Leidsche Rijn

Selecteer Pagina

Hoe dalende cijfers van uithuisplaatsingen de werkelijke situatie in de Utrechtse jeugdzorg verhullen

Hoe dalende cijfers van uithuisplaatsingen de werkelijke situatie in de Utrechtse jeugdzorg verhullen

Het aantal uit huis geplaatste kinderen daalt al jaren in de Domstad.

UTRECHT – De daling van het aantal uithuisplaatsingen lijkt op papier een succes van het jeugdzorgbeleid. Lokale hulpverleners en experts waarschuwen echter dat deze daling niet los kan worden gezien van lange wachtlijsten, hoge systeemdruk en knelpunten in de praktijk.

In zowel de landelijke als de Utrechtse jeugdzorg is de visie ‘Zo thuis mogelijk opgroeien’ inmiddels de standaard. Volgens Harmke Bergenhenegouwen, expert op het gebied van het voorkomen van uithuisplaatsingen bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), is dit een noodzakelijk kantelpunt. ‘Een uithuisplaatsing is ingrijpend en heeft impact voor de rest van je leven,’ stelt de expert. Zij kaart hiermee ook de overmedicalisering van kinderen aan, waarbij de focus te snel ligt op het diagnosticeren en labelen van het kind. ‘Het gedrag van een kind is vaak een reactie op de omgeving, zoals financiële stress of ruzies tussen ouders. Daar moet de hulp heen.’

De wijkteams in de Domstad brengen deze visie dagelijks in de praktijk. Jeugdhulpverlener Manja Thomas benadrukt dat zij systemisch en hulpvraaggericht werkt. Bij de kennismaking met een gezin vraagt zij naar de geldende normen en waarden binnen het gezin, ook onderlinge relaties komen aan bod. Volgens zowel Thomas als Bergenhenegouwen draagt ons steeds individualistischere bestaan bij aan het escaleren van de problematiek, omdat ouders minder snel kunnen terugvallen op een sociaal vangnet zoals vroeger het geval was. Hoewel die ouderlijke problematiek vaak ten grondslag ligt aan het gedrag van een kind, is het nu juist het kind dat uit huis wordt geplaatst. Thomas vult aan, ‘Soms denk ik: zouden we de ouders niet even uit huis moeten plaatsen om ze te leren opvoeden, terwijl het kind in de vertrouwde omgeving blijft?’

Overmedicalisering
Het grootste obstakel binnen deze nieuwe visie is de hardnekkige cultuur van overmedicalisering. Bergenhenegouwen schetst het zogeheten ‘ADHD-weggetje’ dat in de praktijk veelvuldig wordt bewandeld. Wanneer een kind op school druk gedrag vertoont, wordt er door docenten al snel aan ADHD gedacht. De huisarts stuurt vervolgens aan op een diagnostisch onderzoek, waardoor het kind in een medische molen belandt.

Volgens Bergenhenegouwen ligt de werkelijke oorzaak van het gedrag echter vaak extern, zoals financiële stress, ruzies tussen de ouders of een onverwerkt trauma. Dit medische pad wordt in de praktijk vaak gekozen omdat er te weinig wordt gekeken naar de gehele context van hoe het er binnen een gezin aan toegaat. Het is immers makkelijker om een diagnose te stellen dan dat je ouders aanspreekt op hun gebreken.

Thomas herkent deze route en stelt dat haar wijkteam om die reden bewust geen diagnoses afneemt. Zij ziet dat een medisch label door ouders regelmatig wordt gebruikt als een ‘toverstafje’. Een pasklare oplossing waarbij de verantwoordelijkheid volledig bij het kind wordt gelegd. Ouders eisen dat het kind verandert, terwijl de opvoedstijl of de dynamiek thuis het eigenlijke probleem vormen. Deze vorm van overmedicalisering zorgt in de praktijk voor een passieve houding bij ouders, omdat een officiële diagnose hen ontslaat van de noodzaak om zelf eens met de thuissituatie aan de slag te gaan.

Wachtlijsten en verhullende cijfers
Ondanks het gedeelde doel om kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien, stuiten jeugdzorgwerkers in de praktijk op obstakels. Thomas bestempelt de dalende statistieken van het aantal uithuisplaatsingen dan ook deels als een schijnsucces. Volgens haar worden kinderen simpelweg niet meegeteld zolang ze op een wachtlijst staan. ‘De route naar de Jeugdbescherming duurt tegenwoordig gemiddeld negen maanden. In die tijd escaleert het thuis soms volledig,’ aldus de jeugdhulpverlener. Bergenhenegouwen bevestigt dat het beklimmen van deze escalatieladder uiteindelijk zorgt voor een stijging van het aantal acute crisisuithuisplaatsingen die hulpverleners dwingt regelmatig uit te wijken naar snelle, alternatieve tussenoplossingen.

Het probleem ligt volgens Thomas overigens niet aan een, vaak genoemd, gebrek aan financiële middelen in de sector maar aan de verdeling daarvan. Zij ziet dat budgetten regelmatig door zorgaanbieders worden geïncasseerd voor uren aan specialistische hulp die in de werkelijkheid nooit bij het kind terechtkomen.

De doorstroom op de groepen
De gevolgen van deze escalaties en wachtlijsten slaan direct op de praktijk. Dat blijkt onder andere uit cijfers die staatssecretaris Tielen aan de Tweede Kamer heeft gemeld. Tussen 2015 en 2024 is de gemiddelde duur van jeugdhulp aan thuiswonende jongeren met 36 procent gestegen, van gemiddeld 297 naar 403 dagen. Omdat het beleid voorschrijft dat uithuisplaatsingen voorkomen moeten worden, wordt er in de thuissituatie vaak zo lang mogelijk doorgegaan met ambulante hulpverlening tot de situatie onhoudbaar is.

Woongroepbegeleider Koen Halderman snapt en deelt bovendien de gedachte achter die intensieve gezinshulp, maar waarschuwt voor de gevolgen in de praktijk. Doordat hulp aan huis ook bij gebrek aan alternatieve plekken te lang worden opgerekt, wordt er vaak te lang gewacht met een noodzakelijke uithuisplaatsing.

Het directe gevolg is dat deze zwaardere crisiscasussen vervolgens op de reguliere woongroepen belanden. Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 worden gesloten instellingen immers landelijk in rap tempo afgebouwd. Omdat de reguliere woongroepen juist een plek horen te zijn waar kinderen in een stabiele veilige situatie zitten, zorgen deze zware crisisgevallen geregeld voor frictie op de groep. Tegelijkertijd merkt Halderman dat de doorstroom vanuit de groepen naar zelfstandig of begeleid wonen volledig vastloopt vanwege een tekort aan plekken. Het belemmeren van de doorplaatsing zorgt bovendien dat jongeren op een verkeerde plek blijven hangen of zelfs op straat komen te staan wanneer hun jeugdhulp door het ouder worden niet meer kan worden verlengd.

De noodzaak van een verklarende analyse
Om de match tussen het kind en de geboden zorgvorm te verbeteren, pleit Bergenhenegouwen voor de ‘verklarende analyse’. Dit is een methode waarbij diepgaand wordt gezocht naar de echte oorzaak van de problematiek van een kind, voordat er een besluit wordt genomen waar het kind heen moet. ‘Zonder een goede match wordt een kind steeds weer doorgeplaatst, wat schadelijk is,’ waarschuwt de expert. Omdat jeugdhulp met verblijf uit uiteenlopende vormen bestaat, zoals onder andere pleeggezinnen en woongroepen, is zo’n analyse van groot belang om de behoefte van het kind af te stemmen op de juiste zorgvorm en zo te bepalen waar hij het best heen kan gaan.

Voor Thomas ligt een deel van de oplossing daarnaast bij de wettelijke verantwoordelijkheid van de ouders. Zij ervaart het als een groot knelpunt dat ouders hulp kunnen weigeren terwijl een traject loopt en de situatie verslechtert. ‘Als je niet wilt meewerken aan de veiligheid van je kind, zou daar een consequentie tegenover moeten staan. Nu belandt het kind op een lijst en gebeurt er te weinig tot het aan de beurt is.’

Hoewel de dalende statistieken op papier een afname van het aantal uithuisplaatsingen binnen de Utrechtse jeugdzorg suggereren, laten de aanhoudende overmedicalisering en de stijgende zorgduur aan huis een andere kant van de medaille zien. De afname in de cijfers weerspiegelt geen daling in zorgbehoefte, maar geeft weer hoe de druk zich heeft verplaatst binnen een systeem.

 

Over de auteur

Sara Berkhout

Sara Elena Berkhout (Den Haag, 13 november 2000) groeide op als jongste van zes kinderen, waar ze zowel haar gevoel voor verbondenheid als haar Haagse directheid ontwikkelde. Ze rondde een muziekopleiding af, waarna ze zich richtte op haar journalistieke interesse in verhalen achter het nieuws. Een reis naar Kenia in 2016 versterkte haar fascinatie voor humanitaire thema’s en de waarde van persoonlijke verhalen.