Stichtse Vecht

Selecteer Pagina

Minder boeren, evenveel land: de stille agrarische schaalvergroting in Stichtse Vecht

Minder boeren, evenveel land: de stille agrarische schaalvergroting in Stichtse Vecht

Tussen 2015 en 2025 zijn er in Stichtse Vecht 65 landbouwbedrijven verdwenen. In 2015 waren er in totaal 215 landbouwbedrijven, waar er in 2025 nog 150 van over waren. Opvallend is dat de totale omvang van de landbouw maar beperkt gekrompen lijkt te zijn en op sommige vlakken zelfs is toegenomen. Zo is de hoeveelheid kippen in deze periode bijvoorbeeld ruim verdubbeld van 41.402 naar 89.049. 

Dit verschijnsel doet zich niet alleen voor in Stichtse Vecht, het is onderdeel van een landelijke trend van schaalvergroting. Kleine boerenbedrijven verdwijnen en worden vaak overgenomen door grote/groeiende bedrijven. Volgens Kees-Willem Rademakers, docent-onderzoeker voedsel en logistiek aan de Hogeschool van Amsterdam en secretaris bij gebiedscoöperatie Stichtse Vecht, heeft dit meerdere oorzaken. De belangrijkste die hij noemt heeft te maken met het economische systeem waar we in zitten, grote bedrijven hebben meer bestaanszekerheid en kunnen makkelijker winst maken: ‘Massa is kassa, wat we in de logistiek altijd zeggen. Hoe groter je bedrijf, hoe makkelijker je om kan gaan met de vaste kosten, en die worden in Nederland steeds hoger door extra regelgeving en stijgende grondprijzen,’ aldus Rademakers.

Een van de kostenposten die door middel van schaalvergroting gedekt kan worden, is de veranderde regelgeving omtrent derogatie (de toestemming om meer mest uit te rijden dan de Europese standaard). Tot 2026 was het voor boeren in Nederland namelijk mogelijk om onder bepaalde omstandigheden meer mest op hun land aan te brengen dan volgens de nitraatrichtlijn (dit betreft stikstof) is toegestaan. Deze regelgeving is van 2022 tot 2025 geleidelijk afgebouwd en sinds 1 januari dit jaar dus volledig afgeschaft. Dit betekent dat boeren dus of meer land aan moeten kopen om hun mest kwijt te kunnen, of ze moeten betalen om het af te laten voeren naar een verwerker. Dit laatste is erg duur en daarom vaak niet rendabel.

Waar de politiek aan de ene kant dus (indirect en onopzettelijk) aanzet tot schaalvergroting, pleit deze aan de andere kant juist voor het behoud van relatief kleine boerenbedrijven. ‘Het interessante is dat de overheid van de provincie Utrecht zegt dat het juist de kleinere boerenbedrijven zijn die we nodig hebben, want die zijn relatief extensief [minder vee per hectare dan in de intensieve veehouderij]. Die doen vaker aan natuurbeheer en ze houden het cultuurhistorisch landschap in stand. Dat er koeien in de wei lopen, er leuke bermjes zijn en dat er wat vogels in het rond vliegen,’ aldus Rademakers. 

Ook de gemeente Stichtse Vecht heeft zich uitgelaten over het behoud van de huidige, nu nog relatief kleine, bedrijven. Op pagina 48 van de Perspectiefnota Landbouw van 2021 staat het volgende: ‘Melkveehouders in de gemeente zien voldoende perspectief om ook in de toekomst te blijven ondernemen in de gemeente Stichtse Vecht. Relatief gezien ten opzichte van elders in Nederland hebben zij gemiddeld een extensieve bedrijfsvoering en zijn zij zeer actief met betrekking tot agrarisch natuurbeheer en verbreding. Daarbij geven melkveehouders aan dat de omstandigheden in Stichtse Vecht zich niet lenen voor sterke schaalvergroting. In Stichtse Vecht zijn geen zeer grote bedrijven en die zullen er naar verwachting in de toekomst ook niet komen. Dus als veel melkveehouders in de gemeente aangeven voort te willen gaan op de ingeslagen weg, dan is dat ‘conservatisme’ slechts het behoud van een maatschappelijk gewaardeerde bedrijfsvoering.’ 

De gemeente spreekt hier enkel over melkveehouders in plaats van boeren in het algemeen, dit is een trend die zich vaker voordoet in de nota, vermoedelijk omdat dit gezien wordt als de meest relevante groep landbouwondernemers in de gemeente. Op pagina vier staat: ‘Melkveehouders zijn verreweg de belangrijkste groep agrarische ondernemers in de gemeente.’ Het woord kip/kippen komt in de 58 pagina’s lange nota slechts één keer voor en ‘pluimvee’ wordt drie keer genoemd. Er wordt nauwelijks inhoudelijk gesproken over de situatie van de pluimveehouderij in Stichtse Vecht, op één opvallende uitzondering na: ‘Er zijn in Stichtse Vecht nauwelijks bedrijven met intensieve veehouderij. In 2020 waren er 2 bedrijven met pluimvee, 2 met vleeskalveren, 4 met melkgeiten en 5 met varkens. Maar ook zijn er heel weinig bedrijven met akkerbouw (4x) en tuinbouw onder glas (5x). Het aantal bedrijven is de afgelopen decennia sterk verminderd en dat geldt met name voor de bedrijven met varkens (-89%), akkerbouw (-80%) en glastuinbouw (-76%).’

Opvallend is dat er enkel gesproken wordt over de hoeveelheid bedrijven. In het geval van varkens en geiten is dit ook vrij representatief voor de relatief marginale omvang van deze sectoren in de gemeente, maar in het geval van kippen is het enorm misleidend. Tussen 2011 en 2020 is het aantal kippen van 39.390 naar 88.669 toegenomen, terwijl de hoeveelheid pluimveehouderijen gelijk is gebleven. (De nota spreekt over een periode van 2000 tot 2020, maar het CBS houdt pas sinds 2011 data bij van de hoeveelheid kippen in stichtse vecht.) Wanneer er later in de nota gesproken wordt over de omvang van agrarische bedrijven in de gemeente komen kippen niet aan bod. Met de focus op melkveehouderijen creëert de gemeente een blinde vlek voor een ‘stille’ intensivering. 

Hoewel er wel degelijk sprake is van schaalvergroting in Stichtse Vecht, lijkt het erop dat de visie uit de Perspectiefnota, sinds publicatie in 2021 tot en met 2025, wel redelijk is uitgekomen. In deze periode zijn er namelijk ‘maar’ tien bedrijven verdwenen, een fractie van het totale aantal van 65 bedrijven over de afgelopen tien jaar. Het lijkt er dus op dat het tempo van schaalvergroting in Stichtse Vecht is afgenomen, maar er moet nog blijken of dit langdurig behouden kan worden met nieuwe regelgeving.

Naast bedrijfseconomische en politiek-juridische factoren vertelt Rademakers hoe demografische ontwikkelingen ook een rol spelen bij de schaalvergroting in de agrarische sector. Zo worden ze, net als veel andere sectoren in Nederland, geraakt door vergrijzing. ‘Boeren worden steeds ouder en hebben toenemend moeite met het vinden van opvolging. Hun kinderen willen of kunnen het vaak niet overnemen en aangezien landbouwgrond schaars is in Nederland, zijn er altijd genoeg partijen die het bedrijf over willen nemen.’ 

Er gaat dus een enorm breed en gecompliceerd proces schuil achter de schaalvergroting in de agrarische sector. De lokale politiek lijkt zich vast te willen houden aan een ideaalbeeld van het kleinschalige familiebedrijf als een soort hoeder van het landschap. Hoewel deze bedrijven zich inderdaad vaker inzetten voor agrarisch natuurbeheer, maskeert dit mogelijk dat ook zij opereren binnen een ecologisch systeem dat tegen zijn grenzen aanloopt. Of deze ‘maatschappelijk gewaardeerde bedrijfsvoering’ toekomstbestendig is, of slechts een vertraging van een noodzakelijke systeemverandering, zal de komende jaren moeten blijken.

Over de auteur

Kai van Kordelaar

Mijn naam is Kai van Kordelaar (2004), eerstejaars student aan de school voor journalistiek bij Hogeschool Utrecht. Ik schrijf voornamelijk over politieke- en sociaal-maatschappelijke vraagstukken voor SvJ media binnen Utrecht centrum. Ik hou deze onderwerpen dan ook nauwlettend in de gaten en wil hier in de toekomst documentaires over maken/verslag van doen op internationaal niveau.