SvJ media

Selecteer Pagina

HU start nieuw onderzoek: Jongeren haken niet af, de journalistiek mist aansluiting

HU start nieuw onderzoek: Jongeren haken niet af, de journalistiek mist aansluiting

HU start nieuw onderzoek: Jongeren haken niet af, de journalistiek mist aansluiting

Hoe ziet de toekomst van nieuws eruit als een hele generatie haar informatie vooral via social media krijgt? Die vraag staat centraal in een nieuw vierjarig onderzoeksproject waar de Hogeschool Utrecht en partners een beurs van een miljoen euro voor hebben gekregen. 

door | 11 01 2026, 18:01 | ToekomstPERSpectief

free pik

‘Social natives’ halen hun informatie vooral van social media  Foto: FreePik

De HU gaat samen met Hogeschool Windesheim, de Rijksuniversiteit Groningen, elf journalistieke organisaties en Stichting #UseTheNews op zoek naar manieren om jongeren duurzaam te betrekken bij nieuws, zo werd onlangs bekend.

SvJmedia.nl bericht hierover op basis van publicaties van de volgende bronnen: Journalismlab, Hogeschool Utrecht en een Substack bijdrage van oud-docent Journalistiek Bert Kok. De laatste stelt: ‘De vraag niet is hoe jongeren te bereiken (want die bereiken we al) maar meer: hoe houden we journalistiek daar vol. Met welk verdienmodel.’

Andere nieuwsconsumptie  

Al jaren klinkt dezelfde zucht op redacties, want jongeren zijn moeilijk te bereiken. Kranten vergrijzen, nieuwsapps worden minder geopend en het journaal is voor veel twintigers geen vast moment meer op de dag. Maar stelt lector Yael de Haan van Hogeschool Utrecht op Journalismlab: ‘Het is een misvatting dat het afnemend gebruik van traditionele nieuwsmedia erop duidt dat jongeren niet geïnteresseerd zouden zijn in nieuws of zich niet betrokken voelen bij de samenleving. Ze halen hun informatie alleen op andere plekken.’  

Social natives 

Het onderzoek richt zich op zogenoemde ‘social natives’, ook wel jongeren die zijn opgegroeid in een digitale, informatierijke omgeving. Zij krijgen nieuws via TikTok, Instagram, YouTube, WhatsApp-groepen en influencers. Vaak via fragmenten, soms via journalistieke merken, maar net zo goed via accounts als Cestmocro of populaire creators. 

Volgens Journalismlab laat eerder onderzoek zien dat jongeren het grote online aanbod als nuttig ervaren. Ze vinden het belangrijk om verschillende perspectieven te zien en zijn kritisch op instituties, waaronder de journalistiek. Tegelijkertijd herkennen veel jongeren zich niet in de vorm en toon van traditionele nieuwsmedia. Dat maakt het lastig om betrouwbare informatie te vinden die echt aansluit bij de leefwereld. ‘Jongeren worstelen met de vraag hoe ze voor hen relevante en betrouwbare informatie kunnen vinden’, aldus op Journalismlab. En precies daar wil het nieuwe onderzoeksproject verandering in brengen. 

Op drie niveaus schiet innovatie tekort 

De Haan ziet dat de innovatie in de journalistiek op drie niveaus tekortschiet. Op individueel niveau weten veel journalisten te weinig over hoe social natives informatie verzamelen. Op redactieniveau worstelen teams met het aanpassen van routines en werkwijzen. En op organisatieniveau is het vaak onduidelijk hoe er ruimte kan worden gemaakt voor nieuwe vormen van journalistiek. ‘Veel initiatieven blijven hangen in projectjes naast de hoofdredactie’, zegt De Haan. ‘Ze krijgen geen mandaat, geen budget en verdwijnen weer zodra de aandacht verslapt.’ 

Het doel van het vierjarige project is om op al deze niveaus kennis en handelingen te ontwikkelen. Niet door het bedenken van formats, maar via een ‘bottom-up’ aanpak. Social natives worden actief betrokken bij het onderzoek en bij het ontwerpen van nieuwe vormen van nieuws.

Ontwerpgericht en praktijkgericht 

De aanpak is ontwerpgericht. Dat betekent: experimenteren, testen, aanpassen en opnieuw proberen.

Samen met jongeren, journalisten, onderzoekers en ontwerpers worden prototypes ontwikkeld die in de praktijk worden uitgeprobeerd bij landelijke, regionale en lokale media. ‘We willen geen rapport in een la, maar oplossingen die echt werken in de dagelijkse praktijk van redacties’, zo staat in de projectomschrijving.

Bereik is niet het hele verhaal 

Toch is er voor aanvang ook al kritiek. Oud-docent van de School voor Journalistiek Bert Kok plaatst in een recente analyse op LinkedIn een kanttekening bij de focus op bereik. Volgens hem is het probleem niet dat jongeren onbereikbaar zijn, maar dat het moeilijk is om journalistiek voor jongeren een routine te maken. ‘Niet: kunnen we jongeren bereiken. Het antwoord is: ja, dat kan. De vraag is: onder welke voorwaarden kun je dit structureel volhouden,’ zo schrijft Kok. 

Hij wijst op succesvolle voorbeelden als NOS Stories en SPIL van DPG Media, die honderdduizenden tot miljoenen jongeren bereiken via sociale platforms. Maar hij ziet ook dat dit vaak alleen lukt met publieke middelen of tijdelijke projectfinanciering. Commerciële media hebben minder ruimte om te investeren in doelgroepen die (nog) weinig opleveren. 

Jongeren als toekomstige klant? 

Volgens Kok schuurt het dat jongeren soms vooral worden gezien als ‘toekomstige klanten’ in plaats van als huidige burgers. Hij verwijst naar uitspraken van DPG Media-topman Christiaan van Thillo, die benadrukt dat jongeren nu alvast affiniteit moeten opbouwen met een merk, zodat ze later mogelijk abonnee worden. ‘Dat is lifecycle-marketing’, stelt Kok. ‘Niet nieuws maken voor jongeren omdat ze nu burger zijn, maar merkbekendheid bouwen zodat ze later klant worden.’ 

Het HU-onderzoek vertrekt vanuit een ander uitgangspunt. Zij stellen dat jongeren nu al onderdeel van de democratie zijn en recht hebben op goede informatie.  

Influenceren 

Daar komt bij dat journalistieke media niet alleen met elkaar concurreren, maar ook met influencers, meme-accounts en straatcultuurplatforms. Voor veel jongeren is hun feed een mix van nieuws, entertainment, roddel, activisme en lifestyle. Wat daarin ‘nieuws’ is, wordt niet bepaald door redacties, maar door algoritmes. 

‘Je concurreert met een compleet parallel ecosysteem dat nieuws definieert op basis van wat in de feed werkt’, schrijft Kok. Dat maakt de uitdaging voor de journalistiek extra groot. 

Blik op 2030 

Het onderzoeksproject loopt tot 2030. In een tijd waarin AI, synthetische video en gepersonaliseerde content zich razendsnel ontwikkelen, is dat een verre horizon. De vraag is hoe toekomstbestendig oplossingen kunnen zijn in een medialandschap dat continu verschuift. 

Toch zien de initiatiefnemers de vier jaar vooral als een kans om te leren, te experimenteren en bij te sturen. Niet één eindrapport, maar een reeks inzichten, prototypes en lessen die de sector helpen om wendbaarder te worden. 

Meer dan een formatje 

De kernvraag is uiteindelijk niet hoe je jongeren ‘terugwint’, maar wat een toekomstbestendige nieuwsvoorziening is in een wereld waarin jongeren al continu informatie krijgen. Soms betrouwbaar, soms niet. Soms journalistiek, soms niet. 

Als het onderzoek slaagt, levert het geen lijstje met hippe formats op, maar iets belangrijkers. Ontwerpprincipes, organisatorische inzichten en nieuwe routines die journalistiek relevant houden voor een generatie die anders kijkt, leest en luistert. 

Of, zoals De Haan het samenvat: ‘We moeten niet proberen jongeren in oude vormen te persen, maar samen met hen nieuwe vormen ontwikkelen.’ 

De partners zijn divers van NPO, RPO en NLPO tot EenVandaag, SPIL, NH Nieuws, Omroep Gelderland, RTV Oost, OOG TV Groningen en OPEN Rotterdam. Ook Stichting #UseTheNews is betrokken. 

Lees hier de hele bijdrage op Journalismlab

Lees hier de hele bijdrag van Bert Kok op Substack.

Over de auteur

Sofie Bouwmeester

Sofie Bouwmeester (2006) is een beginnend journalist in opleiding aan de Hogeschool Utrecht. Zij is geïnteresseerd in de wereld om haar heen en houd van verhalen vertellen, vooral schriftelijk kan zij haar ei kwijt. Als kind stonden de teksten al snel op papier en ook creativiteit is een belangrijk aspect in haar nieuwsgierige karakter. Momenteel werkt ze als horecamedewerker in een Frans-Aziatisch restaurant in het Gooi en ze hoopt in de toekomst verder te kunnen in de jeugdjournalistiek.