SvJ media

Selecteer Pagina

Diversiteit: de kern van goede journalistiek

Diversiteit: de kern van goede journalistiek

Zoe Papaikonomou

Diversiteit: de kern van goede journalistiek

Nieuws is nooit neutraal. Wie het maakt, bepaalt welke verhalen zichtbaar worden en welke verdwijnen. Als redacties niet divers zijn samengesteld, leidt dat tot hardnekkige vlekken in het nieuws. Een groot maatschappelijk probleem dat volgens onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou mede begint bij de opleiding van journalisten. 

door | 12 01 2026, 12:01 | SvJ in de praktijk

Onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou Foto: Rui Jun Luong

Papaikonomou onderzoekt al jaren hoe een gebrek aan diversiteit doorwerkt in de journalistiek. In haar boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’, dat ze schreef met Annebregt Dijkman, gebaseerd op interviews met meerdere journalisten, laat ze zien dat eenzijdige redacties structureel zorgen voor beperkte perspectieven en stereotiepe beeldvorming. Juist voor journalistiekstudenten zijn haar bevindingen relevant: zij worden opgeleid in een vak waarin nieuwsgierigheid naar andere bubbels essentieel is, maar nog lang niet vanzelfsprekend.

Structureel probleem, geen incident

Het gebrek aan diversiteit op redacties wordt geregeld afgedaan als het werk van ‘een paar rotte appels’, in plaats van als een structureel probleem. Papaikonomou ziet in haar onderzoek iets heel anders. Haar interviews tonen aan dat het probleem structureel is. Ervaringen met racisme, islamhaat of uitsluiting komen wijdverbreid voor. Deze ervaringen worden bovendien regelmatig geminimaliseerd. Tegelijkertijd keren ze consequent terug bij journalisten met verschillende etnische, culturele en religieuze achtergronden.

Deze patronen hebben directe gevolgen voor de journalistieke praktijk. Nieuwsselectie, framing en bronkeuze worden beïnvloed door wie er aan tafel zit tijdens redactievergaderingen. Verhalen die buiten de traditionele kaders vallen, verdwijnen vaak van de radar.

Een homogene werkelijkheid

Papaikonomou zag dit mechanisme al vroeg terug in haar eigen loopbaan. Als geboren en getogen Amsterdammer met een bi-culturele achtergrond ging ze na haar studie stagelopen bij AT5. Voor de camera’s oogde de zender een goede afspiegeling van de Amsterdamse bevolking met meerdere bi-culturele presentatoren, maar achter de schermen trof ze een vrijwel volledig witte redactie aan, grotendeels afkomstig uit dezelfde sociale klasse.

Wat zij daar meemaakte, blijkt geen uitzondering. In haar onderzoek beschrijven journalisten hoe redacties vaak homogeen zijn samengesteld, wat invloed heeft op welke verhalen als nieuwswaardig worden gezien. Journalisten met een migratieachtergrond worden regelmatig ingezet bij ‘probleemdossiers’ (rellen, criminaliteit, radicalisering) maar hun ideeën voor positieve of bredere verhalen verdwijnen sneller van tafel.

‘Onze verhalen vielen als eerste af als er iets geschrapt moest worden,’ vertelt ze. ‘De focus lag vaak op het negatieve.’ 

Wat staat er op het spel?

Volgens Papaikonomou raakt dit aan de kern van journalistieke kwaliteit. Een gebrek aan diversiteit betekent niet alleen dat groepen zich minder herkennen in het nieuws, maar ook dat verslaggeving inhoudelijk tekortschiet. Verhalen missen context, nuances gaan verloren en stereotypen liggen op de loer. Hierdoor ontstaat een eenzijdig wereldbeeld, dat kan bijdragen aan polarisatie en wantrouwen richting media, maar ook onder burgers onderling.

‘Juist in deze tijd, waarin fascisme en extreemrechts weer echt oprukken, is onafhankelijke en veelzijdige journalistiek van levensbelang,’ zegt ze.

Diversiteit ontbreekt ook nog vaak op journalistiekopleidingen. Foto: Freek van den Bergh 

De rol van opleidingen

Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij redacties, maar begint al eerder: op de opleiding. Journalistiekstudenten bewegen zich vaak binnen hun eigen vertrouwde bubbel, ziet ook Michiel Smis, docent Humanities aan de School voor Journalistiek.

‘Als we studenten vragen om iemand te interviewen die zo anders mogelijk is dan zijzelf, vinden velen dat spannend,’ zegt Smis. ‘Ze hebben weinig contact met andere bubbels. Dan wordt zichtbaar hoe beperkt dat netwerk soms is.’

Volgens hem is nieuwsgierigheid essentieel voor goed journalistiek werk. ‘Je mag overal je neus in steken. Dat is juist het mooie van dit vak.’ Tegelijkertijd ziet hij ook studenten die hun eigen achtergrond bewust inzetten om andere verhalen te maken. ‘Daar heb ik echt bewondering voor.   Dat is precies wat we willen stimuleren.’

Verandering kost energie

Papaikonomou begrijpt dat beginnende journalisten het spannend vinden om thema’s als inclusie en diversiteit aan te kaarten op redacties. Ze adviseert daarom strategisch te handelen. ‘Je hoeft niet meteen elke redactievergadering je mond hierover open te trekken,’ zegt ze lachend. ‘Zoek eerst bondgenoten en wees blij met kleine stappen.’

Daarnaast benadrukt ze het belang van zelfzorg. ‘Het kost veel energie om dit steeds te moeten benoemen. Pick your battles.’ Juist daarom is het belangrijk dat studenten al tijdens hun opleiding leren reflecteren op hun eigen positie, hun netwerk en hun hardnekkige vlekken, zodat die last later niet alleen op hun schouders terechtkomt.

Juist nú

Als journalistiekopleidingen toekomstbestendige journalisten willen afleveren, moeten ze erkennen dat diversiteit geen ‘extraatje’ is, maar een basisvoorwaarde voor goede journalistiek. Zonder verschillende perspectieven blijft het nieuws eenzijdig en worden grote delen van de samenleving structureel over het hoofd gezien.

Zoals Papaikonomou laat zien, begint verandering niet pas op de redactie, maar al bij het leren herkennen van je eigen bubbel en het besluit om daar bewust uit te stappen. Voor journalistiekstudenten is dat geen vrijblijvende keuze, maar een professionele verantwoordelijkheid.

Over de auteur

Femke Vogels

Mijn naam is Femke Vogels en ik ben al een tijdje bezig binnen de journalistiek en de media!! In de afgelopen jaren heb ik veel ervaring op mogen doen. Ik heb mijn kennis en ervaringen kunnen verbreden in het schrijven van teksten, het doen van onderzoeken en het maken van merkanalyses. Ook heb ik veel praktijkgerichte onderdelen mogen beoefenen, zoals het maken van videos en fotografie. Ik heb door de jaren heen met stages en school, maar ook hierbuiten veel mooie opdrachten mogen maken. Daardoor heb ik dan ook mijn journalistieke eigenschappen flink kunnen ontwikkelen. Kortom; ik heb al veel ervaring maar er is altijd ruimte voor meer kennis en praktijk waarin ik nog meer kom te weten, kan doen én durf te doen. Ik hoop dit allemaal te kunnen bereiken in mijn eerste jaren als beginnend journalist aan de Hogeschool Utrecht.