Achter een flat aan de Meeuwenlaan in Katwijk loopt een smalle steeg tussen de woningen door. Aan één kant staat een lange betonnen muur. Waar vroeger een groene, verweerde wand stond, ontvouwt zich nu een wereldreis in hout.
De tachtigjarige Katwijker legt zijn hand op het hout. De blauwe verf van de zee komt hier en daar een beetje los, verweerd door weer en wind, maar de contouren van de Tafelberg zijn nog duidelijk zichtbaar. ‘Dat is Kaapstad’, zegt hij. Even kijkt hij niet naar de muur, maar ergens daarachter, alsof hij de haven opnieuw binnenvaart. ‘Een haven ziet er anders uit wanneer je haar niet als toerist binnenkomt, maar als zeeman. Niet vanaf een boulevard of uit een bus, maar vanaf het dek van een schip, na dagen of weken water om je heen.’
Een paar stappen verder staat New York. De Twin Towers staan er nog op, omdat Dirk de stad zo in zijn hoofd heeft bewaard. Niet zoals ze nu is, maar zoals hij haar zag. Alles aan die muur is meer dan hout. Kaapstad is niet alleen Kaapstad, maar de herinnering van een aankomst na weken op zee. New York is niet alleen een skyline, maar een wereldhaven die ooit Nieuw-Amsterdam heette. De Katwijkse loggers zijn niet alleen boten, maar het begin van zijn leven op zee.
Dirk loopt langzaam verder. De steeg is geen weg naar schuurtjes meer, maar een kaart van zijn bestaan. In een paar meter muur ligt een leven van varen, kijken, onthouden en maken besloten. Alles is met de hand uitgezaagd en geschilderd, maar Dirk praat niet over hout, hij praat over herinneringen.
Voor voorbijgangers is de muur een kunstwerk. Voor hem zijn het herinneringen.
Een leven dat groter werd dan Katwijk
Dirk groeide op in een tijd waarin de zee overal aanwezig was. Zijn vader had een klompenmakerij in de Hoogstraat. Vanuit het centrum van Katwijk zag hij dagelijks vissers vertrekken. Schepen bepaalden het ritme van het dorp. Vrijwel iedere familie had wel iemand die voer. ‘Iedereen ging varen in Katwijk’, vertelt Dirk. ‘Schepen waren niet alleen werk, maar ook onderdeel van de identiteit van de gemeenschap.’ Zodra het gesprek op varen komt, schuift Dirk naar het puntje van zijn stoel. Zijn handen maken de beweging van een schip dat een haven binnenvaart. Zijn ogen beginnen te glimmen, zijn stem wordt luider en de verhalen volgen elkaar steeds sneller op. De 83-jarige Katwijker praat niet als iemand die vroeger heeft gevaren. Hij praat als iemand die eigenlijk nog steeds op zee zit. ‘Ik zou zo weer gaan varen’, zegt hij. ‘Het is het mooiste wat er is.’
De visserij bracht hem uiteindelijk naar de koopvaardij. Daar ontdekte hij iets wat hem nooit meer losliet: de wereld. Tijdens het gesprek springt hij moeiteloos van Kaapstad naar Sydney, van Rotterdam naar New York en van Rio de Janeiro naar het Kanaal. Het lijkt alsof hij niet terugdenkt, maar alsof hij er nog steeds is. Bij iedere plek weet hij nog wat hij zag en bij iedere haven hoort een verhaal.


Een boek van hout
Zijn vrouw Clazien ziet dat al hun hele leven. Vanuit de woonkamer heeft ze jarenlang kunnen zien hoe haar man verdween in zijn projecten. Eerst een schip, dan een haven, dan weer een nieuwe herinnering die gelijk gemaakt moest worden. Volgens haar zou Dirk gemakkelijk een boek kunnen schrijven over alles wat hij heeft meegemaakt, ‘verhalen heeft hij genoeg’. Toch kwam dat boek er nooit. ‘Schrijven past niet bij hem, Dirk werkt liever met zijn handen. Hij kan niet stilzitten.’
Dat blijkt ook uit de manier waarop zijn kunstwerken ontstaan. Wanneer hij aan een project begint, verdwijnt hij soms dagenlang in zijn werkplaats. Voor een groot kunstwerk dat uiteindelijk een plek kreeg in het Katwijks Museum werkte hij meer dan 1100 uur. ‘Soms zag ik hem hele dagen niet’, vertelt Clazien. De opmerking wordt lachend gemaakt, maar zegt veel over zijn karakter. Dirk lijkt niet in staat om iets half te doen. Dat gold vroeger voor het varen en nu voor het maken.
Toch noemt hij zichzelf geen kunstenaar. Dat woord vindt hij veel te groot. Zijn kunstwerken ontstonden bovendien niet vanuit een artistieke ambitie, hij vond de muur achter zijn huis gewoon heel lelijk en besloot daar wat aan te doen. Dat maakt zijn werk bijzonder. Niet omdat het technisch perfect is. Integendeel. Dirk maakt alles uit zijn hoofd. Soms ontbreekt er een detail: een bergtop hier, een mast daar. ‘Ik noem het impressionistisch’, zegt hij met een brede grijns.
Maar niet iedereen ziet zijn werk als ‘zomaar een hobby’. Een deel van zijn kunst kreeg een plek in de tentoonstelling Varen voor Vrijheid in het Katwijks Museum. De expositie vertelt het verhaal van Nederlandse koopvaardijbemanningen tijdens de Tweede Wereldoorlog: mannen die jarenlang onder gevaarlijke omstandigheden bleven varen, terwijl hun rol in de geschiedenis vaak minder zichtbaar is gebleven. Een geschiedenis die volgens voorzitter Jaap Haasnoot vaak onderbelicht blijft. ‘Juist daarom zijn mensen zoals Dirk belangrijk. Niet alleen omdat zij de zee hebben meegemaakt, maar omdat zij de verhalen erachter blijven vertellen.’
Dat gevoel van verbondenheid met de zee herkent ook vriend en oud-zeeman Dirk Boesaard. Ook hij komt uit Katwijk en werkte jarenlang op zee. Wanneer hem wordt gevraagd wat varen voor hem betekende, hoeft hij niet lang na te denken. ‘Varen is het mooiste wat er is,’ zegt hij. ‘Iedereen zou het moeten doen.’ Het is een uitspraak die bijna letterlijk uit de mond van Dirk de Jong had kunnen komen. Beide mannen horen bij een generatie voor wie de zee niet alleen werk bood, maar een manier van leven was. Een tijd waarin schepen het straatbeeld bepaalden, gezinnen leefden volgens het ritme van de visserij en verhalen over zee vanzelf werden doorgegeven.
Die wereld is veranderd. Tijdens het gesprek keert Dirk meerdere keren terug naar wat verdwenen is. De schepen waarop Dirk opgroeide, liggen niet meer in de haven. Veel zijn verkocht, gesloopt of vervangen. Waar vroeger vissers het straatbeeld bepaalden, lopen nu toeristen richting het strand. ‘Er is helemaal niets meer over van die trotse Hollandse vloot’, zegt hij op een van de weinige momenten waarop zijn stem zachter wordt. Het klinkt niet verbitterd. Het is eerder een constatering van iemand die zijn hele leven heeft gezien hoe een vertrouwde wereld langzaam kleiner werd. Waar vroeger vrijwel iedere Katwijker wel een band had met de visserij of de koopvaardij, is die verbondenheid tegenwoordig minder vanzelfsprekend. Jongeren kiezen andere beroepen, schepen verdwijnen uit de havens en veel verhalen leven alleen nog voort in herinneringen.


Die trotse goede oude tijd
Misschien is dat ook de reden waarom Dirk blijft maken. Niet omdat hij zichzelf als kunstenaar ziet, en niet omdat hij erkenning zoekt, maar omdat sommige herinneringen volgens hem een plek verdienen buiten zijn hoofd. Wanneer hij langs zijn muur loopt, kijkt hij niet naar een verzameling houten afbeeldingen, hij ziet reizen, ontmoetingen en momenten die zijn leven hebben gevormd. Hij ziet de schepen waarop hij voer. De havens waar hij aankwam. De wereld die hij ontdekte.
Zijn kunstwerk draagt niet voor niets de titel Die Trotse Goede Oude Tijd. Dat klinkt als nostalgie, maar daarvoor kijkt Dirk eigenlijk te nieuwsgierig naar de wereld. Hij verlangt niet terug naar vroeger omdat vroeger beter was. Hij wil vooral voorkomen dat vergeten wordt wat er was. Daarin schuilt misschien ook de kracht van zijn werk.
Wie door de steeg loopt, ziet eerst kleur. Blauwe zeeën, rode scheepsrompen, witte vuurtorens. Pas wanneer Dirk begint te vertellen, worden het verhalen. Dan verandert Kaapstad in een herinnering aan een lange reis. Dan wordt een haringlogger een symbool voor het Katwijk van vroeger. Dan blijkt dat achter ieder stukje hout een levenservaring schuilgaat.
Clazien zegt dat haar man gemakkelijk een boek had kunnen schrijven. Misschien heeft ze gelijk. Alleen koos Dirk voor een andere vorm. Zijn levensverhaal staat niet op papier, het hangt aan een muur, voor iedereen die even stil wil blijven staan. En dat maakt hem zonder twijfel een verborgen kunstheld.