Voor miljoenen reizigers is Booking.com vooral een handig platform om snel een hotel, appartement of vakantiewoning te vinden. Maar volgens Amnesty International schuilt achter dat gemak een ongemakkelijke vraag: wat als een accommodatie wordt aangeboden in een illegale Israëlische nederzetting in bezet Palestijns gebied?
Amnesty begon op 4 juli in Amsterdam een actieweek tegen Booking.com. Daarmee roept de organisatie het accommodatie platform op om te stoppen met het aanbieden van accommodaties in die nederzettingen. Volgens Amnesty normaliseert Booking.com daarmee niet alleen toerisme in bezet gebied, maar draagt het bedrijf ook financieel bij aan een systeem waarin Palestijnen worden verdreven of uitgesloten.
De kwestie draait om meer dan één boekingssite. In mei 2024 werd bekend dat Nederlandse aanklagers een strafklacht tegen Booking.com bestuderen. Mensenrechtenorganisaties beschuldigen het bedrijf ervan te profiteren van verhuur op land dat volgens hen van Palestijnen is afgenomen. Booking.com ontkent de aantijgingen en stelt dat er geen wetten zijn die zulke listings verbieden.
Volgens onderzoeker mr. dr. Nicky Touw, die promoveerde op toegang tot bewijs bij mensenrechtenschendingen door bedrijven, is juist bewijs vaak een groot probleem in dit soort zaken, omdat “de meeste informatie zich binnen de controle van de multinationale onderneming bevindt”.
Daarmee raakt de actie aan een bredere spanning: morele verantwoordelijkheid is niet hetzelfde als juridische aansprakelijkheid. Amnesty wil dat Booking.com verantwoordelijkheid neemt, terwijl de juridische vraag ingewikkelder is: wat wist het bedrijf, waaraan verdient het precies, en wanneer wordt faciliteren ook bijdragen?
Voor consumenten blijft vooral een ongemakkelijk dilemma over. Een vakantie boeken lijkt een persoonlijke keuze, maar kan volgens mensenrechtenorganisaties verbonden zijn aan veel grotere politieke en juridische kwesties.
