Factcheck: vloeibare oliën voor consumptie zijn vandaag de dag niet meer bewerkt dan 100 jaar geleden

Factcheck: vloeibare oliën voor consumptie zijn vandaag de dag niet meer bewerkt dan 100 jaar geleden

Let op: deze factcheck is uitgevoerd op basis van beschikbare informatie op de datum van publicatie

Claim: ‘Vloeibare oliën die wij consumeren zijn heviger bewerkt dan ooit’

Oordeel: onjuist

Bron van de claim:
Instagram-influencer Joep Rovers heeft afgelopen week op zijn Instagramaccount joeprovers (187.000 volgers) een uitspraak gedaan over de vloeibare oliën die wij consumeren (zonnebloemolie, olijfolie etc.). Dit deed hij nadat het Voedingscentrum de nieuwe Schijf van Vijf bekend had gemaakt. In deze post beweerde hij dat de vloeibare oliën die wij consumeren heviger bewerkt en sterker geoxideerd zijn dan ooit. Hij verwees hierbij niet naar een onderzoek waaruit dit ook daadwerkelijk blijkt. Ik heb Joep via zijn Instagram benaderd om hem de kans te geven onderzoeken te sturen waaruit hij deze informatie heeft gehaald. Hier heeft hij tot op heden nog niet op gereageerd.

Wat voor verschillen zijn er?
Het is misschien belangrijk om eerst te weten welke verschillende soorten oliën er zijn voordat we naar onderzoeken gaan kijken. In Nederland heb je geraffineerde en ongeraffineerde olie. Ongeraffineerd betekent dat de olie minimaal is bewerkt. De olie wordt dan verkregen door middel van een pers (vaak koud persen) en het proces bevat weinig tot geen chemische bewerking. Deze manier van olie produceren zou beter zijn voor het behouden van vitamine E en antioxidanten, en zorgt ervoor dat de geur en smaak sterker zijn. Het nadeel van ongeraffineerde olie is dat deze minder lang houdbaar is en minder goed bestand is tegen hoge temperaturen.

Geraffineerde olie is sterker industrieel bewerkt en is daarentegen juist goed bestand tegen hoge temperaturen en veel langer houdbaar. Wel zou deze minder antioxidanten en vitamine E bevatten.

Wat zegt onderzoek?
Als we kijken naar onderzoeken waarin het raffinageproces van vloeibare oliën wordt bestudeerd, komen we onder andere uit bij een onderzoek van Wageningen University & Research (WUR), genaamd het REFINE-Project. Hierin staat onder andere dat deze raffinageprocessen niet per definitie slecht of slechter zijn dan vroeger. Het zou vooral liggen aan de omstandigheden waaronder deze processen plaatsvinden, waar nog verbetering mogelijk is. Denk hierbij aan temperatuurverschillen, chemische omstandigheden en de duur van een proces.

Op een mini-raffinaderij hebben onderzoekers verschillende variabelen getest bij diverse oliën. Ze zijn er op deze manier achter gekomen dat de vorming van schadelijke stoffen niet willekeurig is, maar onderdeel van een complex reactienetwerk. Zo ondervonden ze dat specifieke combinaties van chemische omstandigheden en temperatuur meer schadelijke stoffen aanmaken dan andere. Op basis van deze waarnemingen hebben ze verschillende kinetische modellen en meetmethoden ontwikkeld waarmee deze schadelijkere combinaties kunnen worden voorkomen.

Senior beleidsadviseur Voeding en Gezondheid bij het MVO – de ketenorganisatie voor oliën en vetten – Nicole Vervaet beweert dat de claim die Rovers maakt simpelweg niet klopt. ‘Onze raffinageprocessen zijn namelijk sinds het begin van de 20e eeuw nauwelijks veranderd,’ stelt ze. Wat Rovers bedoelt met ‘heviger bewerkt dan ooit’ is dan ook lastig in te schatten. Als hij doelt op raffinageprocessen van vóór 1900, dan zou de uitspraak nog steeds niet kloppen. In onderzoek van de American Oil Chemists’ Society (AOCS), staat namelijk dat ‘het principe van het proces sinds de eerste toepassing nauwelijks is veranderd’. Vervaet beaamt dit.

‘Bij het MVO houden wij ons aan de richtlijnen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum.’ Verder stelt Vervaet dat ze het jammer vindt dat consumenten, en dus ook iemand zoals Rovers, niet inzien hoe belangrijk een dergelijk raffinageproces is. Ook wijst ze erop dat mogelijke ongezonde stoffen die kunnen vrijkomen tijdens het raffinageproces of bij het thuis koken met olie simpelweg niet volledig vermeden kunnen worden.

Alternatieven
In dezelfde Instagram-post zegt Rovers na zijn claim nog cynisch dat het Voedingscentrum er ‘dus nog even lekker heel veel extra van in is gaan stoppen’. De hoeveelheid oliën en vetten die het Voedingscentrum aanraadt in de nieuwe Schijf van Vijf is 15–30 ml per dag. Daarboven wordt het gezien als overtollige energie en kan het bijdragen aan overgewicht. Hoe deze richtlijnen tot stand zijn gekomen en wat de onderbouwing is, staat op hun website..

Echte alternatieven voor het huidige raffinageproces zijn nog ver weg, denkt Vervaet. ‘Er zijn simpelweg bepaalde stappen die je niet kunt overslaan of vervangen als je niet wilt dat oliën een zeer sterke smaak krijgen of na een week al bruin worden,’ besluit ze.

Conclusie:
De claim van Rovers dat de vloeibare oliën die wij vandaag de dag consumeren heviger bewerkt zijn dan ooit, is onjuist. Het productie- en raffinageproces is sinds het ontstaan ervan nauwelijks veranderd. Rovers lijkt te insinueren dat dit de laatste jaren slechter is geworden, maar daar is geen bewijs voor. Daarnaast zijn sommige ongezonde stoffen die vrijkomen tijdens het raffinageproces of bij het koken thuis vrijwel onvermijdelijk.

Over de auteur