Nieuw tijdperk voor vrouwen in de kunstwereld

Nieuw tijdperk voor vrouwen in de kunstwereld

Ingrid Jansen in haar atelier aan het werk

Op allerlei vlakken komt er meer aandacht voor vrouwen in de kunstwereld. Het is te zien in de media door alle artikelen die erover verschijnen, maar ook in de musea. Een voorbeeld daarvan is het nieuws  dat Judith Leyster, Gesina ter Borch en Rachel Ruys als eerste vrouwelijke kunstenaars een plekje krijgen in de Eregalerij van het Rijksmuseum. Hoe kan het dat vrouwen niet eerder in de Eregalerij hingen? Is hun werk minder goed dan dat van mannen? Daar ligt het niet aan, zeggen Rachel Esner en Ingrid Jansen. Het ligt volgens hen aan de geschiedschrijving en oude mechanismen die verhinderden dat vrouwen konden doorbreken. Met de nieuwe aandacht voor vrouwelijke kunstenaars in de musea en in de media lijkt er een kentering op komst te zijn.

Kunstenaar Ingrid Jansen schildert al vanaf jongs af aan en geeft in haar atelier in Kortenhoef ook les. Tijdens haar opleiding aan de Stichting Opleiding Leraren Tekenen en Handenarbeid in Utrecht kwamen er geen vrouwelijke kunstenaars aan bod. “Als je het niet weet, dan mis je het niet. Het grappige is dat ik pas nà mijn opleiding tot de ontdekking kwam dat de vrouwen mistten in de kunstgeschiedenis. Ik heb het idee dat het vak kunstgeschiedenis vroeger vlakker en minder doortastend werd gegeven op school; nu gaat het onderwijs er veel dieper op in.”

Rachel Esner is kunsthistoricus en geeft les aan de Universiteit van Amsterdam als hoofddocent Moderne en Hedendaagse Kunst, ook zij heeft pas later ontdekt wat vrouwen in de kunstgeschiedenis hebben betekend. Haar interesse voor het onderwerp werd gewekt door Linda Nochlin, zij schreef een essay genaamd  ‘Why Have There Been No Great Women Artists? ‘. Dit artikel kan worden gezien als het startpunt van onderzoek naar vrouwen in de kunstgeschiedenis.

Jansen: “Ik heb zelf nog geen ongelijkheid ervaren. Ik heb steun gekregen van mijn docenten tijdens de opleiding en dat gaf zelfvertrouwen. Wat ook meespeelt, is dat ik heel gedreven ben. Ik pak ook echt alle uurtjes die ik kan om te besteden aan schilderen. Het enige waar ik wel ervaring mee heb zijn vooroordelen. Ik heb wel eens een groepstentoonstelling gehad en toen dacht het publiek dat mijn werk door een man geschilderd was. Kennelijk doordat ik een directe streek van schilderen heb. En toen ik zei dat ik de maker was, kreeg ik gekke blikken. Het vooroordeel dat vrouwen alleen maar leuke en lieve dingen schilderen heerst.”

Hoewel Ingrid geen last heeft van de ongelijkheid, is deze zeker wel aanwezig in de kunstwereld. Ingrid is eerder de uitzondering dan de regel hierin. Het blijkt dat slechts 2 procent van alle omzet op de kunstmarkt wordt uitgegeven aan kunstwerken van vrouwelijke makers. Ook in de museumwereld krijgen vrouwelijke medewerkers niet de waardering die ze horen te krijgen voor hun werk. Zoals genoemd in dit artikel van Het Parool, had het Stedelijk Museum niet bestaan zonder de enorme bijdrage van verzamelaar Sophia Adriana de Bruijn.

De rol van vrouwelijke verzamelaars, kunsthistorici en kopers gaat Esner onderzoeken in ‘De Andere Helft’. Samen met het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis (RKD), het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum wordt er in de kunsthistorische archieven gegraven opzoek naar het aandeel dat vrouwen in de Nederlandse kunstwereld tussen 1780-1980 hebben gehad. Esner: “Wat mij opvalt bij museumgeschiedenis is dat we heel vaak over directeuren spreken, maar weinig over de mensen die in het team zitten die het museale werk mogelijk maken. En dat team bestaat vaak voornamelijk uit vrouwen.”

De aankomende tijd gaan er nog meer artikelen en tentoonstellingen verschijnen die de rol van vrouwen in de kunst centraal stellen. Hiermee komt er volgens Esner een vierde feministische golf op gang, die dit keer hopelijk een blijvende werking gaat hebben.

Het moederschap wordt door sommige galeriehouders als belemmering in de kunst gezien. Jansen: “Met weeën stond ik nog te schilderen. Mijn zoon heeft dat schilderij waar ik toen mee bezig was gekregen toen hij 21 werd. Kunst heeft mij geholpen met het maken van de beslissing of ik kinderen wilde. Ik heb een aantal schilderijen over het moederschap gemaakt en bij het derde schilderij wist ik dat ik moeder wilde worden. Bij mij maakte het moederschap niks uit, ik ging er niet minder door schilderen. Als je het in hart en ziel wil, dan blijf je aan het werk. Ik had bijna twee levens, in het atelier was ik kunstenaar en als ik thuiskwam dan was ik moeder, maar in mijn hoofd was ik altijd met kunst bezig. Als je als vrouw zijnde in de kunst wat wil bereiken moet je er helemaal voor gaan.”

Een nieuwe balans dus. Tot slot zegt Ingrid Jansen: “Ik ben ervan overtuigd dat de kunst van vrouwen technisch gezien, of qua onderwerpen, niet onderdoet voor de kunst van de mannelijke collega’s. Vrouwen krijgen alleen te weinig de gelegenheid om door te breken. Ik denk dat alle berichtgeving en ontwikkelingen over vrouwelijke kunstenaars onze blik verbreden en dat het belangrijk is voor jonge vrouwelijke kunststudenten. Maar het gaat tijd kosten, het is niet alleen de galeriehouder of de veilinghuizen, het zijn ook de mensen op straat, zij moeten het ook gaan zien. En als er nu meer over wordt geschreven en meer aan wordt gedaan dan kan er een verandering komen. En een oproep aan vrouwelijke kunstenaars; laat dit een teken zijn en ga ervoor!”

Over de auteur

Sarah Cuiper

Journalist

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.