In Stichtse Vecht heeft 14,2% van de inwoners overgewicht onder de gemeten groep, tegenover 15,6% landelijk. Hoewel de gemeente daarmee iets onder het gemiddelde zit, signaleren experts dat het probleem ongelijk verdeeld is en in sommige wijken juist toeneemt. de cijfers laten op het eerste gezicht een positief beeld zien. Stichtse Vecht scoort iets beter dan het landelijk gemiddelde, Toch is dat maar een klein deel van het verhaal. Achter dit gemiddelde gaan grote verschillen schuil tussen wijken en bevolkingsgroepen. Volgens jeugdarts Karin van de Bovenkamp van de GGD is overgewicht in sommige delen van de gemeente zelfs ‘heel hoog en waarschijnlijk gestegen’.
Grote verschillen binnen de gemeente
De belangrijkste ontwikkeling is dat overgewicht niet overal in Stichtse Vecht gelijk voorkomt. In wijken zoals Maarssenbroek ligt het percentage namelijk duidelijk hoger dan in bijvoorbeeld Maarssen-Dorp en Breukelen. Dit verschil hangt sterk volgens van den Bovenkamp samen met sociaaleconomische status. ‘In Maarssenbroek zien we relatief veel overgewicht, vooral bij kinderen op het speciaal onderwijs. Maar in wijken met een hogere sociaaleconomische status, zoals bijvoorbeeld Breukelen, zien we dat het overgewicht lager is. Daar sporten kinderen vaker en hebben ouders vaak meer middelen en kennis over gezonde leefstijl.’ Deze lokale verschillen worden bevestigd door Marije van Koperen, werkzaam voor het RIVM. ‘In sommige buurten loopt het percentage obesitas op tot bijna 20%, terwijl het gemiddelde in de gemeente rond de 15% ligt. Ook het aandeel mensen met overgewicht kan in bepaalde wijken boven de 55% uitkomen’.
Landelijke trend, stijging zet door
Hoewel Stichtse Vecht iets onder het landelijk gemiddelde zit, volgt Stichtse Vecht wel dezelfde trend als de rest van Nederland. Overgewicht blijft namelijk toenemen. Volgens gegevens van het RIVM heeft inmiddels ruim de helft van de volwassenen in Nederland te maken met overgewicht. Dat maakt de situatie zorgelijk, benadrukt Van de Bovenkamp. ‘Ook al zitten we iets lager dan het gemiddelde, de stijgende lijn is er wel degelijk. En juist in kwetsbare wijken zien we dat het probleem groter wordt.’
Hoe overgewicht wordt gesignaleerd
Overgewicht bij kinderen wordt vaak vroeg opgemerkt via gezondheidsonderzoeken van bijvoorbeeld de GGD. Kinderen met een verhoogd gewicht worden uitgenodigd voor een gesprek met een jeugdarts of jeugdverpleegkundige.
Daarnaast spelen scholen een belangrijke rol. Bij gymdocenten valt het bijvoorbeeld op dat kinderen minder soepel bewegen of minder zelfvertrouwen hebben tijdens het sporten. ‘Kinderen spelen minder buiten dan vroeger en ontwikkelen daardoor minder goed hun motorische vaardigheden,’ legt Van de Bovenkamp uit. ‘Als ze ook overgewicht hebben, wordt het nog moeilijker om mee te komen.’
Ook het mentale aspect speelt een rol. Sinds de coronapandemie voelen kinderen zich over het algemeen minder goed. Overgewicht kan dat versterken, bijvoorbeeld door onzekerheid of pesten.
Waarom juist in sommige wijken?
De verschillen binnen Stichtse Vecht zijn volgens experts vooral te verklaren door de sociaaleconomische factoren. In wijken met meer armoede hebben gezinnen vaak minder toegang tot gezonde voeding en sport. ‘Gezonde producten zoals groente en fruit zijn duur. Als ouders zich zorgen maken over huur of andere vaste lasten, heeft gezondheid niet altijd prioriteit.’ zegt Van de Bovenkamp.
Ook sportdeelname speelt een rol. Lid worden van een sportvereniging kost geld, waardoor kinderen uit gezinnen met een lager inkomen minder vaak sporten. Er zijn wel regelingen zoals het Jeugd Sport en Cultuurfonds, maar niet iedereen maakt daar gebruik van.
Aanpak
Om overgewicht tegen te gaan, wordt steeds vaker ingezet op een brede aanpak. Een voorbeeld daarvan is de gecombineerde leefstijlinterventie, waarbij niet alleen naar voeding wordt gekeken, maar ook naar beweging, gedrag en sociale omstandigheden.
Voor kinderen bestaat het programma LEFF, waarin gezinnen begeleiding krijgen bij het aanpassen van hun leefstijl. ‘We kijken samen wat haalbaar is,’ zegt Van de Bovenkamp. ‘Dat kan sporten zijn, maar ook vaker samen wandelen of kleine veranderingen in voeding.’
Daarnaast werkt de GGD aan de inzet van een centrale zorgverlener. Deze persoon begeleidt gezinnen en zorgt voor afstemming tussen verschillende hulpverleners, zoals huisartsen en diëtisten.
Hoe significant is het verschil?
Het verschil tussen 14,2% in Stichtse Vecht en 15,6% landelijk lijkt klein, maar is volgens experts wel relevant. Tegelijkertijd waarschuwen zij dat gemiddelden misleidend kunnen zijn. ‘Het zegt niet alles, Binnen de gemeente zijn de verschillen groot. In sommige wijken hebben kinderen veel meer kansen op een gezonde leefstijl dan in andere.’ Zegt Van de Bovenkamp
Uitdaging blijft groot
De verwachting is dat overgewicht voorlopig een belangrijk aandachtspunt blijft. De combinatie van de sociaaleconomische ongelijkheidheden, minder beweging en mentale problemen maakt het een complex probleem.
De focus ligt daarom steeds meer op preventie en samenwerking. Door eerder in gesprek te gaan met ouders en kinderen, hoopt de GGD problemen sneller te signaleren en aan te pakken. De conclusie is duidelijk. Hoewel Stichtse Vecht iets beter scoort dan het landelijke gemiddelde, is er geen reden tot achteroverleunen. Vooral in kwetsbare wijken blijft overgewicht een groeiend probleem dat om gerichte actie vraagt.