Op zondag 12 april gingen de Hongaren naar de stembus en nog nooit eerder in de Hongaarse geschiedenis waren er zoveel spanningen rond de verkiezingen. Na 16 jaar verloor Viktor Orbán met Fidesz de verkiezingen, en won de oppositiepartij Tisza onder leiding van Péter Magyar. Beide hebben een heel andere kijk op het Westen en de samenwerking binnen de Europese Unie.
In mijn reportage hieronder zie je hoe de nieuwe premier Magyar daarnaar kijkt.
Maar hoe heeft voormalige premier Viktor Orban in zijn politieke carriere naar dit instituut gekeken?
Hij begon zijn politieke loopbaan in de Sovjettijd en was medeoprichter van Fidesz, een jongerenpartij die zich verzette tegen het communisme en groeide uit tot een van de jonge stemmen die streden tegen het regime en droeg bij aan het loskomen van Hongarije uit de Sovjetinvloed. Tijdens zijn eerste termijn als premier (1998–2002) stond hij nog bekend als pro-Europees en zette hij zich in voor de toetreding van Hongarije tot de Europese Unie en in 2004 werd Hongarije officieel lid van de EU.
Na zijn verkiezingsnederlaag in 2002 veranderde zijn politieke koers echter, naar anti-EU. Sinds zijn terugkeer aan de macht in 2010 kwam Hongarije steeds vaker in botsing met Brussel. Volgens Europa-expert Saskia Hollander ‘gleed het land af van een liberale democratie naar een zogenoemde electorale autocratie’. Dat botst volgens haar met de kernwaarden van de Europese Unie. Zij stelt ook dat Orbán EU-fondsen heeft misbruikt en regelmatig zijn vetorecht gebruikte, onder meer bij sancties tegen Rusland en steun aan Oekraïne met onder andere een mogelijk lening van 90 miljard euro. ‘Met zijn vetorecht vormde hij een risico voor de eenheid en besluitvorming binnen de EU, ‘aldus Hollander.
Onderzoek van het Clingendael Institute naar mogelijke verkiezingsscenario’s en de gevolgen voor de EU laat zien dat deze verkiezingen grote gevolgen zou hebben gehad voor de besluitvorming van de EU. Orbán profileerde zich steeds nadrukkelijker als criticus van de EU en presenteerde Brussel als een bedreiging voor de Hongaarse soevereiniteit en christelijke waarden. Hij heeft zelf altijd gezegd dat hij de Europese Unie niet wil verlaten, maar juist van binnenuit wil veranderen: omvormen tot een samenwerkingsverband van soevereine lidstaten die christelijk-conservatieve waarden delen. Hollander ziet dit ook: ‘Orbán gaat de EU niet uit, omdat hij weet dat hij Brussel nodig heeft, zowel financieel als op het gebied van veiligheid. Hij weet ook dat hij er niet uitgezet kan worden. Nou dit kan wel, maar is bijna onmogelijk en de EU heeft hier al naar gekeken’ Ze vertelt dat het wel kan via de zogenoemde Artikel 7-procedure, waarmee een lidstaat in theorie zijn stemrecht kan verliezen wanneer hij de fundamentele waarden van de EU schendt en daarvoor is unanieme steun van alle andere lidstaten nodig. ‘In het geval van Hongarije bleek dat moeilijk, omdat eerst Polen en later Slowakije Hongarije politiek beschermden.’
Volgens Krisztina Lajosi, universitair Docent Europese Studie aan de de Universiteit van Amsterdam, keken meerdere radicaal-rechtse leiders in Europa naar Orbán als voorbeeldfiguur en ideologisch leider binnne de EU met zijn nadruk op nationale soevereiniteit en christelijke waarden wist hij invloed op te bouwen binnen deze stroming, maar dit zorgde ook voor verdere verdeeldheid binnen de EU.
De spanningen tussen Orbán en de EU hebben ook concrete gevolgen gehad voor Hongarije. In 2022 bevroor de Europese Unie miljarden euro’s aan steun vanwege zorgen over de rechtsstaat, corruptie en schendingen van grondrechten. Voor Péter Magyar ligt daar een belangrijke uitdaging: hij heeft beloofd de rechtsstaat te herstellen en de relatie met de EU te verbeteren, zodat deze fondsen weer beschikbaar komen.
Of Péter Magyar die belofte kan waarmaken en Hongarije opnieuw tot een sterke Europese bondgenoot kan maken, zal de tijd moeten uitwijzen.
