Chaos achter de schermen van een wereldwijde storing

Chaos achter de schermen van een wereldwijde storing

Mind your step. Voor de vijfde en laatste dag van deze week hoor ik de welbekende, monotone stem weer als ik de eerste stappen zet op de luchthaven die veertien keer groter is dan Monaco. Het werk hier is niet geschikt voor mij. De kleine ruimte waar ik mijn taken uitvoer is volgebouwd en krap, waardoor ik op mijn steeds dunner wordende huid de ene na de andere blauwe plek oploop. Oké, ik ben misschien wat klunzig en stoot me sneller dan anderen, maar het plaatje dat mij werd geschetst voordat ik hier werkte, was totaal anders. Van structuur is niets zichtbaar, pauzes van zestig minuten zijn een utopie en er wordt – in tegenstelling tot het sollicitatiegesprek – geen rekening gehouden met werklocaties die voor mijn hoge leeftijd geschikter zijn. Het is niet voor niets dat ik, op het moment dat ik mijn Schipholpas tegen de automaat houd om de werkplek te betreden, tegen mezelf zeg: oké, het zijn slechts negen uurtjes voordat ik naar huis kan. En nu snak ik daar het meest naar: een zomervakantie met het gezin is dan de uitkomst.

Een werkdag die al begonnen is voordat hij echt begint
Nog voordat ik daarvoor in aanmerking kom en mijn eerste stappen zet op Plaza, is er deze ochtend geen sprake van een mensenmassa. Ja, het halve land ligt nog op één oor, maar normaal gesproken lopen hier al veel meer mensen met wallen lager dan de ozonlaag en koffers waar complete inboedels in passen dan nu het geval is. Rust is schaars op Schiphol. Ineens komt er een nummer van Marco Borsato in mij op, waarin hij zingt dat dromen vaker bedrog zijn dan realiteit. Geldt dat ook vandaag of droom ik nog?

Wachtend bij de douane kan ik nog steeds niet geloven wat ik net zag. Een bijna leeg Schiphol is zeldzaam. In mijn dagdroom verdwijn ik zo ver, dat ik niet oplet en niet zie dat ik aan de beurt ben om door de douane te gaan. Snel leg ik mijn spullen neer zodat ze gescand kunnen worden. Ik loop door de metaaldetectiepoortjes en krijg te horen dat ik moet blijven staan. ‘Steekproef’, wordt er naar mij geroepen en ik laat me fouilleren. Gelukkig duurt het dit keer niet lang en kom ik niet te laat.

Bijna bij mijn werkplek aangekomen moet ik stilstaan. Nog een controle. Dit keer richt ik mijn rechteroog op een schermpje. U bent goedgekeurd, vertelt een R2D2-achtige stem mij. Lichtelijk puffend loop ik naar boven en kom ik in de garderobe. Hier trek ik een blauwe polo aan waarop het logo van de bekendste luchtvaartmaatschappij van Nederland meteen in het oog springt. Ik gluur door de deur van de keuken naar buiten en tel maar slechts vier mensen die zitten te relaxen terwijl ze genieten van een luxe broodje en een vers sapje. Het beeld dat Plaza mij schetst klopt: er is geen sprake van drukte.

Problemen in Turkije
Geen drukte betekent rust en rust betekent dat de enorme werkdruk afneemt. Dat merk ik doordat mijn spieren zich niet continu aangespannen voelen en ik niet voortdurend ‘aan’ sta. Een uur lang babbelen meerdere collega’s en ik over alles wat niet werkgerelateerd is terwijl we ontspannen onze taken uitvoeren. Ineens horen we een luid, gedigitaliseerd vogelgeluid. Ali – mijn collega –  pakt zijn telefoon en een sluier van onrust trekt over zijn gezicht.

‘Shit’, zegt Ali.
‘Wat is er?’, vraag ik.
Terwijl hij over zijn grote, kale hoofd aait, reageert hij enigszins verbaasd: ‘Er is een soort storing op een luchthaven in Turkije. Daar kan niets vertrekken óf landen.’

Een storing op een luchthaven. Zelf maakte ik dat nog nooit mee. De verhalen uit Turkije stromen binnen wanneer ik bijna mijn pauze bereik. Het zou gaan om lange wachtrijen, verloren koffers en vluchten die zijn geannuleerd. Hoe kan het dat het alleen daar gebeurt? Langzaam horen we dat het geen plaatselijke storing is. Dat merken we ook in de KLM Lounge. Binnen een mum van tijd zijn alle lege plekken bezet, staat er een enorme rij mensen die ook een plek willen bemachtigen en raken schone borden en bestek sneller op dan water in een uitdrogende woestijn. Wanneer de operational manager binnenkomt, heeft ze slecht nieuws. ‘De meeste KLM-vluchten zijn geannuleerd. Het komt door een storing bij Microsoft.’ Vanaf dat moment weet ik dat ik mijn relaxte dag wel kan vergeten.

De storing is wereldwijd en treft naast luchthavens ook ziekenhuizen, fastfoodketens en banken. Uit de media begrijp ik dat het komt door een software-update van cyberbeveiligingsbedrijf CrowdStrike, die alleen Windowssystemen van Microsoft raakt. Een slechter moment is nauwelijks denkbaar. Deze week begint de zomervakantie in Nederland. Hoewel ik daar eerder vandaag niets van merkte, is drukte onvermijdelijk. Gemiddeld vliegen er dagelijks zo’n 69.000 vertrekkende reizigers via Schiphol, met piekdagen die oplopen tot 81.500. Of al die mensen vandaag hun vlucht halen, is nog maar de vraag. Uiteindelijk worden er 200 vluchten geannuleerd en 150 vertraagd, waardoor mensen hopeloos rondzwerven en hun tijd ergens moeten doden, bijvoorbeeld in de KLM Lounge. Naast de onzekerheid voor reizigers heeft een wereldwijde computerstoring nog meer gevolgen. Zo kost deze storing luchtvaartmaatschappij Air France-KLM tien miljoen euro door geschrapte vluchten. In drukke periodes zoals de zomervakantie wordt die impact alleen maar groter.

De hel is los gebroken
En die impact is voelbaar. Urenlang voelt het alsof ik aan een race meedoe die niet te winnen is. Als ik mijn shirt uitwring, zouden er liters zout water uit komen. Ondertussen ervaar ik de eerste traditionele klachten die ik elke werkdag voel. Mijn bijna versleten lijf schreeuwt dat deze baan me te zwaar wordt. Maar wat kan ik nog vinden in de twee jaar die ik nog moet werken? Mijn schouder – die niet hoger dan zestig graden omhoog kan – schiet in een steek die voelt als iemand die zich uitslooft en te veel gewicht tilt in de sportschool. Als een uitgeputte bokser snak ik naar de bel die de ronde beëindigt. En die bel – in de vorm van de stem van operational manager Mandy – komt er. ‘Je hebt pauze’, vertelt ze tegen me. Razendsnel pak ik mijn portemonnee en telefoon uit mijn kluisje om naar mijn favoriete broodjestent op Schiphol te gaan. Als ik de lounge uitstap, valt mijn mond open. Een mensenmassa snakt naar een plek om comfortabel te wachten tot hun vlucht vertrekt. Ik besef dat die rustige dag van eerder als sneeuw voor de zon is verdwenen.

Mijn stemming verslechtert nog verder wanneer ik terugkom op de werkplek. Het ergste gebeurt: de doorvoervaatwasser – waar grote ladingen bestek en servies snel worden gereinigd – vertoont mankementen. De deuren sluiten niet meer volledig, waardoor water de keuken instroomt en we langer bezig zijn met afwassen. Om dit probleem snel op te lossen, moeten we het intern repareren. Hoewel mijn spieren verzuren, heb ik door mijn technische achtergrond hier wel verstand van. Bovendien: als de machine niet werkt, moeten we alles met de hand doen en dat is onbegonnen werk. De druk loopt op. Dat zie ik aan het gezicht van een collega die net uit de lounge komt: omlaag getrokken mondhoeken en gefronste wenkbrauwen. ‘Waarom vandaag?’ vraag ik me af.

Alsof chaos altijd nog een tandje hoger kan
Direct valt mij op dat de deur net zo scheef als de toren van Pisa, waardoor hij niet dicht kan. Met hulp van een collega schroeven we de zijkant open. Het kost me de laatste restjes kracht die ik nog heb. Eenmaal open zie ik vertrouwde componenten zoals een sproeiarm en een afvoerslang. Terwijl ik gemopper en herhaaldelijk plonzend water achter me hoor, ontdek ik direct het probleem: een pennetje is losgeschoten waardoor een veer is verbogen en loshangt.

Om dit op te lossen, haak ik met een tang de veer weer op spanning terug in positie. Met de precisie waarmee ik dat doe, lijkt het alsof ik op een familieavond Dokter Bibber speel. Als de veer onder het scharnier van de deur weer op zijn plek zit, schuif ik de pen door het bevestigingspunt. Klak klinkt het en de deur zit weer vast. Onder een opgetogen applausje en een oprecht schouderklopje merk ik dat mijn werk wordt gewaardeerd. Het gemopper en de spanning in de lucht nemen af, maar de werkdruk blijft hoog.

Van die druk krijg ik na het repareren van de vaatwasser weinig meer mee. Hoewel de tijd vandaag even stil leek te staan, besef ik dat mijn vakantie over een half uur écht begint. Wanneer de avondploeg langzaam binnendruppelt, maak ik van binnen een sprong. Het is nog even aanpoten, maar wanneer ik op de klok zie dat het 15.00 uur is en een collega zegt dat hij mijn taak overneemt, is het klaar. Snel trek ik mijn handschoenen en schort uit en wens ik mijn collega’s een fijne vakantie en veel sterkte. Ali geeft mij nog hand waar ik lichte tintelingen van krijg. ‘Fijne vakantie, Ron. Even lekker rust van deze bende’, vertelt hij me lachend.

De wereld zit vast, maar ik ben losgekomen
Met omhooggetrokken mondhoeken en een twinkeling in mijn ogen loop ik van Schiphol naar mijn auto. Ondertussen kom ik de ene na de andere reiziger tegen met een gezicht dat op onweer staat. Logisch, dat zou ik ook hebben. Arme baliemedewerkers die elke vijf minuten hetzelfde moeten herhalen. ‘Het spijt ons dat uw vlucht niet gaat. Vanwege een wereldwijde storing kunnen we niets voor u betekenen.’ Ach, dat is gelukkig niet mijn zorg.

Ik gooi mijn jas in de kofferbak, start de motor en zet mijn favoriete afspeellijst op Spotify aan. Wanneer ik Schiphol uitrijd en de snelweg op ga, zie ik in mijn achteruitkijkspiegel iets blauws met witte vleugels opstijgen. Het blijkt een van de 150 vertraagde vluchten te zijn die toch nog weet te vertrekken. Het maakt een einde aan de blue screens of death die door een update van de beveiligingssoftware van CrowdStrike werden veroorzaakt. Schiphol krijgt de computersystemen halverwege de middag weer aan de praat. Toch verwacht KLM nog annuleringen in het weekend. Als dat woensdag maar voorbij is. Dan wil deze oude reus in de zon genieten van een welverdiende sangria.

Over de auteur

Jarmo Manshanden

Jarmo Manshanden (21) is een toekomstig sportjournalist uit Hoorn. Hoorn is de stad waar de journalist veel over zal schrijven en staat bekend als de VOC-stad. De geschiedenis van Hoorn kan je daarvan nog terugzien in de pakhuizen, havens en voorname huizen die je tegenkomt. Zo krijg je toch een kleine beleving van de succesvolle 17e en 18e eeuw.