De wereldwijde honger neemt toe, terwijl de hulp die dit moet voorkomen juist afneemt. In 2025 kampen naar schatting 318 miljoen mensen met acute voedselonzekerheid. In 2026 kan dat aantal oplopen tot 362 miljoen, door het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd wordt er steeds meer bezuinigd op het budget voor het Wereldvoedselprogramma (WFP). Die botsing tussen stijgende nood en krimpende middelen wordt binnen de organisatie het schaareffect genoemd.
Het WFP-budget schommelt en daalt, terwijl het aantal mensen in acute honger structureel hoog blijft. Daarbij is een belangrijke kanttekening nodig: vanaf 2025 worden minder landen meegeteld in de cijfers. In november 2021 ging het nog om 80 landen, in november 2025 om 68. Waar het dus lijkt alsof het piekt in 2024, werden er op dat moment dus nog 74 landen meegeteld.
Volgens Thea Hilhorst, hoogleraar Humanitaire Studies, zijn de bezuinigingen geen toeval maar het gevolg van politieke keuzes. “De Verenigde Staten hebben onder president Trump fors gesneden in ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp. Dat was een enorme klap, want de VS was goed voor zo’n 35 tot 40 procent van de internationale humanitaire financiering en de grootste donor van het WFP.”
Daar bleef het niet bij. Ook in Europa staan hulpbudgetten onder druk. “Sinds de NAVO-norm is aangescherpt, geven landen meer uit aan defensie. Dat geld wordt vaak weggehaald bij ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp,” zegt Hilhorst. Het resultaat: juist nu de honger toeneemt, trekken donorlanden zich terug.
De gevolgen zijn direct zichtbaar. Het WFP moet programma’s schrappen, rantsoenen verkleinen en regio’s minder vaak bereiken. In landen als Jemen, Afghanistan, Somalië en Ethiopië betekent dat dat miljoenen mensen hun voedselhulp verliezen.
“Dit betekent gewoon concreet dat er mensen zullen overlijden aan de hongersnood”, legt Hilhorst uit.
Daarnaast is het volgens Hilhorst niet alleen een humanitaire ramp, maar ook economisch kortzichtig beleid. “Wanneer voedselzekerheid echt nijpend wordt, nemen mensen wanhopige beslissingen.” Boeren verkopen hun zaaigoed of zelfs hun land om vandaag te kunnen eten. “Je hebt je aardappels net gepoot voor de oogst van volgend jaar, en dan verkoop je ze omdat je nu honger hebt. Dan heb je volgend jaar geen oogst.”
Die keuzes werken door in de hele samenleving. Kinderen gaan van school, jonge meisjes worden eerder uitgehuwelijkt en meer mensen belanden in criminaliteit. “Al die beslissingen ondermijnen de algemene welvaart van een land,” zegt Hilhorst.
Juist daarom benadrukt het WFP in recente analyses dat investeren in voedselzekerheid economisch rendabel is. Mensen die te eten hebben, blijven gezond, productiever en hebben dus ook geen verdere noodhulp nodig. Niet investeren in ontwikkelingshulp lijkt dus een besparing, maar volgens het WFP en Hilhorst is het vooral een uitgestelde rekening.
Dataverantwoording:
De cijfers over acute voedselonzekerheid (2020–2026) zijn afkomstig van het World Food Programme (WFP) en gepubliceerd via het Food Security Cluster. De afname van het aantal gemeten landen (van 80 naar 68) is het gevolg van methodologische herzieningen en wordt toegelicht. Het cijfer voor 2026 (362,7 miljoen) betreft een WFP-projectie op basis van de verwachte impact van het conflict in het Midden-Oosten op voedselzekerheid. De WFP-financieringscijfers (2020–2025) zijn afkomstig van de officiële WFP-financieringspagina en tonen gecumuleerde jaarlijkse vrijwillige bijdragen; het bedrag voor 2025 ($6,52 miljard) is vastgesteld per februari 2026, terwijl 2026 nog geen eindstand kent. De bezuinigingen per land zijn gebaseerd op het WFP-rapport Food Security Impact of Reduction in WFP Funding (9 maart 2026) en geven per land het absolute en relatieve verlies aan mensen dat geen voedselhulp meer ontvangt. Vergelijkingen over jaren moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd vanwege wisselingen in de gemeten landenpopulatie, maar de trend van stijgende nood en dalende financiering is consistent en bevestigd.
