‘Voordat ik kan reageren verschijnen vijf naaktfoto’s van mij op het scherm’
Wat betekent het om als journalist niet alleen de verteller, maar ook het onderwerp te zijn? Quinten Bol gaat de uitdaging aan en maakt voor zijn specialisatie Kunst, Cultuur en Lifestyle (KCL) de literaire longread ‘Met de billen bloot’ over wat hem zelf is overkomen: Seksueel misbruik als jongen.
Geënsceneerde foto Foto: Freepik
Hieronder introduceert Quinten hoe en waarom hij hiertoe besluit en daaronder volgt integraal de longread die hij heeft geschreven bij de specialisatie KCL.
‘Als journalist vertel je altijd verhalen. Soms over ingewikkelde thema’s die ver van je afstaan, soms over onderwerpen die juist dichtbij liggen. Voor mijn specialisatie Kunst, Cultuur en Lifestyle krijg ik de kans om een literaire longread te maken. In plaats van op zoek te gaan naar iemand anders met een verhaal, kijk ik voor het eerst als journalist in de spiegel met de vraag: wat heb ík te vertellen?
Die vraag brengt een belangrijke afweging met zich mee. Hoeveel van mezelf wil en kan ik prijsgeven? Waar ligt de grens tussen persoonlijke kwetsbaarheid en professionele distantie? En wat betekent het om als journalist niet alleen de verteller, maar ook het onderwerp te zijn? Toch besluit ik de uitdaging aan te gaan.
Uit die keuze ontstaat het idee om mezelf te confronteren met mijn grootste trauma. Lastig? Ja. Spannend? Absoluut. Maar ook waardevol. Door bewust te kiezen voor openheid, heb ik geprobeerd niet alleen een verhaal te maken, maar ook iets in beweging te zetten.
Door mijn eigen ervaringen te delen hoop ik niet alleen anderen te inspireren om hun verhaal te onderzoeken, maar ook te laten zien dat journalisten mensen zijn. Wij maken ook dingen mee. En die verhalen doen er net zo goed toe.’
Geënsceneerde foto Foto: Quinten Bol
De eerste treinrit gaat nog wel. Er zijn niet veel mensen en hier en daar wordt een boekje gelezen, een flesje water opengedraaid of het perfecte nummer opgezocht op Spotify. De brok in mijn keel verandert in de grootte van een erwt en even vergeet ik waar ik mijn bestemming ligt. Via het omroepsysteem hoor ik een vrouwenstem mij vertellen dat ik zo kan overstappen. Naar Den Haag, die hoef ik niet, naar Amsterdam, Bingo.
Aangekomen op Utrecht Centraal zakt de moed toch wederom in mijn schoenen. Met benen die zojuist 36 marathons hebben gelopen, waggel ik naar perron 7. De trein naar onze miljoenenstad. Na deze overstap voel ik de tendens in mijn lichaam weer veranderen. Het is drukker dan net. Waar er in mijn eerste trein een kalmte in de lucht hing, wordt er nu volop gesproken in de coupes. Ondanks dat ik mijn oortjes op het hardste volume heb staan en luister naar een shuffleplaylist, voelt het alsof elk gesprek over mij gaat. Elk appje gaat over mij. Elke gedachtegang waarbij even naar buiten moet worden gekeken naar de vlakke landschappen, gaat over mij. Ruiken ze waar ik heen ga?
De zomer van toen
Ik heb vwo 3 net afgerond. Met de laatste toetsen van het jaar achter de rug kan ik eindelijk genieten van de rust waar ik stiekem al weken over aan het zeuren ben tegen mijn ouders. Uiteraard tot grote ergernis van hen. Het jaar waarin ik verander van klas, omdat iedereen een ander vakkenpakket gaat volgen, is in aantocht. Ondanks dat mijn huidige vrienden nog totaal niet uit mijn leven zijn verdwenen, voel ik dat de band, die wellicht nooit heel sterk is geweest, nog verder van mij wegdrijft. De groepsapps bloeden dood en ik betrap mij op het feit dat ik de hele dag blijf wachten op een melding. Een melding die niet komt. Ergens op een willekeurige dag in augustus kom ik in contact met iemand die zich ook eenzaam voelt. Een jonge jongen die op zoek is naar gezelschap. Via een chatplatform raken we in contact en een vriendschap is al zeer snel gesloten. Hij laat me lachen, vraagt me non-stop hoe het gaat en luistert zelfs naar mijn first-world problemen. Hoewel ik niet weet hoe hij eruit ziet, weet ik wel dat ik iemand heb die me door deze zomer sleept.
Na een paar keer online gegamed te hebben, nodigt hij mij uit. Bij hem thuis. Als de naïeveling die ik ben, stap ik op mijn gammele fiets en probeer ik via Google Maps uit te zoeken waar ik heen moet. Het adres, een portiekflat in het centrum van Veenendaal, is nog geen tien minuten van mij vandaan. Eenmaal aangekomen bel ik bij hem aan. Een vriendelijk uitziende man doet open. ‘Hoi Quinten, ik ben de vader van. Kom binnen.’ Ik stap het smalle gangetje van het appartement in en mijn oog valt gelijk op een spiegel. Recht tegenover mij. Terwijl ik nog een paar stappen naar voren zet over de houten vloer met vergane glorie, zie ik in de weerspiegeling hoe de man, waarvan ik nog steeds denk dat hij een uiterst vriendelijke uitstraling heeft, de deur achter mij dichtdoet en vastzet met twee sloten.
De felblauwe ogen, van die ogen waar je eigenlijk in wil zwemmen, veranderen in een woeste orkaan en voordat ik mij om kan draaien krijg ik de eerste klap op mijn hoofd. De twintig minuten die volgen, kan ik omschrijven als overleven. Dat ene woord dekt de volledige lading en toch zal het nooit de rauwheid van het moment bevatten. De vijftienjarige jongen, smachtend op zoek naar een stukje erkenning van een leeftijdsgenoot, verliest daar, op die willekeurige dag in augustus, zijn maagdelijkheid. Het verschil in leeftijd tussen hem en mij, is geloof ik het dubbele van de temperatuur vandaag. Het is heet.
Met nog steeds de even zware benen loop ik de Nieuwezijds Armsteeg in. Een steegje nog geen vijf minuten van Amsterdam-Centraal. Terwijl ik daar loop en schichtig om mij heen kijk of niemand mij volgt, vertel ik mezelf nog eenmaal waarom ik hier in vredesnaam ben. Sinds mijn eerste verkrachting merk ik hoe boos ik ben. Als ik een man zie is er altijd een stemmetje in mijn hoofd dat mij vertelt dat hij mij pijn zal doen. Zelfs het aankijken van mijn eigen vader is een tijdlang een vrijwel onmogelijke opgave geweest, ondanks dat hij het meest liefdevolle hart met zich meedraagt.
Foto: Quinten Bol
'In dat luikje een grote witte handdoek en een polsbandje voor mijn kluisje. Naast mij opent een deur. Teruggaan is geen optie meer.'
k neem nog snel een hijsje voordat ik m’n peuk uitdruk in de asbak naast de voordeur. Terwijl ik het laatste beetje rook uitblaas, stap ik naar binnen. Het is een kleine ruimte met op de muur allerlei posters van naakte mannen. Tegenover mij, achter een loket van glas met een klein speakertje in de ruit, staat een tengere man van een jaar of dertig. Hij begroet mij in het Engels en zegt dat de entree iets meer dan twaalf euro is. Met trillende handen leg ik mijn pinpas op het apparaatje en direct daarna gaat een luikje open. In dat luikje een grote witte handdoek en een polsbandje voor mijn kluisje. Nummer 100 staat erop. Naast mij opent een deur. Teruggaan is geen optie meer.
Ik verbaas me enorm hoe chique het hier is. Als je binnenstapt, waan je jezelf in een kleedruimte zoals die van een sportschool. Alleen zou deze bij een wel heel dure sportschool horen, en sport iedereen blijkbaar naakt. Binnen vijf seconden word ik al geconfronteerd met vier naakte lijven die enthousiast hun kleding in het kluisje proppen. Ook ik moet eraan geloven. Onwennig en klungelig trek ik mijn shirt uit. Ik kijk of iemand naar me staart. Volgens mij niet. Ook mijn broek gaat uit en zo snel als ik kan wikkel ik de witte handdoek om mij heen om mijn naaktheid in ieder geval zo veel mogelijk af te schermen. Als mijn spullen in het ruime kluisje zijn opgeborgen is het tijd om te verkennen.
Na de kleedkamers kom ik terecht in een grote loungeruimte. Een plek met allerlei banken, wat tafeltjes en een volwaardige bar. De ruimte is gevuld met stilte, afgewisseld door wat botsend bestek van mannen die hier en daar aan het eten zijn. Er zit hier gewoon een heel restaurant? In mijn linker ooghoek zie ik douches met daarboven een groot bord waarop staat dat douchen verplicht is. Ik loop erheen en zoek de douche uit met de meeste privacy. Echter is die er niet omdat de douchecabines allemaal van glas zijn waardoor de hele loungeruimte je kan zien. Toch gaat mijn handdoek aan het haakje en probeer ik mij zo vlug mogelijk af te spoelen waarna ik snel de eerste sauna in kan lopen. Een stoomsauna.
Als ik de deur opentrek beslaat mijn bril direct. Een golf van hitte raast over mij heen en heel stiekem voelt dat best wel lekker. Ik zet een paar stappen naar voren en realiseer mij dat het een doolhof is. De sauna is zo ingedeeld dat er allerlei hoekjes en zijpaadjes zijn. Zodra ik het eerste zijpaadje inkijk slaat mijn hart een aantal slagen over. In de hoek zitten zes schimmen die druk bezig zijn om elkaar oraal te bevredigen. Een van de mannen die gepijpt wordt draait zijn hoofd naar me om en wenkt me om te komen. Ik draai mij om en vlucht snel weer naar de kleedruimte.
Nadat mijn eerste verkrachting klaar is, mag ik weg. De portiekflat waar ik een half uur geleden nog vrolijk naar binnen liep, verandert in een spookhuis waar ik met stille tranen uitloop. Terwijl ik mezelf bedwing om het niet uit te schreeuwen van de pijn en tegelijkertijd mijn fiets van het slot probeer te halen voel ik in mijn broekzak een trilling. De man, die mij bedrogen had en mijn jeugdigheid voorgoed verziekte, heeft het lef om nog geen vijf minuten later te appen dat hij het naar zijn zin heeft gehad. ‘Was gezellig Quinten..Vrijdag zie ik je…15.30u. Neem sportbroek mee..’ Voordat ik de kans krijg om te reageren komen zeker vijf naaktfoto’s op mijn scherm. Allemaal van mij. ‘Niet komen is niet zo aardig van je..Dan wort k ook niett zo aardig…’
Een rilling raast door mijn lichaam, gevolgd door inmiddels niet zulke stille tranen. Het liefst smijt ik mijn telefoon weg en verdwijn ik voorgoed. Ik weet ook niet wat ik erger vind: de pijn of het verraad? De pijn zal over een paar dagen minder zijn, maar het besef dat iemand in staat is om zo misbruik van mij te maken, zal voorgoed in het achterhoofd gegrafeerd staan.
Geënsceneerde foto Foto: Freepik
'Voordat ik de kans krijg om te reageren komen zeker vijf naaktfoto’s op mijn scherm. Allemaal van mij.'
Terwijl ik in paniek naar de kleedkamer van de sauna loop, bots ik tegen een jonge Aziatische jongen. Ik bied mijn excuses aan, maar voordat ik verder kan lopen probeert hij mijn hand te schudden. ‘Ik ben Henry. Ik heb je hier nog nooit gezien.’ Ik vertel dat ik hier voor het eerst ben en probeer mijn undercover actie niet gelijk weg te geven. Ik leg uit dat ik nieuwsgierig ben en als reactie grijpt de jongen tegenover mij, mij bij mijn geslachtsdeel. Ik schrik hevig en Henry dus ook. Gelijk zegt hij sorry en zegt hij dat hij de verkeerde signalen oppakte. We praten wat over en weer en met de seksuele spanning ver achter ons hebben we een goed gesprek. Hij besluit om mij een rondleiding te geven.
Ik moet toegeven, hij zou zo in een museum kunnen werken. Met hoeveel passie hij kan praten over de sekshokken, de darkrooms en de gloryholes kan hij alles interessant maken. Toch, waar we ook lopen, word ik aangeraakt door andere mannen. Sommigen per ongeluk, de meesten expres. Hoewel je duidelijk merkt dat ze het niet gewend zijn om afgewezen te worden, reageert iedereen respectvol. Voor het eerst in mijn leven ervaar ik dat een afwimpeling of een simpele nee voldoende is om niet geneukt te worden. Een gevoel van zelfbeschikking glijdt over mijzelf heen en terwijl ik nog steeds in shock ben door alle seksende mensen om mij heen, voel ik mij autonoom. Niemand is van plan om mij pijn te doen.
Henry vertelt mij dat hij hier komt om te ontspannen. Zijn familie heeft zijn geaardheid nooit geaccepteerd, maar hier kan hij zichzelf zijn. ‘Deze plek geeft mij zoveel meer dan dat ik had durven dromen. Ik kan naar mannen kijken zonder dat mijn familie mij verafschuwt!’ Terwijl hij het zegt zie ik zijn ogen naar beneden dwalen en zakt zijn postuur iets in. Het raakt hem dat hij niet zichzelf mag zijn. Hoewel verschillend, herkennen we onszelf in de ander. Na de uitgebreide tour besluit ik toch weg te willen. Ik stap de lounge uit en loop de kleedkamers binnen. Een man die van achter wil passeren tikt mij aan. Dit keer zonder spanning, draai ik mij om zodat hij erlang kan maar toch krijg ik de schrik van mijn leven. Ik kijk in blauwe ogen. Blauwe ogen waar je in zou willen zwemmen. Blauwe ogen die passen bij het gezicht van een man met een uiterst vriendelijke uitstraling. Ik moet twee keer knipperen om te beseffen dat hij het niet is die ik tegen het lijf loop, maar slechts iemand die er op lijkt. Hij glimlacht en loopt verder. Hij gaat verder met zijn leven. Ik besluit hetzelfde te doen.
Quinten Bol
