De bel gaat, maar er klinkt geen stem door de intercom. Wel gaat, na een tijdje, de voordeur op een kier. Tevoorschijn komt een man in een rolstoel, die zijn ingegipste voet gebruikt als deurstop. Hij grinnikt. ‘Ja, het is wel een beetje onhandig’.
Hij is niet vies van een grapje, zachtaardig en trotse drager van skaterkleding. Alleen de geruite Vans missen vandaag, want die hebben plaats gemaakt voor dik wit gips. Het enige beetje kleur betreft zijn tenen, die felroze ogen van de ontsmetting.
Platgelopen deurmat
Achter hem verschijnt een dikgevulde kapstok met jassen en petten. Het lijkt haast een met stringetjes behangen studentenkroonluchter. Maar dan, in plaats van een verzameling aan seksverhalen, lijken de vele jassen eerder op rekwistieten van een periode waarin de vriendschap zegevierde.
En dat was ook zo, althans, zo leek het. De haren op Jelmers deurmat werden jarenlang platgestampt. Het waren vrienden van het uitgaan. Zijn deur was permanent van het slot. Hij kijkt bedenkelijk de ruimte in. Op sommige nachten stonden mensen als sardientjes naast elkaar in de keuken. Wie geen plek op een bank vond, daalde neer op de vloerkleden.
Jelmer wielt behendig langs de met graffiti bespoten skateboards richting de woonkamer. Hij wijst naar een tekening op de muur. ‘Ik weet niet eens wat daar staat’. Hij grinnikt. Zijn ogen ogen normaal, maar schijn bedriegt. Jelmer leeft niet namelijk alleen met een gebroken voet, maar is ook praktisch blind. Ook zijn herinneringen zijn wazig. ‘Die tijd leek toen leuk, maar het werd me te veel. Het was een lange streep van gezelligheid geworden’.
Spacehol
Het interieur ziet eruit als wat mensen beschrijven over LSD-trips. Overal zijn tekeningen te zien. Van gezichten met vervormingen, teksten tot gedichten en Basquiat- en Keith Haringstructuren. Op de grond zijn rommelige sporen en strepen te zien. ‘Dit is mijn keergebied’, zegt hij met een ironische toon. ‘Ik ben best handig geworden’.
Een jaar geleden was de vloer niet zichtbaar. Alles viel te interpreteren als slaapplek; er lagen overal kleden en er stonden meerdere banken in het woonkamertje van vier bij vier. Er stond een eettafel waar Jelmer zijn hand en een pen dagelijks liet samenwerken. Het werd een groot spacehol en er stond 24/7 muziek aan. Daglicht bereikte zelden de met van alles bezaaide vloer. De van zilverfolie gemaakte gordijnen bleven dicht. Alleen de blauwe en groene gloed van sigaretten verlichtten de woonkamer. ‘Ik wou niet dat mensen zagen wat hier gebeurde’. De vreemde bezoekers lieten hun sporen achter. Zoeken naar een egaal stukje witte muur is namelijk als zoeken naar Waldo in zijn zoekboek.
Jelmer is eerlijk over wat hij allemaal gebruikt heeft. Het spacehol deed zijn naam eer aan. Praktischer zou bijna zijn om op te noemen wat hij niet nuttigde. Zelfs de zogeheten research chemicals, veel uppers en 4-mmc. LSD, ketamine en heroïne, noem maar op. Als toetje morfine. ‘En zelfs als ik dat niet deed, zat ik aan de alcohol’. Op zijn tafel ligt vandaag enkel vloei en een aansteker.
De nuchtere momenten waren het zwaarst. Drie tot vier jaar was Jelmer van de aarde. ‘Het was een lange, wezenloze parade’. Een nieuwjaarswens of felicitatie-appje kregen zijn vrienden niet. Hij heeft gaten van hele weken of dagen aan geheugenverlies. De tijd tikte als een tierelier. Jelmer zet muziek op en tikt op de maat. ‘Gelukkig was er muziek blijft losstaan van drugs’. Hij kijkt in het niets, alsof hij de psychedelische rock probeert te zien. Hij stopt met praten en luistert. Zijn hoofd kwakkelt omlaag en neuriet zachtjes mee. Hij kent het woord voor woord.
In de nachten waren afters en de muziek hetgeen wat Jelmer vermaakte, maar overdag was dat wat anders. Het hoopje afgetrapte Vans spreekt boekdelen. Tijdens het skateboarden leerde hij allerlei interessante figuren kennen. Andos* bijvoorbeeld, hij was dakloos. Jelmers deur stond toch altijd open, dus Andos kon er ook nog wel bij. Maar het ging van een paar dagen, naar een paar weken en een paar maanden. Jelmers blik verstijft. ‘Eerst vond ik het grappig. Maar dat veranderde snel’. Zijn spullen verdwenen in het niets en een glimlach was ver te zoeken op het gezicht van Andos. Een week later trok hij eindelijk de deur achter zich dicht, met het slot erop dit keer. Afters maakten plaats voor hele dagen en nachten alleen.
Ledematen
Vanuit de gang is door een kiertje Jelmers slaapkamer zichtbaar. Gordijnen dicht, bed onopgemaakt. Een jaar geleden werd hij wakker. Hoe laat? Dat wist hij niet. Hoe lang hij had wezenloos van de drugs had geslapen, wist hij ook niet. Toen hij erachter was gekomen wat onder en boven was, stond hij, zoals elke middag, op. Alleen hij stond niet op. Zijn arm bleef op zijn bed liggen, alsof die zelf had besloten dat het nog geen tijd was om op te staan. Ineens was hij klaarwakker en tot de nok toe gevuld met adrenaline. Met zijn bruikbare hand belde hij een ambulance. In het ziekenhuis is ternauwernood zijn arm gered. Hij had maar een gedachte die steeds door zijn hoofd gierde: Dit is het kantelpunt. En dat was het ook. ‘Als ik nu met alle drugs stop, dan kan ik in ieder geval zeggen dat ik mijn best heb gedaan’. Zijn fysiotherapeut vertelde hem dat hij zijn arm misschien nooit meer zou kunnen gebruiken. Toch zit Jelmer vandaag weer geconcentreerd te tekenen op de bank.
Twee keer om de hoek op het rolstoelcircuit is de keuken, waar een hoop afwas staat te zwemmen in een badje van water, zeep en eten. Jelmer houdt van koken, maar vanuit zijn rolstoel is een ovenmaaltijd toch makkelijker. Inmiddels heeft hij de beste gevonden. Die bewaart hij netjes op een stapeltje in de kleine vriezer. Waar nu een pak B-merk Taksi in de koelkast staat, stond vorig jaar bier en speed. Ook zijn lichaam behuisde weinig voorraad. ‘Nu niet meer, gelukkig’, zegt hij lachend. Zodra hij weer kan lopen, vliegen de ovenmaaltijden ook de deur uit.
Verrekijker
Vanaf buiten ziet het huis er niet heel uitzonderlijk uit, afgezien van een soort aluminiumplak tegen het raam. Die heeft Jelmer laten hangen, ondanks hij best wel weer gezien mag worden door mensen. De enige drug die hij nu namelijk slikt, is antibiotica voor zijn voet. Vanuit een verrekijkerperspectief kijkt zijn neef Pjotr terug naar de tijd waar dat nog niet zo was.
Ze hadden via sociale media contact, maar hij was al lang niet langs geweest in het spacehol. Als Pjotr hem online sprak, was hij heel grappig, creatief, hyper en actief. En vooral altijd druk met skateboarden. Wanneer ze elkaar spraken, was er soms geen touw aan vast te knopen.
Op een dag ging hij wel langs. Hij nam de trein van Leiden naar Nijmegen en dat deed hij niet zonder missie: hij kwam eten brengen. Maar toen was Jelmer niet bepaald de sprankelende persoonlijkheid die hij daarvoor kende. De staat waarin Pjotr hem zou aantreffen, bleef altijd een verassing.
Jelmers welzijn had grote ups en grote downs. Soms verwelkomden incompetente therapeuten hem in hun praktijk. Pjotr kriebelt aan zijn baard en kijkt fronsend naar de leegte in. Ze spraken weleens af in kroegen en dan was er hoop. Daarna was het weer allemaal mis. Op en neer, op en neer. Op een bepaald punt was hij bang dat hij dakloos zou worden. Wel waren Jelmer en zijn pen altijd close en bracht hij een dichtbundel uit.
Op een gegeven moment bleef hij ineens van de radar. Pjotr ging langs en bonsde op de ramen, maar toen hij hem zag, keek hij hem met verwarde, kleine oogjes aan. Het zal wel rond vieren geweest zijn. Ondanks de pijn die Pjotr zag, voelde hij dat hij contact wou houden met Jelmer. ‘Omdat hij mijn neef is, en omdat ik van hem hou’, zegt hij met vanzelfsprekende passie. Af en toe zag hij een schim van wie hij was. Maar drugs maken je uitgehold. Ze gaan je leven bepalen. Hij vindt het knap hoe hij onder deze omstandigheden nog lol kon trappen en kunst kon maken. Hij is nooit écht onder een brug beland.
Pjotr keek al die tijd van een afstandje naar hem. ‘Om niet verstrikt te raken in emoties’. Als hij nu op bezoek komt in het huis van Jelmer, kijkt hij naar de tekeningen op zijn muur. Hij beschouwt het als ware kunst. Hij vindt het een raar idee dat straks alles straks verstopt wordt onder een lik verstopvocht. Binnenkort gaat Jelmer de boel opnieuw verven. Hij hoop dat hij er dan weer een kunstwerk van maakt. Want dat is wel echt Jelmer.
Oogcontact
Vandaag is Jelmer door de antibiotica al een paar dagen niet naar buiten geweest. Hij zit te trappelen met zijn tenen in zijn gegipste been. Hij pakt zijn krukken en hinkelt naar buiten. Onderweg vertelt hij over zijn buurt, en hoe hij het hier vorig jaar beleefde. Waar hij vroeger mensenschuw en onverstaanbaar werd, zegt hij nu iedereen vriendelijk gedag. Met zijn koptelefoon als wapen liep hij stilletjes langs de buurtgenoten.
Ook NU.nl mocht niets van zijn aandacht inpikken. Een archiefkast vol aan wereldveranderingen was aan het wachten om ontdekt te worden. Hij heeft niets meekregen van Biden, bijvoorbeeld. Of van de vorige landelijke verkiezingen, zijn stempas lag zelfs ongeopend op de deurmat. ‘Agh ja, het was toch een weggegooid kabinet’, zegt hij hijglachend. Hij stopt even om op adem te komen. Inmiddels heeft hij het gat van nieuws al bijna helemaal opgevuld.
Hij moet even gaat zitten op het bankje. Met de zon in zijn rug, anders is hij nog blinder dan normaal. Zijn krukken legt hij zorgvuldig naast hem neer. Met grote ogen en opgetrokken wenkbrauwen laat hij een hoge zucht los. In zijn huis kwamen de muren op hem af. Als hij naar de supermarkt ging, rekende hij af bij de zelfscankassa. Nu gaat hij naar de ouderwetse kassa.
‘Je bent er weer’, zeggen ze daar nu. ‘Waar was jij, wat zie je er goed uit’, zeggen anderen. Het ging geleidelijk, hij zocht steeds meer contact. Trots is hij, dat hij de bevestiging krijgt dat mensen hem misten. Als mensen vragen naar wat er gebeurd is, zegt hij gewoon de eerlijke waarheid. ‘Het is zoals het is’, zegt hij met zijn handen in elkaar gevouwen en zijn lippen op elkaar geperst.
Deur op een kier
De voordeur gaat weer open en wordt dit keer tegengehouden met zijn rechterkruk. Een druppel zweet dwarrelt over zijn voorhoofd. Hij vertelt over de vrienden die hij is verloren. ‘Drugstijdvrienden’, waren dat. Een daarvan kwam niet lang geleden over de vloer. In zijn aanwezigheid kon je de klok horen tikken. Je bent afhankelijk van elkaar, maar zodra dat weg is, blijft er niet veel over. Hij zei bij de deur maar gelijk dat het fijn was dat het goed gaat met hem, maar kom maar niet meer langs. Andos liep weg en kwam nooit meer terug.
Jelmer heeft al veel van zijn contacten herpakt en heeft zelfs een datingapp gedownload. Hij zet een nieuw soort lijntje uit, maar dan op Bumble. Niet alleen voor romantisch contact, maar ook voor concertvrienden. ‘Ik heb ook vrienden die ziek zijn en daar kan ik goed mee praten over achteruitgang’. Voor Jelmer blijft het een herkenbaar onderwerp. Ook heeft hij meer contact met familie. Wellicht zit hij over een paar jaar wel weer aan de grote tafel met kerst. Zodra hij weer kan lopen, zet hij de eerste stap richting zijn zus.
Ook de gespreksonderwerpen met vrienden zijn veranderd. Toen hielpen mensen mij vooral met dingen die me niet zelf lukten, maar nu hebben we het over leuke plannen bijvoorbeeld. Ik kan weer meepraten. Het gaat nu over het echte leven’. Hij ploft op de bank en zucht.
*Andos’ echte naam is wegens privacy gefingeerd.