“Ik wacht wel tot hij op internet staat”

“Ik wacht wel tot hij op internet staat”

Het aanbod Nederlandse films in de filmtheaters is tegenwoordig om van te snoepen. Of je nu op zoek bent naar een rom-com, zoals Verliefd op Bali, of een arthousefilm, zoals Joe Speedboat, er is voor ieder wat wils. Toch was er een tijd dat er helemaal geen Nederlandse films te zien waren. Hoe zijn wij hier toch mee begonnen en hoe heeft dat zich over de Nederlandse bevolking verspreid?

Rommy Albers is senior curator bij Eye Filmmuseum en is gespecialiseerd in de Nederlandse film- en bioscoopcultuur. “In het begin was al het bioscoop in beheer van de Nederlandse Filmbond. Hierdoor werden er eigenlijk alleen maar films gehaald uit Hollywood en Duitsland.”

Dit splitste allemaal op in de jaren 50, doordat de overheid Nederlandse films begon te subsidiëren en de Nederlandse Filmacademie opende. Vanaf dit moment was er een stijging te zien in de hoeveelheid Nederlandse films die geproduceerd werden. “En er wordt dan ook over geschreven,” vertelt Albers. “Je krijgt een cultuur dat er filmsterren ontstaan, roddelbladen kwamen op, televisie deed eraan mee.”

“De volgende stap was dat er in de jaren 70 filmhuizen opkwamen.” Filmhuizen zijn kleine bioscopen die niet werken vanuit een winstoogpunt, maar die zich richten op educatie en het laten zien van films die zich echt bezighouden met filmkunst en maatschappelijke kwesties. “Je kreeg in de jaren 70 en 80 echt twee wegen: de bioscoopcultuur en de filmhuiscultuur. In de jaren 90 komt dan ook echt de arthouse op en zie je dat de filmhuizen professionaliseren.”

Wat je wel ziet, is dat de Nederlandse films in de jaren 90 heel slecht bezocht worden; het bioscoopbezoek is sowieso heel laag en daarvan is maar een fractie voor de Nederlandse film. “Maar daarna kwamen ze met de cv-regeling, waardoor particulieren konden investeren in Nederlandse films, waar zij zelf ook nog belastingvoordeel uit haalden.”

Hierdoor kwam er ontzettend veel geld voor de Nederlandse film, waardoor ook buitenlandse regisseurs en filmmakers naar Nederland kwamen om hier hun werk te doen.

Daarnaast kwamen er in deze tijd ook veel meer films uit andere Europese landen naar de Nederlandse filmtheaters. Toch probeerden Nederlandse filmmakers zich hier juist van te onderscheiden. “Literatuurverfilmingen, films rondom de Tweede Wereldoorlog en kinderfilms zijn natuurlijk altijd razend populair geweest, en toch ook doelgroepfilms.”

 

Over de auteur

Tessa Bogaards

Tessa Bogaards (2003) is eerstejaars student aan de School van Journalistiek in Utrecht. Ze schrijft het liefst over film, literatuur en alles wat om cultuur en vrije tijd heen hangt. Daarnaast wil ze graag verhalen verzamelen van over de hele wereld en vooral die van mensen die normaal niet aan het woord komen.