Leidsche Rijn

Selecteer Pagina

Toerismecijfers in Utrecht dalen licht, terwijl Amsterdam blijft groeien

Toerismecijfers in Utrecht dalen licht, terwijl Amsterdam blijft groeien

UTRECHT – De toerismecijfers van Utrecht laten sinds 2023 een lichte daling zien. Daarmee wijkt de ontwikkeling af van Amsterdam, waar het aantal bezoekers ondanks ontmoedigingsmaatregelen blijft groeien. Volgens de gemeente Utrecht past deze ontwikkeling binnen een strategie die zich richt op kwalitatieve en duurzame groei in plaats van maximale bezoekersaantallen.

Nieuwe indexcijfers, waarbij 2012 als basisjaar (100) geldt, laten het verschil tussen beide steden duidelijk zien. Utrecht bereikte in 2023 een piek met een indexscore van 223, mede dankzij een sterke toename van binnenlandse toeristen na de coronapandemie. Vervolgens daalde de index naar 202 in 2024 en 190 in 2025. Amsterdam laat juist een gestage stijging zien: van 154 in 2023 naar 162 in 2024 en 166 in 2025.

Volgens Dian van Rijn, marketingcoördinator Utrecht en Partners, is dat verschil goed te verklaren. “Amsterdam is een bestemming met een wereldwijde aantrekkingskracht, vergelijkbaar met steden als Parijs en Londen. De vraag naar de stad blijft groot, ook wanneer er maatregelen worden genomen om toerisme te beperken.”

Amsterdam voerde de afgelopen jaren verschillende maatregelen in om de druk op de binnenstad te verminderen, zoals strengere regels voor hotels en campagnes die bepaalde bezoekersgroepen ontmoedigen. Toch blijven de bezoekersaantallen groeien. Volgens Van Rijn laat dat zien dat de internationale aantrekkingskracht van de hoofdstad moeilijk te beïnvloeden is.

Utrecht bevindt zich in een andere positie. De sterke groei in 2023 werd voor een belangrijk deel veroorzaakt door Nederlandse toeristen die na de coronaperiode vaker een stedentrip in eigen land maakten. Nu buitenlandse vakanties weer vanzelfsprekend zijn geworden, neemt dat effect af. De internationale markt groeit wel, maar minder snel dan de binnenlandse markt destijds deed.

Zakelijke markt verandert
Naast de afname van het binnenlandse recreatieve toerisme speelt ook de zakelijke markt een rol. Sinds 2023 is het aantal zakelijke overnachtingen en congressen in Utrecht teruggelopen. Bedrijven organiseren vaker online bijeenkomsten of kiezen voor locaties buiten de Randstad, waar de kosten lager liggen.

Hoewel het aantal buitenlandse recreatieve overnachtingen in Utrecht licht stijgt, is die groei nog onvoldoende om de afname van zakelijke bezoekers en Nederlandse dagtoeristen volledig op te vangen. Hierdoor laten de totale bezoekerscijfers een lichte daling zien.

Andere manier van kijken naar succes
De gemeente ziet deze ontwikkeling echter niet als een mislukking van haar toeristische beleid. Waar veel steden sturen op groei van het aantal bezoekers, richt Utrecht zich vooral op de economische en maatschappelijke waarde die toerisme oplevert.

Dat betekent dat niet alleen het aantal bezoekers belangrijk is, maar ook hoe lang zij blijven, hoeveel zij besteden en hoe toerisme bijdraagt aan de leefbaarheid van de stad. Volgens Van Rijn past een beperkte groei of zelfs een lichte daling van bezoekersaantallen binnen die visie, zolang de kwaliteit van het toerisme behouden blijft.

Ook de hotelsector laat volgens de gemeente een stabiel beeld zien. De gemiddelde bezettingsgraad ligt rond de 74 procent, wat als gezond wordt beschouwd. Daarnaast is een deel van de afname in hotelovernachtingen te verklaren door een lichte daling van de beschikbare hotelcapaciteit, onder meer door het verdwijnen van enkele tijdelijke accommodaties.

Focus op de regio
Voor de komende jaren wil Utrecht de concurrentie met Amsterdam niet aangaan op het gebied van bezoekersaantallen. In plaats daarvan zet de gemeente in op regiomarketing en het verlengen van de verblijfsduur van bezoekers.

Toeristen worden gestimuleerd om Utrecht te gebruiken als uitvalsbasis voor bestemmingen in de regio, zoals de Utrechtse Heuvelrug en Kasteel de Haar. Op die manier wil de gemeente de economische opbrengsten van toerisme spreiden en tegelijkertijd de druk op de binnenstad beperken.

De verschillen tussen Utrecht en Amsterdam laten zien dat steden verschillende keuzes kunnen maken in hun toeristisch beleid. Waar Amsterdam ondanks maatregelen blijft groeien door zijn internationale aantrekkingskracht, kiest Utrecht bewust voor een model waarin kwaliteit, spreiding en leefbaarheid een grotere rol spelen dan het realiseren van steeds hogere bezoekersaantallen.

Voor de gemeente is de lichte daling van de toerismecijfers dan ook niet alleen een statistische ontwikkeling, maar vooral een aanleiding om vast te houden aan een langetermijnstrategie waarin de waarde van toerisme belangrijker is dan de omvang ervan.

Over de auteur

Nikki Haaima

Mijn naam is Nikki Haaima (23) en ik studeer Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Hiervoor heb ik havo gedaan en heb ik gestudeerd aan Hogeschool Inholland in Haarlem. Mijn grootste interesse ligt bij reizen en het buitenland, maar op dit moment richt ik me vooral op het schrijven over evenementen en lokale gebeurtenissen in Leidsche Rijn, Vleuten en de Meern.