De evolutie van street art

De evolutie van street art

In de Aardbeistraat in Ondiep, Utrecht, maakten graffiti-artiesten van de muur een openluchtgalerie nadat bekend werd dat de straat tegen de vlakte ging. Bron: Flickr

Op muren, onder viaducten en op de zijkanten van verlaten gebouwen over de hele wereld verschijnt een nog onbekende visuele taal: street art. Wat decennia geleden begon als een ondergrondse uiting van jeugdige dwarsheid en territoriale markeringen, is uitgegroeid tot een kunstvorm die musea, beleidsmakers en zelfs stedelijke overheden serieus nemen. De verschuiving van subcultuur naar erkende kunstpraktijk zegt niet alleen iets over de kunst zelf, maar ook over hoe we als samenleving betekenis geven aan onze openbare ruimtes, onze identiteit en onze regels.

Street art ontstond vanuit een tegencultuur. In de jaren zeventig en tachtig gebruikten graffiti-writers spuitbussen om hun namen, tekens en beelden ongezien op treinen en muren achter te laten, vaak illegaal, altijd op eigen risico. De eerste generaties kunstenaars zagen hun werk als een daad van zichtbaarheid in een stad die hen anders niet erkende. Tags, throw-ups en murals waren tekens van autonomie en aanwezigheid. Maar langzaam begon dat beeld te verschuiven. Buitenstaanders werden gezien, de muren gingen spreken tot een breder publiek, en nieuwsgierigheid veranderde in waardering.

Die waardering is in hogere mate zichtbaar geworden door instituten als het STRAAT Museum in Amsterdam. Volgens Alex Pope, educator bij STRAAT, is de missie van het museum niet simpelweg conservatie of verheerlijking, maar vooral toegankelijkheid en context: “Wij proberen met onze collectie een goed beeld te geven van de internationale street art-beweging en deze toegankelijk te maken voor een breed publiek, ook voor mensen die een afstand voelen tot de kunstvorm. We willen die afstand verkleinen en de verhalen achter de cultuur meegeven.” In de collectie van het museum hangen meer dan 180 werken van makers met een duidelijke link naar werk in de publieke ruimte, van pioniers uit de Amerikaanse graffiti-scene tot kunstenaars die een traditionele kunst- of academische route hebben gevolgd.

Pope benadrukt dat STRAAT zich bewust is van de paradox van street art in museale context: “Met een museum is rauwheid niet de kern van wat wij doen. Wij zijn niet de logische plek om rauwheid te vinden. Maar we willen wel dat bezoekers begrijpen waar die vandaan komt. Daarom vertellen we in onze tijdlijn hoe de cultuur is ontstaan en geëvolueerd.” In één zin vat hij samen wat er meer voelen: het museum biedt geen nachtelijke illegaliteit, maar biedt context aan wat buiten gebeurde, en nog steeds gebeurt.

Die institutionalisering van street art weerspiegelt een bredere culturele verschuiving. Wat ooit systematisch werd gezien als vandalisme, krijgt nu een plaats in de hedendaagse kunst, naast schilderijen en sculpturen. Deze erkenning trekt niet alleen bezoekers, maar ook beleidsmakers die street art beschouwen als onderdeel van stadsidentiteit en cultuurparticipatie.
In Nederland gaan steeds meer gemeenten anders om met street art en graffiti; gemeente Utrecht is een voorbeeld hiervan. De stad verwijdert nog altijd ongewenste graffiti van objecten in de openbare ruimte, zoals prullenbakken en straatmeubilair, binnen enkele werkdagen na melding, in het geval van kwetsende of racistische uitingen binnen 24 uur, om openbare ruimten schoon en veilig te houden. Voor minder wenselijke graffiti op privé-eigendom geldt sinds 2021 dat de gemeente die niet meer gratis verwijdert, wat ertoe kan leiden dat meer ongewenste spuitingen in het straatbeeld blijven staan.

Tegelijkertijd kiest Utrecht expliciet ruimte voor street art binnen het beleid voor kunst in de openbare ruimte. In de stad geldt dat kunst kwaliteit en betekenis moet toevoegen aan de stad, met diversiteit, inclusiviteit en participatie als belangrijke richtlijnen. Dit beleid vertaalt zich in praktische initiatieven: sinds eind oktober 2023 is er bijvoorbeeld een nieuwe plek aangewezen voor graffitikunstenaars en street artists bij de lange muur bij Beton-T, naast Vechtclub XL in de Merwedezone. Daar kunnen kunstenaars hun werk legaal uitvoeren in wat de gemeente omschrijft als een Hall of Fame voor street art.

“Street art is een kunstvorm waarbij makers een muur als canvas gebruiken en hun kunst delen met de stad. De werken van de graffitikunstenaars hebben een hele tijd het Berlijnplein kleur gegeven. Het is mooi om te zien dat er weer een nieuwe plek is waar kunstenaars hun creativiteit kunnen delen met Utrecht. De muren rondom Beton‑T bieden daar alle kansen voor,” aldus Eva Oosters, wethouder Cultuur, in een mededeling van de gemeente Utrecht.
Door zo’n plek aan te wijzen erkent de gemeente dat er behoefte is aan legale ruimte voor expressie, terwijl ze tegelijkertijd het straatbeeld beheersbaar houdt. Het laat zien dat wat ooit simpelweg illegaal was, nu officieel wordt omarmd als onderdeel van de stedelijke cultuur, zonder dat het museumcontext nodig heeft.

Toch spreekt Pope open over de keerzijde van deze ontwikkeling. “Het is een toffe ontwikkeling dat gemeenten street art omarmen, maar er zit ook een keerzijde aan. Je krijgt kans op dertien-in-een-dozijn muurschilderingen die passen bij wat een woningbouwvereniging of gemeente wenselijk vindt. Dan verliest het zijn randje.” Volgens hem reflecteren dergelijke werken soms vooral de wensen van opdrachtgevers, liever veilige thema’s dan controversiële of confronterende beelden. Tegelijk erkent hij dat professionalisering kunstenaars de kans geeft om van hun werk te leven: “Er zijn nu veel meer mogelijkheden om van je kunst te leven dan twintig jaar geleden.”

Die institutionalisering roept vragen op over de identiteit van street art zelf. Hoe blijft een kunstvorm die zijn kracht ontleende aan illegaliteit en spontane ingrepen relevant wanneer hij wordt opgenomen in musea en beleidsnota’s? Kunstkenner Arjan Visser beschrijft street art van oorsprong als een “anarchistische en radicale” kunstvorm: “Het is vrij, open en democratisch, omdat iedereen het kan zien zonder entree of kennis van kunst. Maar zodra er geld mee verdiend kan worden, wordt het automatisch mainstream en minder radicaal.” Voor hem ligt de meest interessante street art juist nog vaak buiten het zicht van officiële kanalen, op plekken waar kunstenaars hun eigen stem laten horen, ongefilterd en ongevraagd.

De enorme boekenkast-muurschildering van JanisDeMan op de Mimosastraat in Utrecht. Bron: Wikimedia Commons

De popularisering van street art blijkt uit de manier waarop steden wereldwijd, van Berlijn tot Barcelona, routes en wandelingen organiseren langs murals en legale graffiti-plekken. In Utrecht zelf zijn murals een vast onderdeel van stadswandelingen en fiets-routes, en vertellen ze verhalen over geschiedenis, buurtidentiteit en sociale betrokkenheid, van kleurrijke werken in de Vogelenbuurt tot de enorme boekenkast-muurschildering van JanisDeMan op de Mimosastraat.

Toch blijft de essentie van street art, haar urgentie, haar directe relatie met de openbare ruimte en haar vaak subversieve karakter, vragen oproepen over wat het betekent als deze kunstvorm steeds vaker wordt gereguleerd, erkend en ingezet als stadsdecor. Kan street art in een gereguleerde context haar kritisch vermogen behouden? Of verandert ze in een nettere, afgeschaafde versie van zichzelf?
Misschien is het juist dat spanningsveld dat street art zo levendig houdt: door zich voortdurend te verhouden tot zowel de straat als de instituties blijft ze een aanjager voor discussie, én een van de meest dynamische kunstvormen van onze tijd.

Over de auteur

Sophie van der Burg

Mijn naam is Sophie van der Burg (21) en ik woon in Utrecht. Ik ben student Journalistiek aan de HU in Utrecht. Hiervoor ben ik aan vwo begonnen, maar ik heb toch besloten om te stoppen en aan de opleiding Journalistiek te beginnen. Later zie ik mijzelf werken op een grote redactie in de tv-wereld, ik hoop dit te kunnen combineren met reizen. In mijn dagelijks leven ben ik uiteraard veel bezig met journalistiek, maar hiernaast voetbal ik ook veel.