Voor het eerst in jaren klinkt onder de honderdduizenden jonge Hongaren in het buitenland weer iets door wat lang afwezig was: hoop. Na de verkiezingswinst van Péter Magyar kunnen sommigen zich weer een toekomst in Hongarije voorstellen. ‘De donkere wolken zijn weg.’
Wie in de weken voor de Hongaarse verkiezingen afgelopen april door Boedapest reed of liep, kon er lastig omheen: de campagneposters van Fidesz, de partij van oud-premier Viktor Orbán, waarop de Oekraïense president Volodymyr Zelensky en Brusselse politici als bedreiging voor Hongarije werden neergezet. ‘Aan Brussel: wij betalen niet!’, viel te lezen.
Maar de verkiezingen afgelopen april verdreven zowel Orbán als zijn campagneposters van het toneel, en in een enkel geval werden de campagneposters zelfs vervangen door een optimistische boodschap. ‘Het kan ook mooi zijn’, was na de verkiezingen met grote letters op een kleurrijke wand geschreven die eerst nog volgeplakt was met Fidesz-campagneposters.
‘Het is tekenend voor de sfeeromslag in het land en laat precies zien waarom ik weer overweeg om terug te keren naar Hongarije na mijn opleiding’, zegt Kata (21), een Hongaarse student uit Wenen, waar ze marketing studeert. Met zijn campagne joeg Orbán ‘haat, angst en verdeeldheid’ door de haarvaten van de Hongaarse samenleving, zag ze. ‘Onder Orbán sloot ik een terugkeer naar Hongarije uit. Nu niet meer.’
‘De donkere wolken zijn weg. De sfeer is zo anders, in heel Hongarije, en vooral in Boedapest’, merkte ze tijdens de twee keer dat ze terug was sinds de verkiezingen. ‘Vreemden durven weer een praatje met elkaar te maken, men is minder schichtig. In zo’n Hongarije zie ik mezelf wel weer wonen.’
De verkiezingswinst van Magyar heeft een vraag losgemaakt onder jonge, geëmigreerde Hongaren die lang niet aan de orde was: is terugkeren een optie?
Mooi huis, twee auto’s, twee vakanties
Kata behoort tot een generatie die Hongarije massaal de rug toekeerde. Er wonen zo’n 700.000 Hongaren buiten Hongarije. ‘Veel van hen vertrokken in de jaren na de EU-toetreding van Hongarije in 2004 en gedurende de tweede premierstermijn van Orbán sinds 2010. Het is dus niet zo dat jonge Hongaren pas begonnen te vertrekken sinds Orbán weer premier werd, de trend heeft zich toen enkel voortgezet’, zegt Gábor Lados, onderzoeker sociale geografie en migratie aan de ELTE Universiteit in Boedapest.
Van de Hongaren die afgelopen decennia emigreerden, is 85 procent jonger dan 40 jaar en heeft 33 procent minstens één diploma, vergeleken met 18 procent van de bevolking als geheel.
Lados onderzoekt al jaren waarom Hongaren vertrekken én waarom sommigen ook weer terugkeren. Hoewel politieke en sociale factoren meespeelden in het besluit te vertrekken, was de kwakkelende Hongaarse economie de voornaamste reden voor jonge Hongaren, zegt hij.
‘Voor veel jonge Hongaren was vertrekken een geplande strategie. Ze wisten dat het lastig zou worden om in Hongarije hun gedroomde toekomst op te bouwen met een mooi huis, twee auto’s en twee vakanties per jaar.’
Maar de redenen waarom jonge Hongaren vertrekken, zijn vaak niet de redenen waarom zij weer terugkeren. ‘Ze vertrekken meestal met een economisch motief, maar bij een eventuele terugkeer spelen familie, vrienden en identiteit een veel grotere rol’, aldus Lados.
Dat gaat in ieder geval op voor de Hongaarse studenten Miklós (19) en Gyula Szalai (22), zittend in de schaduw van de Hofburg in hun woonplaats Wenen. ‘Ik mis mijn vrienden en familie in Boedapest elke dag, het is best wel zwaar. Als ik terug zou gaan, doe ik dat vooral omdat ik hen mis’, vertelt Miklós. Eens per maand ruilt hij de schoongeveegde straten van Wenen in voor het rumoerige Boedapest, maar behalve in de zomer telkens voor slechts een paar dagen.

Gyula in gesprek met Miklós in de Burggarten in Wenen.
Ook Gyula mist zijn familie en vrienden elke dag, maar blijft voorlopig nog in Wenen. ‘Ik ben heel blij dat Magyar heeft gewonnen, of eigenlijk vooral dat Orbán heeft verloren, maar ik ga nu niet zomaar terug. Eerst wil ik mijn studie in Wenen afmaken, en daarna ga ik kijken hoe het ervoor staat in Hongarije. Ik vertrouw Magyar nog niet helemaal omdat hij vroeger bij Fidesz zat, maar ik hoop echt dat hij dingen kan verbeteren, want het liefst ga ik na mijn studie terug.’
Gyula studeert geschiedenis en wil later voor het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken gaan werken. ‘Maar alleen als de Hongaarse democratie weer goed functioneert en Hongarije weer helemaal meedoet in de EU.’
Niet perfect
Die voorzichtigheid klinkt door bij alle vier Hongaarse studenten die zijn gesproken voor dit verhaal. De verkiezingswinst heeft ze vooral hoop gegeven op verbeteringen in Hongarije. Is die hoop genoeg om terug te keren?
‘Hongarije hoeft niet perfect te zijn voor mij om terug te keren’, zegt Kata. ‘Maar er moeten wel een paar zichtbare verbeteringen zijn voordat ik terugkeer.’ Marci, die Kata ontmoette tijdens een evenement in Wenen rondom de Hongaarse uitslagenavond, vindt het vooral belangrijk dat de publieke omroep weer onafhankelijk gaat fungeren, want ‘die is bepalend voor de sfeer in het land. Het was een machine die verdeeldheid zaaide. Ik hoop dat ze nu voor meer verbinding in de samenleving gaan zorgen. ’
‘Het herstel van de democratie is voor mij heel belangrijk’, zegt Kata. ‘En economische vooruitgang ook. De Hongaarse economie is er echt slecht aan toe.’

Kata en Marci lopen door het Rathauspark in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen, waar ze beiden wonen.
De Hongaarse economie kampt met hardnekkige problemen. Dat heeft te maken met corruptie en bevroren EU-tegoeden – die Magyar weer probeert terug te krijgen -, maar ook het vertrek van de honderdduizenden Hongaren hielp de Hongaarse economie niet: de brain drain liet zijn sporen achter in Hongarije. Vooral de zorg en het onderwijs missen de vertrokken, hoogopgeleide Hongaren, zodanig dat sommige dorpen op het Hongaarse platteland al meer dan tien jaar geen vaste huisarts hebben en scholen moeten sluiten.
Voor de nieuwe premier Magyar, die een economische revitalisering van Hongarije belooft, is er veel aan gelegen de knappe koppen terug te halen. ‘De terugkeer van jonge, hoogopgeleide Hongaren kan een flinke impuls geven aan de Hongaarse economie. Want ze kunnen niet alleen vacatures invullen, maar brengen ook innovatiekracht en een internationaal netwerk met zich mee. Dat zal buitenlandse bedrijven stimuleren om in Hongarije te investeren’, zegt Lados.

Jonge Hongaren studeren, werken of kletsen in een koffietent in Boedapest.
De onafhankelijke Hongaarse danktank Egyensúly Intézet berekende dat een terugkeer van 10 procent van alle Hongaren in het buitenland, zo’n 80.000, in 2028 zou zorgen voor een groeioverschot van 0,02 tot 0,12 procentpunten van de Hongaarse economie. Bij een terugkeer van 33 procent zou het groeioverschot 0,06 tot 0,45 procentpunten bedragen.
Proces van jaren
Hoe groot de hoop op verbeteringen in Hongarije – in alle opzichten – ook is, voorlopig stellen de Hongaarse studenten hun keuze nog uit. Eerst willen ze hun studie afronden, dan pas gaan ze beslissen.
‘Politieke verandering kan hoop creëren, maar hoop alleen leidt zelden tot een terugkeer’, zegt Lados. ‘Mensen willen eerst zien dat veranderingen duurzaam zijn. Als veranderingen duurzaam blijken te zijn, kan ik me voorstellen dat er een grote groep terugkomt, maar dat zal pas over een paar jaar zijn.’
Volgens Lados is die afwachtende houding van de Hongaarse studenten typerend voor terugkeermigratie. ‘Tussen het moment waarop emigranten over een terugkeer naar hun thuisland gaan nadenken en het moment waarop zij daadwerkelijk terugverhuizen, zit vaak jaren.’
De eerste stap naar een terugkeer is dat mensen zichzelf weer een toekomst in Hongarije kunnen voorstellen, zegt Lados. Die eerste stap lijkt te zijn genomen door de jonge Hongaarse studenten.
‘Als ik zie dat het de goede kant op gaat met Hongarije, ga ik het proberen’, zegt Kata over een terugkeer na haar studie. Wanneer ze weer denkt aan de wand in Boedapest met de optimistische boodschap, denkt ze aan een land dat ‘na jaren van cynisme weer durft te hopen’. Voorlopig blijft ze in Wenen, maar anders dan een jaar geleden sluit ze een terugkeer naar Hongarije niet langer uit.
Kata en Marci wilden alleen met hun voornaam in het verhaal. Miklós is niet zijn echte naam. De volledige namen zijn bekend bij de redactie.