De weg naar Olympisch goud: bepaalt je geboorteplaats je succes?

De weg naar Olympisch goud: bepaalt je geboorteplaats je succes?

Martin de Jong

Jarenlang trainden ze voor dat ene moment: de Olympische Winterspelen. Terwijl miljoenen mensen afgelopen februari toekeken, wisten slechts 38 sporters een ticket voor TeamNL te bemachtigen. Maar is die weg naar de top puur een kwestie van hard werken of heb je een voorsprong als je wiegje op de juiste plek staat?

Volgens Björn Schadenberg, Senior Onderzoeker bij het Mulier instituut en expert op het gebied van sportfaciliteiten, telt Nederland zo’n 22.000 sportaccommodaties. Een kaart van Sport en bewegen in cijfers laat zien dat de dichtheid vooral in noordelijke en oostelijke provincies hoog is. Kijken we op die kaart naar de top 5, dan spant Overijssel de kroon: maar liefst 2240 sportaccommodaties telt de provincie.

Opvallend is dat de top 5 vooral bestaat uit provincies met veel ruimte; naast Overijssel zien we Friesland, Groningen, Drenthe en Zeeland. Je zou verwachten dat deze brede basis aan sportfaciliteiten zich direct vertaalt naar het aantal sporters dat een provincie voorbrengt.

De werkelijkheid bij de Olympische Winterspelen ziet er echter anders uit. Zodra we de herkomst van de 38 TeamNL-sporters van de Winterspelen afgelopen februari onder de loep nemen, verschijnt een verassend beeld:

Friesland maakt de hoge verwachtingen waar en staat met tien sporters eenzaam aan de top. Maar dan volgt de verassing: in de rest van de top vijf verschijnen plotseling provincies als Zuid-Holland en Noord-Brabant. Dit zijn regio’s die in de lijst met accommodaties per inwoner juist ontbreken. Hoe kan het dat provincies met relatief minder faciliteiten per inwoner tóch zoveel winterhelden afleveren?

De visies van de experts

Om dit verschil te verklaren, vroegen we Maikel Waardenburg van de Universiteit Utrecht. Hij is expert op het gebied van omgeving en heeft onderzoek gedaan naar de maatschappelijke waarde en besluitvorming rondom multifunctionele sportaccommodaties. We vroegen hem het geheim van de ‘vindplek van talent’. Volgens hem zijn lokale sportaccommodaties cruciaal, maar niet alleen voor topsport.

“Ze faciliteren de brede motorische ontwikkeling die nodig is om talent te herkennen”, legt Waardenburg uit. Als voorbeeld wijst hij naar het decennialange Nederlandse schaatssucces, dat mede te danken is aan de hoge dichtheid van indoor schaatsbanen. Toch plaatst hij een kanttekening: “Topsport begint niet altijd in een hal. Juist veel buitenspelen op pleintjes of in het bos draagt bij aan de kansen op Olympisch goud, omdat latere specialisatie, pas na je twaalfde, vaak leidt tot een langere topsportcarrière.”

Ook zegt Waardenburg: “Niet alle sportaccommodaties zijn gericht op talentontwikkeling. Een provincie met veel voetbalvelden of kleine gymzalen leidt vooral op voor de breedtesport. Daartegenover staat dat een provincie met minder faciliteiten wel over één absolute topaccommodatie kan beschikken, zoals Thialf in Friesland. Daarnaast speelt het ‘studenteneffect’ een rol: provincies met grote studentensteden trekken jonge talenten aan die zich daar officieel inschrijven. In de statistieken lijkt het dan of die provincie het talent heeft voortgebracht, terwijl de sporter in werkelijkheid ergens anders is opgegroeid.”

Ook Björn Schadenberg van het Mulier Instituut plaast een belangrijke kanttekening bij de cijfers: “Ons onderzoek over sportaccommodaties kijkt naar het totaalplaatje in Nederland. Alle sportaccommodaties worden meegenomen. Dus ook niet specifieke Olympische faciliteiten, zoals bij de Winterspelen een bobsleebaan of een skibaan.”


Conclusie

Hoewel een bosrijke omgeving of een gymzaal in de buurt de perfecte voedingsbodem is voor een brede motorische basis, is de weg naar Olympisch goud toch wat complexer. Het aantal sportaccommodaties in jouw gemeente zegt veel over sportiviteit, maar weinig over de kans op een medaille. Voor die laatste stap naar de top blijken ‘hotspots’ als Thialf, de werking van het ‘studenteneffect’ en simpelweg het buitenspelen doorslaggevender te zijn dan de statistiekenvergelijking van hierboven. Uiteindelijk is de weg naar de top niet alleen een kwestie van alleen hard werken of alleen de juiste omgeving: het is de optelsom van talent, doorzettingsvermogen en ook een beetje mazzel van het wiegje op de juiste plek.  

Verantwoording


Voor dit dataverhaal ben ik goed gaan speuren naar verschillende cijfers over de sportwereld, met name over sportaccommodaties en de Olympische Spelen. Allereerst kwam ik bij Sportenbewegenincijfers en daaruit kon ik de ruwe data vinden uit de Database Sportaanbod (DSA) van het Mulier Instituut. Door deze data in apart excelsheets te stoppen kwam er uiteindelijk een mooie visualisatie uit. Ik heb eerst gekeken welke provincies bij Sportenbewegenincijfers.nl het donkerst waren. Dit waren de vijf provincies waar ik later op ging focussen bij het analyseren van de ruwe data. Dit was de data van het Mulier Instituut, waar ik in de database heb gefilterd op de vijf provincies met de meeste sportaccommodaties per inwoners die ik heb gekozen van Sportenbewegenincijfers. Door de formule-knop in excel heb ik het aantal sportaccommodaties per provincie berekent. Zo heb ik vervolgens mijn data in Flourish gezet en de visualisatie gemaakt. Dit heb ik in het oranje gedaan, omdat dat de kleur van het Nederlands team is.

Ik heb gekozen voor twee staafdiagrammen omdat dit de beste weergeving is van de top 5 provincies sportaccommodaties en de top 5 geboorteplaatsen van de Olympiërs. Dit is dan ook weer makkelijk te vergelijken met elkaar zodat er een logisch verhaal uitkomt.

Om te bepalen waar de Olympische Winterspelen-sporters vandaan komen, heb ik de officiële selectie van 38 sporters op de website van TeamNL geanalyseerd. Ik heb hier een afweging gemaakt om de geboorteplaats te kijken in plaats van de huidige woonplaats. Veel schaatsers verhuizen naar Friesland zodra ze professioneel gaan trainen; door terug te gaan naar hun roots ontstaat er een eerlijker beeld van de werkelijke regionale broedplaatsen. Ik heb dit allemaal handmatig in excel geplaatst en opnieuw een oranje visualisatie gemaakt om in het thema te blijven.

Over de auteur

Jet Kramer

hii, ik ben Jet Kramer en ik ben een 20-jarige enthousiaste, beginnende journalist en student. Ik maak producties voor SVJ-Media en ik werk bij de lokale krant van Rodi Media. Daar schrijf ik artikelen over diverse onderwerpen die zich in de gemeente Dijk en Waard afspelen. Ik ben geïnteresseerd in veel verschillende onderwerpen, zoals misdaad, criminaliteit, lokale onderwerpen en ik vind het leuk om met kinderen te werken. Later wil ik graag mooie en pakkende verhalen maken over variërende onderwerpen.