Het is een warme lentedag in Leiden. Er hangt geen wolkje aan de lucht en er raast een frisse wind door de stad. Mensen wandelen en jonge studenten fietsen gemoedelijk naast elkaar over de grachten, langs de molen in het hartje van de historische stad, langs de vele hippe koffietentjes.
Op dat moment zwaait de deur open, de wind versterkt de walm van koffiebonen die in de zaak hangt. Een vrouw met een grote glimlach op haar gezicht kijkt even zoekend om zich heen. Er klinkt een warme, toch ietwat uitgeputte stem: “Sorry dat ik wat later ben, ik was nog heel even langs een bloemenzaakje in de buurt. Ik gebruik altijd de bladeren van een plant en maak daar mijn oorbellen van, alleen was er onderweg een kapot gegaan.”
Een jonge vrouw komt bij de tafel staan en vraagt of ze al een keuze hebben kunnen maken. Patty bestelt een matcha latte die matcht bij haar groen gestreepte shirt en haar oorbellen van plantenbladeren.
Verborgen verleden
De rust is wedergekeerd en de tocht in het koffietentje is gaan liggen. De warme, groenkleurige matcha wordt op tafel gezet. De warme, grote glimlach verandert in een kalme en serieuze blik, ze neemt een voorzichtige slok. Patty groeit op in een warm gezin met twee liefdevolle ouders die altijd voor haar klaarstaan en een oudere broer die altijd over haar waakt.
Het leven lijkt voorspoedig en zorgeloos. Even lijkt het alsof niets dat geluk nog in de weg kan staan, tot die ene middag in 2022.
Als Patty nietsvermoedend aan het werk is, gaat plotseling de telefoon. Het is Storm, een goede vriend. Zodra zijn naam in beeld verschijnt, denkt ze nog: “Wat leuk dat hij belt, maar wel erg uit het niets.” Storm is al jaren haar steun en toeverlaat. De boodschap die ze van hem te horen krijgt, zet haar leven volledig op z’n kop.
Ze neemt de telefoon opgetogen op. “Hoi Storm! Hoe is het met je?” Even blijft het angstvallig stil, totdat Storm vrijwel meteen ter zake komt. Haastig vraagt hij: “Heb je het al gehoord?” Ze heeft geen idee waar hij op doelt en is even stil. Met verbazing en verwarring in haar stem antwoordt ze: “Nee? Vertel, wat moet ik weten?”
“Nou… Patty, op het nieuws zag ik dat de vruchtbaarheidsarts zijn eigen zaad heeft gebruikt om vrouwen met een kinderwens daarmee te insemineren.”
Op dat moment denkt Patty: wat heftig voor die mensen, maar daar hoort zij toch niet bij. Ze weet zeker dat haar ouders haar zoiets groots zouden hebben verteld als dat het geval was.
De nieuwsberichten over de gynaecoloog vormen het laatste zetje. Het liefdevolle gezin zit samen, maar er hangt een sfeer die er eerder niet op deze manier is geweest. De ruimte vult zich met een beladen energie en emotie voert de boventoon. Die emotie is hoorbaar in de trillingen in de stemmen van vader en moeder.
“Kom rustig zitten,” begint haar vader met een duidelijk opgelaten blik. Meteen is merkbaar dat haar moeder de tranen in haar ogen nauwelijks kan bedwingen, wat Patty’s onderbuikgevoel bevestigt dat er nieuws komt dat haar leven totaal op zijn kop zal zetten.
Het blijft even stil aan de keukentafel, totdat hij verdergaat. “Het nieuwsbericht over de gynaecoloog Jos Beek is waar en hij heeft ons destijds ook geholpen met het traject om jullie op de wereld te zetten. De tijden waren anders en de schaamte rondom onvruchtbaarheid was groot, waardoor het te pijnlijk was om dit jullie te vertellen.”
Een intens gevoel van begrip overvalt haar, waarna ze meteen in de armen van haar ouders valt en een stevige omhelzing volgt. De trilling is nu ook hoorbaar in Patty’s stem. Geëmotioneerd, maar opgelucht zegt ze: “Jullie blijven hoe dan ook altijd mijn ouders en dat verandert niets aan wat jullie voor mij betekenen.”
Een vlaag van verantwoordelijkheidsgevoel neemt haar eigen verdriet en verwarring over en ze troost haar ouders. In de psychologie noemt men dit ‘parentificatie’, waarbij het kind de ouderrol op zich neemt.
In de jaren ’80 wordt er nauwelijks gesproken over het taboe dat destijds heerst op onvruchtbaarheid bij mannen. Tegenwoordig hoor je dat veel meer en vertellen stellen vaker openlijk dat het niet lukt en dat zij een fertiliteitstraject starten.
Het besef daagt pas echt op het moment dat ze in de auto naar huis zit. Dit is een nieuw hoofdstuk in haar leven waar ze niet meer omheen kan. Sterker nog, nu begint een zoektocht. Ze is al begin veertig en moeder wanneer dit verhaal bij haar terechtkomt.
Eenmaal thuis ploft ze neer op de bank en ondanks de hevigheid van de emotionele achtbaan waarin Patty zo plotseling terechtkomt, voelt ze ook opluchting, alsof alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Als jong meisje zoekt ze altijd naar vergelijkingen met haar vader. Heb ik zijn ogen? Hebben we dezelfde interesses? Lijk ik op hem? Die overeenkomsten kan ze nooit achterhalen. Altijd is ze op zoek naar een stukje eigen identiteit.
Haar grote lach verschijnt weer als ze erover nadenkt. Ze neemt een diepe adem en blaast die rustig weer uit. Het is goed, denkt ze zachtjes. Goed zoals ze is, en daar is ze ook blij mee. Het is ook logisch dat ze anders is dan haar vader. Ze deelt geen genen met hem, maar dat doet niets af aan de band die ze met hem heeft.
Onbewuste ontmoeting
In 2019 overlijdt de gynaecoloog Jos Beek. Dit nieuws komt bij Patty destijds niet echt binnen als een enorme shock. Tenslotte weet ze op dat moment nog niet dat hij haar biologische vader is. Pas nadat ze hoort wie Jos Beek werkelijk was, komen er verschillende flarden aan herinneringen naar boven.
Als negentienjarige gaat ze met haar ouders naar het huis van Jos. Ze kent hem alleen van verhalen: haar ouders vinden hem geweldig en zien hem als een goede man. Jos wordt thuis op een voetstuk geplaatst. Hij is een held die haar ouders heeft geholpen hun droom om kinderen te krijgen waar te maken, maar voor Patty betekent hij verder weinig.
De aanleiding voor de ontmoeting met Jos is de viering van zijn pensioen. Ze vraagt zich af waarom ze naar zo’n bijeenkomst gaat van iemand die ze nog nooit eerder heeft gezien. Eenmaal voor het huis aangekomen lopen ze over het pad richting de voordeur. De deurbel gaat luid en duidelijk en een licht gespannen gevoel nestelt zich in haar maag.
De man die de deur opent, blijkt anders dan het beeld dat ze van hem heeft. In werkelijkheid is het een oudere man met grijs haar en een wat starre, ongemakkelijke houding.
Er zijn veel mensen aanwezig die hem een prettig pensioen willen wensen. Patty staat in de rij om hem een hand te geven. Wanneer ze voor hem staat, weet ze niet goed wat ze moet zeggen. Uiteindelijk zegt ze: “Dank u wel dat u mijn ouders heeft geholpen, ik ben blij dat ik er ben.”
Jos knikt zachtjes en antwoordt enkel: “Dat is fijn om te horen.” Het voelt achteraf vreemd om te bedenken dat hij waarschijnlijk wist dat zij zijn dochter was.
Zoektocht naar herkenning
Het is 12 april 2020 wanneer Patty de naam Jos Beek hoort. Vanaf dat moment begint haar zoektocht. Ze is vastberaden. Ze wil weten wie ze is en waar haar roots liggen.
Kort nadat ze die naam heeft gehoord, wordt er een bijeenkomst georganiseerd door het Alrijne Ziekenhuis. Daar wordt onderzoek gedaan naar deze zaak. En daar, in die zaal, ontmoet ze haar halfbroers en -zussen. Sommigen herkent ze meteen. Het is alsof iets in haar zegt: “Ja, jij hoort bij mij.”
De bijeenkomst vindt plaats in een grote zaal waar in totaal zo’n 25 à 30 mensen aanwezig zijn die hebben meegedaan aan het grootschalige DNA-onderzoek naar hoeveel kinderen de gynaecoloog Jos Beek zou hebben verwekt met zijn eigen zaad.
Gehaast komt Patty de zaal binnen. In eerste instantie staat ze nog op een andere locatie, maar al snel merkt ze dat ze verkeerd zit. Het voelt bijna als een absurdistische situatie. In alle haast koopt ze nog snel een cola zero in de supermarkt voordat ze naar de juiste locatie vertrekt.
Eenmaal aangekomen bij de zaal probeert ze muisstil naar binnen te glippen, maar zodra ze binnenloopt, zijn alle ogen op haar gericht. Een beetje beschaamd door haar late binnenkomst, gaat ze met haar handen langs haar gezicht en fluistert een paar keer zachtjes ‘sorry’ naar de rest.
Op dat moment dringt het tot haar door: dit zijn allemaal haar halfbroers en -zussen. Het voelt onwerkelijk. Ze let nauwelijks op wat er wordt gezegd en kijkt vooral naar de zijkanten van gezichten. In haar hoofd denkt ze: wauw, deze mensen lijken gewoon op mij. Dezelfde soort kaaklijnen en neuzen. Het is een bijzonder moment.
Ze loopt naar haar stoel en ziet om zich heen dat iedereen cola zero drinkt. Dat kan natuurlijk toeval zijn, maar op dat moment voelt het alsof ze echt verwant zijn.
Na afloop krijgen de uitgenodigden die daar behoefte aan hebben de ruimte om nog een drankje met elkaar te doen. De sfeer is eerst wat ongemakkelijk, omdat de aanleiding allesbehalve alledaags is. Maar al snel verdwijnt die spanning en raakt Patty in gesprek met haar halfzus. Het klikt meteen goed en ze merkt dat ze dezelfde manier van praten hebben en dezelfde interesses delen.
Na de bijeenkomst gaat iedereen weer naar huis. Het initiatief om met een groot deel van de halfbroers en -zussen in contact te blijven, ontstaat via een WhatsAppgroep die ter plekke wordt aangemaakt. Aan Patty wordt gevraagd of ze daar ook in wil. Ze aarzelt geen moment en geeft haar telefoonnummer door.
Een aantal weken later spreken ze opnieuw af en spelen ze het populaire muziekspel Hitster, waarbij nummers en artiesten uit verschillende decennia geraden moeten worden. Opnieuw beseft Patty hoe bijzonder het is dat deze mensen nu deel uitmaken van haar leven en dat ze eindelijk de erkenning en herkenning heeft gevonden die ze al die jaren zo heeft gemist.
Inmiddels voelt het als één groot gezin. Wanneer ze later met z’n allen uit eten gaan, zegt haar vader: “Kijk nou naar al mijn prachtige kinderen.”
Een moment waarop Patty even een traan moet wegpinken. Het is nooit te laat om uit te zoeken wie je bent en waar je vandaan komt.
“Ongeveer één op de zes stellen krijgt te maken met vruchtbaarheidsproblemen. In 30 tot 50% van de gevallen is er sprake van een verminderde vruchtbaarheid bij de man. Toch wordt daar veel minder over gesproken. Mannelijke onvruchtbaarheid is een taboe. Veel mannen voelen zich ‘minder man’ wanneer hun spermakwaliteit of zaadproductie niet optimaal is. De NVOG (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie)