De Week van de Schooltuin is deze week van start gegaan op basisscholen door heel Nederland, waaronder KBS Montessori Buiten Wittevrouwen in Utrecht. Tijdens de themaweek werken kinderen in schooltuinen en leren zij waar voedsel vandaan komt, hoe planten groeien en welke rol natuur speelt in hun leefomgeving. Volgens deskundigen wordt dat soort praktijkonderwijs steeds belangrijker nu veel kinderen verder van natuur en voedselproductie af zijn komen te staan.
Leren door doen staat centraal
Op het schoolplein van KBS Montessori Buiten Wittevrouwen lopen kinderen met gieters, schepjes en plantenbakken door de schooltuin. Terwijl sommige leerlingen jonge plantjes verzorgen, onderzoeken anderen hoe een Japanse duizendknoop zich door de tuin verspreidt. De school doet mee aan de landelijke Week van de Schooltuin, een initiatief waarmee aandacht wordt gevraagd voor natuureducatie en schooltuinonderwijs.
Volgens de moestuinjuf Maartje Puts draait de week vooral om kinderen opnieuw in contact brengen met de natuur. “Kinderen die met hun handen in de aarde zitten en leren hoe voedsel groeit, krijgen meer respect voor eten, voor de natuur en voor hun leefomgeving,” zegt ze. Juist in een stedelijke omgeving als Utrecht ziet zij daar grote waarde in. “Wij hebben hier midden in de stad een schooltuin. Dat is best bijzonder. Veel kinderen hebben thuis geen tuin meer en komen minder in aanraking met natuur.”
De schooltuin moet kinderen laten ervaren waar voedsel vandaan komt
Volgens verschillende onderzoeken en organisaties achter de Week van de Schooltuin weten veel kinderen nauwelijks nog hoe groente groeit of hoe voedsel wordt geproduceerd. Voedselwetenschapper Jaap Seidell waarschuwde in een artikel van Metroeerder dat steeds meer kinderen voeding vooral leren kennen vanuit supermarkten en verpakkingen, waardoor de afstand tot natuur en voedselproductie groter wordt.
Dat merkt ook ecoloog en bioloog Luc Hoogenstein. Volgens hem maken schooltuinen een wereld zichtbaar die kinderen normaal gesproken nauwelijks tegenkomen. “Via schooltuinen snappen kinderen opeens waar wortels of sla vandaan komen,” zegt hij. “En dat lieveheersbeestjes niet alleen mooi zijn, maar ook bladluizen eten waardoor planten beter groeien. Alles hangt met elkaar samen.”Volgens Hoogenstein zijn die ervaringen belangrijk omdat kinderen ze de rest van hun leven meenemen. Hij ziet dat natuureducatie steeds relevanter wordt nu biodiversiteit onder druk staat en steeds meer diersoorten achteruitgaan. “Door kinderen jong kennis te laten maken met natuur, hoop ik dat ze daar later zorgvuldiger mee omgaan,” zegt hij. “Jong geleerd, oud gedaan.”
Schooltuin onderwijs biedt kinderen een andere manier van leren
Tijdens de opening van de week deden leerlingen op de Utrechtse basisschool onderzoek naar de Japanse duizendknoop, een invasieve plantensoort die zich snel verspreidt. De kinderen onderzochten hoe de plant groeit en maakten vervolgens limonade van de gesnoeide stelen. Volgens Puts laat juist zo’n opdracht zien waarom praktijkonderwijs belangrijk is. “Niet ieder kind leert het beste door stil in een klaslokaal te zitten,” zegt ze. “In de schooltuin leren kinderen door te bewegen, te observeren en zelf dingen uit te proberen. Je koppelt er dus allerlei vaardigheden aan, terwijl kinderen buiten bezig zijn.”
Dat enthousiasme ziet Puts ook terug bij de leerlingen zelf. Volgens haar raken kinderen door het tuinieren meer betrokken bij hun leefomgeving. “Ze gaan nadenken over hoe planten groeien, welke dieren er leven en hoe alles met elkaar verbonden is.” Eén van de leerlingen vertelde haar volgens Puts zelfs: “We leren hier beter zorgen voor de wereld om ons heen.”
Schooltuinen als investering in toekomstige generaties
Volgens Hoogenstein krijgt natuuronderwijs de laatste jaren wel meer aandacht, mede dankzij organisaties die lesmateriaal ontwikkelen voor scholen. Toch blijft het volgens hem belangrijk dat scholen blijven investeren in projecten zoals schooltuinen. “De investering betaalt zich later terug,” zegt hij. “Door kinderen op jonge leeftijd te laten ervaren dat natuur mooi en belangrijk is, wordt natuurbescherming vanzelfsprekender.” Volgens hem zijn oudere generaties verder van de natuur af komen te staan en kost het juist veel moeite om die verbinding later te herstellen.
Ook in Utrecht groeit de aandacht voor schooltuinen en voedseleducatie. Eerder bleek al dat duizenden Utrechtse basisschoolleerlingen deelnemen aan projecten rondom gezond eten en natuuronderwijs. Daarmee proberen scholen kinderen bewuster te maken van voeding, duurzaamheid en hun eigen omgeving.
Scholen hopen op blijvende impact
Volgens Puts is de week geslaagd als kinderen vooral plezier hebben gehad in het buiten leren. “Als kinderen nieuwsgierig worden naar natuur en ervaren dat leren ook buiten kan plaatsvinden, dan bereik je iets wat verder gaat dan alleen een schoolweek,” zegt ze. Met schepjes in de grond en aarde aan hun handen leren Utrechtse basisschoolleerlingen deze week dus meer dan alleen tuinieren. Ze leren hoe voedsel groeit, hoe natuur werkt en waarom daar zorgvuldig mee omgegaan moet worden.
In dit portret vertelt Lisa Verbruggen van Alliantie Schooltuinen waarom schooltuinen volgens haar veel meer zijn dan alleen een plek om groenten te verbouwen. Tussen de planten, de aarde en de kinderen ontstaat een leeromgeving waarin natuur, samenwerking en ontdekking samenkomen.
