Bijna de helft van de brommobielbestuurders in Amsterdam kent de verkeersregels niet. Dit blijkt uit het recente onderzoeksrapport van de Vervoerregio Amsterdam en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Waar de publieke opinie het gedrag van voertuigen zoals de Birò of Opel Rocks-e vaak wegzet als asociaal, tonen de data een structureel veiligheidsprobleem.
De cijfers leggen de exacte motieven van de bestuurders bloot. 45% van de ondervraagden vindt de geldende regelgeving onduidelijk. 39% van de rijders kiest uit angst voor de rijbaan posities op het fietspad. Zestienjarige bestuurders ervaren acute stress op drukke 50- of 80-kilometerwegen wanneer zij te maken krijgen met bumperklevende bussen of toeterende automobilisten. Dit weggedrag van grotere voertuigen dwingt de brommobiel psychologisch naar het fietspad.
Verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen wijst op de dwingende rol van navigatietechnologie bij deze verkeersfouten. Veel verkeersdeelnemers vertrouwen blindelings op de instructies van hun navigatiesysteem en gaan ervan uit dat deze informatie correct is. Wanneer een app de instructie geeft om linksaf te slaan, volgt de bestuurder deze op, ook als die route direct naar een fietspad leidt waar het voertuig wettelijk niet mag rijden. Dit verklaart een significant deel van de overtredingen.
Het onderzoeksrapport en Tertoolen identificeren fundamentele institutionele oorzaken voor deze situatie. Ten eerste sluit de rijopleiding niet aan op de voertuigen. Voor het besturen van een vierwielige, overdekte brommobiel volstaat het reguliere AM-scooterexamen. Bestuurders leren balanceren op een tweewieler, maar krijgen geen training in spiegelen, het inschatten van voertuigbreedte of rijbaanpositionering voor vierwielers. Bestuurders hebben vrijwel geen basis om een auto te besturen en hebben nooit een adequaat rijexamen afgelegd voor dit type voertuig. Ten tweede ontbreekt specifieke softwareondersteuning. Techbedrijven zoals Google Maps weigeren een brommobiel-stand in hun navigatie-apps te integreren. Ruim de helft van de bestuurders gebruikt daarom de autostand, waardoor de systemen hen naar de ringweg A10 of provinciale 80-wegen dirigeren. Dit resulteert in panieksituaties waarbij rijders, geconfronteerd met vrachtwagens en tractoren, spookrijdend naar het fietspad uitwijken.
Deze vroege deelname aan het grotere verkeer door zestien- en zeventienjarigen kent een dubbelzijdige psychologische dynamiek. De vroege instroom is positief omdat jongeren vroegtijdig rijervaring opdoen die nuttig is voor hun latere transitie naar een reguliere auto. Tegelijkertijd vormen deze ongetrainde bestuurders door het gebrek aan een juist rijexamen ook een risico op de openbare weg.
Als oplossing stelt de Vervoerregio Amsterdam een formele naamswijziging voor. De oude term ‘brommobiel’ moet wijzigen in ‘microauto’. Deze taalkundige aanpassing moet de sociale norm verschuiven, zodat de bestuurder zich conformeert aan de rijbaan en de automobilist het voertuig accepteert als volwaardige deelnemer. Tot de wetgeving, navigatiesystemen en rijopleidingen zijn aangepast, zullen er volgens Tertoolen dus nog moeilijkheden blijven bestaan met de brommobiel.