Al meer dan vijftig jaar is Jeroen een vertrouwd gezicht bij toneelvereniging De Verenigde Spelers. Hij zag generaties spelers komen en gaan, hielp de vereniging aan een nieuwe repetitieruimte toen die dreigde te verdwijnen en wordt door leden omschreven als een vaderfiguur. Zelf haalt hij er vooral zijn schouders over op. “Ik doe het met alle liefde”, zegt hij. “Voor mij is dat heel normaal.”
Als een van de eersten arriveert hij bij Kindcentrum Sterrebos. Op de fiets, zoals bijna altijd. Het is een warme zomeravond en de laatste zonnestralen kleuren de gevel van het gebouw goudgeel. Zijn felblauwe shirt steekt af tegen de rode bakstenen. Onder zijn zonnebril steken grijze haren uit en zijn baard kleurt meer tegen het wit aan dan het grijze. Zijn bruine gezicht verraadt dat hij graag buiten is. Nog voordat de andere leden arriveren, opent hij de deur met een bijna theatrale zwaai.
“Kom erin!”
Binnen is het nog stil. De repetitie begint pas over een tijdje, maar Jeroen houdt ervan om er vroeg te zijn. De lichten gaan aan, stoelen worden rechtgezet in de kantine en het koffieapparaat begint te pruttelen. Een voor een zet hij de kopjes klaar.
“Ja, voor iedereen eentje,” zegt hij lachend. “Ik weet na al die jaren wel wat iedereen drinkt. Met melk, zonder, suiker, een zoetje….”
Het lijkt een klein gebaar, maar het zegt veel over hem. Hoewel Jeroen soms wat theatraal overkomt, blijkt al snel dat hij verrassend bescheiden is. Zodra het gesprek op hemzelf komt, kijkt hij liever naar de vloer dan dat hij uitgebreid vertelt over zijn eigen verdiensten. Wanneer anderen hem omschrijven als een van de belangrijkste mensen binnen de vereniging, lijkt hij zich er bijna ongemakkelijk bij te voelen.
“Ach,” zegt hij terwijl hij zijn schouders ophaalt. “Ik doe het met alle liefde. Voor mij is dat heel normaal.”
Toch zien de andere leden dat anders. Jeroen is al meer dan vijftig jaar onderdeel van toneelvereniging De Verenigde Spelers in Oss. Daarmee is hij niet alleen het oudste lid van de vereniging, maar ook een van de mensen die de geschiedenis ervan bijna letterlijk met zich meedraagt. Zijn naam valt regelmatig wanneer leden praten over wat de vereniging voor hen betekent.
“Als Jeroen er niet is, mist er echt iets,” zegt Dory een van de leden. “Hij is een van de eersten die nieuwe mensen aanspreekt. Daardoor voel je je meteen welkom.”
Ook Wilco, die inmiddels zelf al dertig jaar lid is, hoeft niet lang na te denken wanneer zijn naam valt. “Jeroen denkt nooit aan zichzelf,” zegt hij. “Als er iets geregeld moet worden, doet hij het gewoon. Dat heeft hij altijd gedaan.”
Die opmerkingen lijken hem zelf nauwelijks te raken. Hij praat veel liever over de vereniging dan over zijn eigen rol daarin.
Wanneer Jeroen over De Verenigde Spelers vertelt, vertelt hij eigenlijk ook een stukje geschiedenis van Oss. De vereniging werd opgericht in september 1944, vlak na de bevrijding van de stad. Een jaar later speelde de groep haar eerste voorstelling: De Spooktrein. De opbrengst ging destijds naar het Rode Kruis. Wat begon als een kleine groep toneelliefhebbers groeide uit tot een vaste waarde binnen het culturele leven van Oss. Door de jaren heen stonden talloze producties op de planken, van kindervoorstellingen tot avondvullende toneelstukken. Generaties spelers kwamen en gingen, maar de liefde voor theater bleef altijd de rode draad.
Dit jaar viert de vereniging haar 81-jarig jubileum. Jeroen was er toen natuurlijk nog niet bij, maar soms lijkt hij wel de levende verbinding tussen al die generaties spelers. Hij heeft leden zien komen en gaan, zag kinderen opgroeien binnen de vereniging en later als volwassenen terugkeren op het podium.
Zelf begon hij ooit met toneel omdat hij simpelweg iets leuks zocht om te doen. “Ik wilde wat meer onder de mensen komen,” vertelt hij. “En toneel leek me gewoon ontzettend leuk.”
Hij lacht. “Veel leuker dan sporten eigenlijk. Dat doe ik ook wel, maar als je ouder wordt wordt dat toch steeds wat lastiger.”
Wat begon als een hobby groeide langzaam uit tot een tweede thuis. Voor Jeroen draait toneel niet alleen om teksten leren of op een podium staan. Het gaat om contact, plezier en jezelf kunnen zijn.
“Je moet gewoon lekker jezelf kunnen zijn,” zegt hij vol overtuiging. “Op het podium, maar ook daarbuiten. En tegelijkertijd kun je even iemand anders zijn. Dat vind ik zo mooi aan toneel.”
Zijn ogen beginnen zichtbaar te glimmen wanneer het gesprek op kindervoorstellingen komt. “Dat blijft toch het allerleukste. Kinderen reageren zo puur.”
Even denkt hij na. Dan verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. “Ik weet nog dat ik ooit een dier speelde. Wat voor dier het precies was weet ik eerlijk gezegd niet meer. Dat hadden we natuurlijk zelf bedacht, dat kan met theater!”
Het detail is hij kwijtgeraakt, maar wat daarna gebeurde niet.
Na afloop van de voorstelling kwam een klein meisje de coulissen binnen gerend. Ze was volledig in de wolken door het personage dat hij had gespeeld. Zonder enige twijfel rende ze recht op hem af. “Ze was zo klein dat ze alleen maar zijn been kon vastpakken,” herinnert Dory zich lachend. “Ik zie het nog voor me.”
Het meisje sloeg haar armen om hem heen en bleef enthousiast tegen hem praten. Wat ze precies zei weet hij niet meer, maar dat maakt de herinnering niet minder bijzonder. “Ze was zó blij.”
Even valt hij stil.
“Dat moment heeft me echt geraakt.”
Van alle rollen die hij speelde en alle voorstellingen die hij meemaakte, is juist dat moment blijven hangen. Niet omdat het de grootste productie was of omdat het applaus zo luid klonk, maar omdat het echt was. “Het geluk van die kinderen maakt mij ook gelukkig.”
Misschien vat die ene zin wel beter samen wie Jeroen is dan alle jaren lidmaatschap bij elkaar.
Voor Jeroen is Kindcentrum Sterrebos inmiddels meer dan alleen een repetitieruimte. Voordat hij met pensioen ging, werkte hij hier jarenlang als conciërge. Iedere ochtend opende hij de deuren van de school en iedere avond sloot hij ze weer af. Hij kende iedere gang, iedere deur en vrijwel iedereen die er rondliep.
“Ik kwam hier iedere dag,” vertelt hij terwijl hij om zich heen kijkt. “Ik miste het enorm toen ik met pensioen ging.”
Hij bleef zelfs nog een tijdje doorwerken nadat hij officieel met pensioen was. Helemaal afscheid nemen lukte niet. “De sleutel heb ik altijd gehouden.”
Op het eerste gezicht klinkt dat als een grappige opmerking. Later blijkt dat die sleutel veel belangrijker zou worden dan hij toen kon vermoeden.
Een aantal jaar geleden kwam De Verenigde Spelers namelijk in zwaar weer terecht. De vereniging dreigde haar repetitieruimte kwijt te raken. Financieel werd het steeds moeilijker om een geschikte locatie te behouden en zonder vaste plek werd repeteren bijna onmogelijk.
Voor hem voelde dat ondenkbaar. “Ik dacht alleen maar: dat kan toch niet? We bestaan al zo lang.”
Hij pakte de telefoon en belde de school. “Ik vroeg gewoon of we hier niet terecht konden. Ik kende de plek nog, ik kende de mensen nog.”
Hij schiet in de lach. “En ik had natuurlijk de sleutel nog.”
Kort daarna konden de repetities plaatsvinden in Sterrebos. Voor Jeroen voelt het nog steeds alsof hij niets bijzonders heeft gedaan. Voor de andere leden ligt dat anders. “Door hem bestaan we nog,” klinkt het vanuit de groep.
Dat gevoel van verbondenheid komt vaker terug tijdens repetitieavonden. Dory omschrijft De Verenigde Spelers als een warm bad, een plek waar mensen zich direct welkom voelen. Patrick noemt de vereniging zelfs een gekozen familie. Wanneer Jeroen die woorden hoort, knikt hij instemmend.
Op de vraag wat toneel hem heeft geleerd, moet hij even nadenken.
“Niet zo heel veel geleerd eigenlijk,” zegt hij eerst.
Maar een paar seconden later komt hij daarop terug.
“Nou ja, misschien toch wel. Je leert jezelf uiten. En je leert dat mensen die eerst vreemden zijn uiteindelijk als familie kunnen voelen.”
Dat gevoel van gemeenschap is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Veel verenigingen in Nederland hebben moeite om nieuwe leden te vinden. Vrijwilligers worden schaarser en culturele verenigingen krijgen steeds vaker te maken met vergrijzing. Juist daarom zijn plekken als De Verenigde Spelers belangrijk. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, samenwerken en onderdeel worden van iets groters dan zichzelf.
Misschien is dat ook precies waarom de recente verrassing van de Rabobank zoveel betekende voor de vereniging. Tijdens een gewone repetitieavond verscheen plotseling een delegatie van de Rabobank met een cheque uit het ledenfonds. Volgens de bank was dat een blijk van waardering voor alles wat de vereniging voor de gemeenschap betekent. Voorzitter Wilco Bevers sprak van een prachtige erkenning. Penningmeester Bert vertelde hoe belangrijk zulke bijdragen zijn voor decorbouw, kostuums, repetitieruimtes en toekomstige producties.
“Zonder Jeroen hadden we hier waarschijnlijk nooit meer gerepeteerd,” vult Bert daarop nog aan. Maar nog voordat hij verder kan praten, probeert Jeroen het onderwerp alweer af te kappen. “Terug naar de cheque!” Het levert gelach op vanuit de groep.
“Dat bedoel ik dus,” zegt Bert. “Hij wil er nooit iets over horen. Maar hij heeft ongelooflijk veel voor deze vereniging gedaan. Hij is bescheiden, heeft een klein hartje en staat altijd voor iedereen klaar.”
Maar tussen het applaus en de blije gezichten zat nog iets anders verscholen: erkenning voor meer dan toneel, maar ook zoveel meer dan dat. Erkenning voor een vereniging die al meer dan tachtig jaar mensen samenbrengt. Voor een plek waar vreemden vrienden worden. En voor mensen zoals Jeroen, die daar jarenlang hun tijd, energie en liefde in hebben gestoken. Paul de Lanneé lid van de rabobank-ledenraad rijkt de cheque uit en is verwonderd van de verhalen die hij deze avond hoort. “Het is echt een blijk van waardering voor alles wat zij voor de gemeenschap betekenen,” zei hij tijdens de uitreiking. “Je merkt van buitenaf niet altijd wat een vereniging voor mensen betekent. Vanavond hoor je die verhalen wel. Dat maakt indruk.”
Ondertussen stroomt de repetitieruimte langzaam vol. Stoelen schuiven over de vloer. Scripts worden uitgedeeld. Er wordt gelachen. De koffie is inmiddels op. Jeroen loopt naar zijn vaste plek, pakt zijn repetitieboek erbij en haalt een markeerstift uit zijn tas. Terwijl de eerste spelers hun teksten oefenen, bladert hij alvast naar de juiste scène.
Na meer dan vijftig jaar hoeft niemand hem nog uit te leggen hoeveel werk er in een voorstelling gaat zitten. Toch zit hij hier nog steeds. Niet voor het applaus. Niet voor de spotlights. Maar voor de mensen, de verhalen en de gezelligheid.
Hij zet een streep onder een zin die hij straks moet zeggen.
Die zinnen worden immers niet vanzelf geleerd.
