Factcheck: ‘De gehele seksuele ontwikkeling stopt bij het nemen van puberteitsblokkers’

Factcheck: ‘De gehele seksuele ontwikkeling stopt bij het nemen van puberteitsblokkers’

Afgelopen week was in een videoreportage van het tv-programma Ongehoord Nieuws  te horen dat de gehele seksuele ontwikkeling zou stoppen bij het gebruik van puberteitsblokkers. Dit werd gezegd door GZ- fysioloog Rolien den Ouden. In het fragment werd onder andere gesteld dat geslachtsdelen van jongens niet meer zouden groeien en dat meisjes geen eicellen meer zouden kunnen produceren.

Deze factcheck is uitgevoerd op basis van beschikbare informatie op de datum van publicatie.

Bewering 

De gehele seksuele ontwikkeling stopt bij het nemen van puberteitsblokkers.

oordeel

Onnauwkeurig

Volgens het Amsterdam UMC zijn puberteitsblokkers hormonen die ervoor zorgen dat het lichaam nog niet in de ‘volwassen vormen’ gaat groeien, zodat jongeren meer tijd krijgen om te ontdekken wie zij zijn. Indien iemand stopt met puberteitsremmers, gaat de puberteitsontwikkeling doorgaans weer verder. Puberteitsblokkers – ook wel GnRH-analogen genoemd – remmen de productie van geslachtshormonen en zetten daarmee de lichamelijke puberteit tijdelijk stil. Over dat tijdelijke effect is veel onderzoek gedaan, onder andere door Peggy T. Cohen-Kettenis en Annelou L.C. de Vries.

Rachel Spronk, hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, zou deze uitspraak direct nuanceren: ‘Wat vaak misgaat in het praten over dit soort onderwerpen is de absoluutheid waarmee wordt gesproken. De remmers zetten een rem op de ontwikkeling, maar het is niet zeker dat de gehele seksuele ontwikkeling stopt. Daar is simpelweg nog niet genoeg onderzoek naar gedaan.’ Zij voegt daaraan toe dat de basis van de bewering in beperkte zin klopt, maar dat de interpretatie te ver gaat: ‘Het rapport waarnaar wordt verwezen is inderdaad vrij uitgesproken in wat het zegt over de effecten, maar het gaat om één studie met een beperkte groep. Maar ik heb gelezen dat de maker van dit rapport überhaupt heel uitgesproken is Je kunt dan niet stellen dat de hele medische wetenschap dat beeld ondersteunt; dat bestaat niet in de wetenschap.’

Volgens Spronk blijft met name de lange termijnontwikkeling een belangrijk vraagteken. Uit publicaties in een rapoort van PubMed central , verbonden aan het AmerikaanseNational Library of Medicine blijkt dat bepaalde processen in het lichaam, zoals botopbouw tijdens puberteitsremming, anders verlopen en mogelijk niet volledig herstellen na het stoppen met de behandeling.

Daarnaast wordt vaak benadrukt dat langetermijneffecten, bijvoorbeeld op hersenontwikkeling, nog niet goed in kaart zijn gebracht. Spronk onderschrijft deze onzekerheid: ‘Je ziet op basis van veel studies dat de ontwikkeling wordt geremd en verschoven naar later. Die pauze in puberale ontwikkeling kan effecten hebben die we nog niet volledig begrijpen, vooral omdat de ontwikkeling niet synchroon loopt met die van leeftijdsgenoten.’

Wetenschappelijke twijfel

Naast de lichamelijke aspecten blijven er ook andere vragen open. Het  Cassreview  een onderzoek opgezet door de Britse gezondheidszorg NHS  benadrukt dat er onvoldoende bewijs is over de mentale en psychologische langetermijneffecten van puberteitsremming.  Volgens Spronk wordt dat mentale aspect vaak onderschat: “In het debat gaat het vaak over het lichamelijke, maar het psychologische en sociale aspect van ontwikkeling is minstens zo belangrijk.” In het fragment van Ongehoord Nieuws werd ook gesteld dat kinderen van 14, 15 of 16 jaar geen dergelijke medische keuzes zouden kunnen maken. Spronk plaatst dat in context: ‘Dat klopt in veel gevallen met hoe jongeren zelf hun situatie ervaren. Daarom zie je ook dat landen hun beleid steeds meer richten op bescherming en zorgvuldigheid, zoals in het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Nederland werkt met het Dutch Protocol , waarin het Nederlandse beleid omtrent gendervernadering staat.’

Nieuw onderzoek van het Amsterdam UMC dat ook werd gepubliceerd in The journal of Sexual Medicine werd gepubliceerd  laat zien dat jongeren die puberteitsremmers hebben gebruikt later in staat zijn tot seksuele opwinding. Ook verschilt hun seksuele tevredenheid volgens deze studies niet significant van andere groepen. Dit ondermijnt het idee dat seksuele ontwikkeling volledig zou stoppen. Het beeld dat uit deze onderzoeken naar voren komt, is dat ontwikkeling niet verdwijnt, maar wordt uitgesteld of verschoven zolang de behandeling wordt gebruikt. Na het stoppen van het gebruik van de blokkers zet de ontwikkeling zich doorgaans weer voort.

Conclusie

 De claim is te absoluut geformuleerd en is dus ook onvolledig . De uitspraak reduceert een complex biologisch en psychologisch proces tot één enkel mechanisme. Ik heb bij mevrouw Den Ouden gevraagd om wederhoor, maar heb daar op het moment van publicatie geen reactie op ontvangen.  Op basis van huidig onderzoek kan worden geconcludeerd dat puberteitsblokkers de lichamelijke en hormonale puberteit tijdelijk remmen, maar dat er geen bewijs is dat de volledige seksuele ontwikkeling definitief stopt. Wel bestaan er nog belangrijke onzekerheden, vooral over de lange termijneffecten op psychologische en sociale ontwikkeling.

 

Over de auteur

Jake Foreman

Jake Foreman, geboren in 2005 in Chelmsford, Engeland. Ik vind allerlei sporten leuk, zowel het beoefenen als het kijken daarvan. Vandaar dat mijn droom is om sportjournalist te worden, het liefst voor een grote landelijke organisatie zoals ESPN. Ook heb ik veel interesse in andere nieuws onderwerpen. Ik heb geen Journalistieke ervaring, maar hoop die natuurlijk in grote mate op te doen in Amersfoort. Mijn sterkste punt voor het zijn van een Journalist is dat ik goed naar andere kan luisteren en zodoende het verhaal dat ik van mensen krijg helder kan vertellen.