maar ze weten elkaar niet altijd te vinden,’ zegt ze. De gemeente kan actief dienen als een centrale schakel tussen verschillende partijen, zoals studieverenigingen, sportclubs, sociale wijkteams en de geestelijke gezondheidszorg. Door deze organisaties met elkaar te verbinden, ontstaat een netwerk waarin signalen sneller worden opgepikt. Gemeenten staan dicht bij inwoners en kunnen in kaart brengen op welke momenten in het leven mensen extra kwetsbaar zijn. ‘De adolescentieperiode is vaak gevoeliger,’ legt Leenen uit. ’Het belangrijk dat er rondom onderwijs goede samenwerkingen bestaan.’ Maar mensen die een scheiding doormaken, geldzorgen hebben of geconfronteerd worden met andere ingrijpende veranderingen lopen ook een verhoogd risico. 

Effectief preventiebeleid richt zich naast het individu ook op de omgeving. Zichtbaarheid speelt hierin een rol. Professionals, familieleden, vrijwilligers en andere betrokkenen kunnen getraind worden om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan. Ook kan extra aandacht worden besteed aan specifieke risicogroepen.  

Voor de uitvoering van het nieuwe beleid ontvangt de gemeente Utrecht 261.000 euro. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) noemt dit het ‘minimale scenario’. Met deze middelen kan Utrecht de coördinerende en verbindende rol vervullen maar blijft er weinig ruimte over om nieuwe projecten op te zetten of bestaande partners financieel te ondersteunen. 

Doorbreken van het taboe
Medewerkers van 113 merken hoe moeilijk het voor veel mensen is om te praten over suïcidale gedachten. Mensen die contact opnemen met de hulplijn geven regelmatig aan dat zij hun gevoelens niet kunnen delen met vrienden, familie of collega’s. Het verminderen van taboe vormt daarom een belangrijk onderdeel van preventie. Veel mensen schrikken terug voor gesprekken over zelfdoding. ‘Men denkt bij gedachten aan zelfdoding nog te snel dat er meteen een crisisdienst nodig is’, een misvatting volgens Leenen. ‘Niet iedere vorm van suïcidaliteit vraagt direct om intensieve GGZ-zorg. In veel gevallen kan een gesprek al bijdragen aan verlichting van de problemen en voorkomen dat iemand verder in isolement raakt.’ Dit heet universele preventie: het vergroten van algemene bewustwording en het normaliseren van gesprekken over mentale gezondheid. Door het onderwerp bespreekbaar te maken, wordt de drempel om hulp te zoeken lager. Daarbij draagt dit bij aan het verminderen van de druk op de reguliere geestelijke gezondheidszorg. 

Verbreding van de aanpak
Hoewel Utrecht al veel investeert in suïcidepreventie, ligt de nadruk vooral op jongeren. Binnen de jeugdzorg is in samenwerking met de GGZ een speciaal kernteam suïcidepreventie opgezet dat werkt aan een multidisciplinair vangnet voor jongeren met psychische problemen. ‘Het zou een mooie stap zijn als dat wordt uitgebreid naar volwassenen en jongvolwassenen, dus eigenlijk gewoon alle leeftijden’, verteld Leenen. Want hoewel het belangrijk is dat jongeren veel aandacht krijgen binnen het huidige beleid, vormen zij niet de groep waarin relatief de meeste zelfdodingen plaatsvinden. Dat blijven mannen van middelbare leeftijd die te maken krijgen met verlieservaringen zoals een scheiding, werkloosheid of het overlijden van een dierbare. Ook onder ouderen van 65 jaar en ouder liggen de cijfers relatief hoog. Tegelijkertijd verdienen jongvolwassen vrouwen en de LHBTIQ+-gemeenschap extra aandacht vanwege de stijging van het aantal suïcidepogingen en de verhoogde kwetsbaarheid binnen deze groepen. 

De Utrechtse cijfers laten zien dat suïcidaliteit een onderwerp van gesprek moet blijven en vraagt om universele preventie. 

 

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl. Deze hulpdienst is dag en nacht bereikbaar. 

 

Over de auteur

Wikki van Berlo

Wik van Berlo (2001) heeft een brede interesse en houdt zich bezig met uiteenlopende onderwerpen. Naast zijn opleiding journalistiek schrijft hij graag. Literatuur, filosofie, psychologie en theater boeien hem enorm en hij legt ook graag verbanden tussen deze disciplines. Momenteel doet Wik verslag van Leidsche Rijn. Hier mag hij zijn ervaringen als journalist opdoen. Sociale kwesties komen regelmatig terug in zijn werk. Met veel aandacht voor de burger, gemarginaliseerde groepen en onderbelichte onderwerpen. Nuance staat hoog in zijn vaandel en zijn ambitie ligt bij de onderzoeksjournalistiek.