WOERDEN – Het aantal hoofdkostwinners dat in armoede leeft is in Woerden tussen 2018 en 2024 gehalveerd. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Waar in 2018 nog ongeveer duizend hoofdkostwinners onder de armoedegrens leefden, waren dat er in 2024 ongeveer vijfhonderd. De daling lijkt erop te wijzen dat steeds minder Woerdenaren financieel in de problemen komen. Toch is de vraag in hoeverre het gemeentelijke armoedebeleid verantwoordelijk is voor die ontwikkeling.
Uit de CBS-dataset Armoede van personen; persoons- en huishoudenskenmerken, regio blijkt dat het aantal hoofdkostwinners in armoede vrijwel ieder jaar afnam. De definitie van hoofdkostwinner volgens het CBS is degene binnen een huishouden die het meeste verdient; dit kan dus ook een eenpersoonshuishouden zijn.
Van duizend in 2018 daalde het aantal naar negenhonderd in 2019 en zevenhonderd in 2020 en 2021. In 2022 zakte het aantal verder naar vijfhonderd, waarna in 2023 een voorlopig dieptepunt van vierhonderd werd bereikt. In 2024 (het meest recente jaartal waar het CBS cijfers van heeft) steeg het aantal licht naar vijfhonderd, maar in totaal is de armoede sinds 2018 gehalveerd.
Deze daling van inwoners met een inkomen onder de armoedegrens is opvallend omdat het aantal inwoners van 15 jaar en ouder in Woerden in dezelfde periode groeide van 42.312 naar 44.756. Ondanks de bevolkingsgroei nam het aantal hoofdkostwinners in armoede af. Dat wijst erop dat armoede binnen deze groep minder vaak voorkomt dan enkele jaren geleden.
Dat Woerden relatief weinig armoede heeft, bleek ook uit een eerder onderzoek naar het gemeentelijke armoedebeleid dat in 2021 werd uitgevoerd in opdracht van de Rekenkamercommissie Woerden door onderzoekers Martijn Mussche, Rubin ten Broeke en Steffie Loenen. Daarin omschrijven de onderzoekers Woerden als “een relatief welvarende gemeente vergeleken met gemeenten in dezelfde grootteklasse”.
Onderzoek van het CBS bevestigt dit. In dit staafdiagram is de vergelijking te zien met andere gemeenten in Utrecht met vergelijkbare grootte. Je ziet hier dat Woerden relatief welvarend is vergeleken met andere gemeenten.
Volgens het onderzoek van Martijn Mussche et al. kent Woerden relatief veel huizenbezitters, een hoger gemiddeld inkomen en minder inwoners met een bijstandsuitkering dan vergelijkbare gemeenten. Martijn Mussche, één van de uitvoerders van bovenstaand onderzoek, waarschuwt dat dit niet betekent dat Woerden geen armoede kent: “Ook in Woerden is armoede, net zoals in de rest van Nederland. Daarom is het belangrijk dat er hiervoor beleid vanuit de gemeente is.”
De armoedegrens die wordt gebruikt door het CBS is een manier om armoede te meten onder huishoudens. Volgens deze meting is een huishouden arm als er na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overblijft voor andere basisbehoeften. Waar deze grens ligt, verschilt per huishoudenstype. Voor alleenwonenden is dit bijvoorbeeld 1.600 euro per maand; voor een gezin met twee kinderen onder de 13 jaar 2.625 euro. In dit diagram is de verdeling te zien van inwoners onder de armoedegrens in Woerden in 2024.
Om deze armoede terug te dringen, koos de gemeente in 2019 om een nieuw armoedebeleid uit te voeren. Volgens Mussche was het doel van het beleid vooral om armoede te voorkomen: “Door bijvoorbeeld het maatwerkfonds te combineren met andere tactieken, zoals samenwerking met stichtingen, probeert de gemeente armoede vooral te voorkomen en de mensen te helpen die dat nodig hebben.”
De gemeenteraad koos bij het armoedebeleid voor een aanpak die bestond uit drie onderdelen: coachende begeleiding, een maatwerkfonds en aanvullende ondersteuningsmaatregelen. Ook werd samengewerkt met organisaties zoals WoerdenWijzer, Ferm Werk, de Voedselbank en Stichting Leergeld. Volgens Mussche moest deze aanpak leiden tot een omslag in het “denken en doen” van zowel hulpverleners als inwoners. Problemen zouden hierdoor eerder worden gesignaleerd en inwoners zouden sneller passende ondersteuning kunnen krijgen.
De dalende cijfers lijken erop te wijzen dat minder huishoudens met armoede te maken hebben. Toch is het lastig om vast te stellen in hoeverre dit een direct gevolg is van het gemeentelijke beleid. “Ook andere factoren kunnen invloed hebben gehad. De effecten van armoedebeleid zijn lastig meetbaar. Dat armoede in Woerden is gedaald, is goed nieuws, maar dit kan meerdere oorzaken hebben”, aldus Martijn Mussche.
