SvJ media

Selecteer Pagina

SvJ-alumnus Tom-Jan Meeus schetst zijn studietijd: ‘Rare vogels, creatievelingen, cocaïneverslaafden, je had alles’

SvJ-alumnus Tom-Jan Meeus schetst zijn studietijd: ‘Rare vogels, creatievelingen, cocaïneverslaafden, je had alles’

SvJ-alumnus Tom-Jan Meeus schetst zijn studietijd: ‘Rare vogels, creatievelingen, cocaïneverslaafden, je had alles’

SvJ-alumnus Tom-Jan Meeus begon als lokaal correspondent voor een regionaal dagblad, vond zijn weg naar de Haagse politiek en beleefde ook nog avonturen als correspondent in de Verenigde Staten. Zijn opleiding aan de School voor de Journalistiek, in de jaren tachtig een heel andere wereld dan nu, was zijn duikplank naar wat hij zou worden: een van de meest gezaghebbende politieke journalisten van Nederland. Hoe word je dat eigenlijk? 

door | 3 07 2026, 20:07 | SvJ in de praktijk, Uitgelicht

Tom-Jan Meeus  Foto: Lumen Heijdendael

 

‘Ik was zeker geen briljante leerling,’ zegt Tom-Jan Meeus zelf over zijn middelbareschooltijd. Toch is hij in zijn laatste jaar op de havo al lokaal correspondent voor het regionale dagblad in de streek waar hij woont, Brabant. Dat heet nu BN De Stem, toen nog De Stem. Hij doet er alles: het 25-jarig jubileum van de kleuterschool, de judokampioen, de duivenmelkers. ‘Dat vond ik achteraf een enorm goede leerschool.’ 

Wie denkt dat die ervaring hem rechtstreeks naar de School voor de Journalistiek in Utrecht leidt, heeft het mis. Tussen de havo en de opleiding zit een paar jaar, want Tom-Jan wordt meerdere keren uitgeloot. De toelatingskans is destijds zoiets als tien procent. ‘Dat was ook heftig.’ Er bestaat echter een uitzondering: op grond van journalistieke ervaring kun je automatisch worden aangenomen. Na een paar jaar als correspondent probeert hij dat, en zo komt hij alsnog binnen. 

Op de school zelf blijkt zijn praktijkervaring meteen een voorsprong. ‘Ik was een heel verlegen mannetje en een zoekende ziel, zoals je dat bent op die leeftijd. Maar het vak had ik door dat werk snel in de vingers.’ Veel van de vakken die gegeven worden, vindt hij al snel niet zo zwaar te nemen. ‘Ik liep gewoon voor, door die ervaring.’ In de grote stad voelt hij zich allerminst op zijn gemak; hij raakt op de fiets voortdurend de weg kwijt. De opleiding zelf vindt hij vooral leuk om de mensen: ‘Allerlei interessante figuren, rare vogels, creatievelingen, cocaïneverslaafden, je had alles.’ 

Vraag en aanbod, zonder toetsen

De School voor de Journalistiek werkt in die tijd, begin jaren tachtig, volgens een systeem dat ‘vraag en aanbod’ heet. Op een paar verplichte vakken na, zoals journalistieke vaardigheden, mogen studenten zelf kiezen uit cursussen die docenten aanbieden. Dat varieert van de wereldwijde oliemarkt tot de ontwikkeling van de Oost-Duitse film. ‘Extreem breed, het had soms ook iets absurds.’ Er zijn geen overgangstoetsen, dus iedereen gaat automatisch door, tot het examen aan het eind van het derde jaar. Dan komt er ook rijkstoezicht: beoordelaars van buiten controleren of een kandidaat aan de basale journalistieke kwaliteiten voldoet. ‘Ik kan me uit die tijd herinneren dat je echt allerlei verhalen hoorde van mensen die tot hun eigen stomme verbazing zakten.’ 

Op de opleiding valt Tom-Jan in eerste instantie niet meteen op als hoogvlieger: hij wordt zelfs afgewezen voor de stageplek die hij eigenlijk wilde, en komt terecht bij de Haagse Courant. Een deel van die stage bestaat uit lokale journalistiek in Gouda. ‘Dat was heel leuk,’ zegt hij erover. Pas in de laatste anderhalve maand van zijn stage belandt hij op de parlementaire redactie. ‘Dat heeft mijn verdere loopbaan bepaald.’ Hij ontmoet er twee collega’s die zijn pad blijvend zullen kruisen. 

Tom-Jan had altijd al oog voor de politiek. ‘In het begin vond ik het gewoon fascinerend om in de Tweede Kamer te zijn en alles te kunnen volgen. Voor mij was dat de wereld van de televisie die ik van nabij kon waarderen.’ Waarom hem dat zo aansprak, kan hij niet helemaal verklaren: ‘Ik had een grote politieke interesse. Ik weet eigenlijk niet meer waarom.’ Wel blijkt hij er onverwacht goed in: ‘Ik bleek in staat om daar rond te lopen en te snappen wat er gaande was. Op de ene of andere manier had ik daar aandacht voor.’ Hij krijgt gunstige stagebeoordelingen van de redactie, en dat wordt de basis voor zijn vertrek: halverwege zijn derde jaar gaat hij van school af, omdat hij een baan heeft bij het katholieke weekblad De Tijd. 

Pas jaren later, als hij definitief weggaat, biedt de directeur van de school hem alsnog een diploma aan: in ruil voor zijn gepubliceerde artikelen en een visiestuk over journalistiek. ‘Je moest een visie op de journalistiek schrijven, en een serie artikelen.’ Voor wie schrijvende journalistiek deed was dat de norm op de school, legt hij uit, want schrijvende en tv-journalistiek waren destijds streng van elkaar gescheiden opleidingen. ‘Dat heb ik gedaan. Dus ik heb uiteindelijk mijn diploma gekregen. Dat was natuurlijk wel heel soepel, voor die tijd.’ 

Van weekblad naar NRC 

Bij De Tijd, een progressief-christelijk weekblad waar de politieke redactie destijds uit slechts twee mensen bestaat, doet Tom-Jan eerst een jaar of vier politieke verslaggeving, en gaat daarna onderzoeksjournalistiek doen. ‘Ik ben echt van de Watergate-generatie.’ Schrijvende journalistiek en tv-journalistiek zijn op de opleiding destijds strikt gescheiden werelden, en voor Tom-Jan is de keuze voor het schrijven nooit een vraag geweest; uitstapjes richting televisie heeft hij weleens overwogen, maar de gedachte aan cameramensen die op de loer liggen bij een goed interview stond hem tegen. 

De overstap naar NRC Handelsblad komt er via een oud-collega van de Haagsche Courant, die inmiddels redactiechef is van de krant, destijds de eerste in Nederland die zich specifiek op onderzoeksjournalistiek richt. Tom-Jan had eerder al laten weten dat hij daar belangstelling voor had. Als er een vacature ontstaat, wordt hij gevraagd. ‘Zo is het gegaan.’ 

Wat hem aantrekt in NRC, legt hij uit, heeft alles te maken met een onderscheid dat hij al rondlopend in de journalistiek had leren zien. ‘Als je een tijdje rondloopt in de journalistiek, zeker ook bij de Haagsche Courant, dan heb je journalistieke soorten en maten. Je hebt de echte, harde, invloedrijke journalistiek: de nieuwsmakers, die het verhaal van de dag brengen, waar iedereen het over heeft. Dat is vooral de tv: NOS natuurlijk, en RTL Nieuws.’ Maar wie in Den Haag rondloopt, ziet volgens hem ook de andere kant. ‘Dat was mijn interpretatie ervan, ik weet niet of het allemaal juist was, maar dan zag ik heel vaak dat dat maar een deel van de werkelijkheid is die ze daar belichten.’ 

Bij NRC verandert dat voor hem. ‘Toen had ik bij NRC gewerkt, en dan had je meer tijd, dan had je maanden tijd voor een stuk. En dan merk je ook wel dat de dingen gelaagd in elkaar zitten.’ Die ervaring kleurt ook hoe hij zelf naar de krant ging kijken. ‘Als je dan de kranten las, met mijn eigen ervaring, ik was een piepjong mannetje, ik durfde die Kamerleden nog niet aan te spreken, dus ik wil niet pretenderen dat ik de waarheid in pacht had. Maar ik had op basis van mijn eigen ervaring al heel snel de hoogste waardering voor twee kranten: Trouw en NRC. En die kranten word je dan trouw aan.’ Wat die twee kranten voor hem onderscheidde, was niet de snelheid van het nieuws maar de manier waarop ze ermee omgingen. ‘Dat was omdat die twee kranten in mijn beleving het meeste recht deden aan de gelaagdheid van de feiten. Dus die niet alleen kickten op het laatste nieuws van dit en dat, maar die het probeerden in een evenwichtig perspectief te zetten.’ 

Half jaar onderweg door Amerika 

Jaren later wordt Tom-Jan correspondent voor NRC in de Verenigde Staten, van 2005 tot 2011. Hij maakt er de slepende voorverkiezingsstrijd tussen Obama en Clinton mee, in 2008. ‘Dat was een waanzinnige tijd.’ Met een vrijwel onbeperkt reisbudget reist hij een groot deel van de Amerikaanse staten af, een half jaar lang. ‘Dat was nog echt de tijd dat de journalistiek financieel voortreffelijk in de slappe was zat, de advertentie-inkomsten werden nog niet afgeroomd door Google en Meta.’ Tegen het einde van zijn reizen is hij een bekend gezicht geworden voor de mensen die hij volgt. 

De verkiezing van Obama slaat in Nederland enorm aan. ‘De leescijfers gingen door het dak, die heb ik ook nooit meer gehad.’ Voor Tom-Jan zelf is het een dubbelzinnige ervaring. ‘Ik dacht al: dit is de meest linkse senator van Amerika die president wordt, dus dit gaat een backlash opleveren.’ Hij ziet de Tea Party ontstaan, al direct in 2009, en in 2011 hoort hij Donald Trump, dan nog vooral bekend als vastgoedondernemer en tv-ster, een ontkrachte leugen herhalen: dat Obama geen Amerikaan zou zijn. Een ruime meerderheid van de Republikeinse kiezers gelooft het. ‘Dat was voor mij het moment dat ik dacht: dit kan dus ook, zoals de meest linkse senator gekozen kan worden, kan ook de meest rechtse Republikein gekozen worden.’ 

Terug in Nederland schrijft hij er een boek over, dat in 2012 verschijnt. ‘De intrinsieke zwakte van de Amerikaanse democratie.’ Onderzoeken laten volgens hem zien dat minder dan tien procent van de Amerikaanse kiezers bereid is op een goede kandidaat van de andere partij te stemmen. ‘Dat stelsel is zo uit elkaar gevallen dat het systeem niet meer houdt.’ 

Van typemachine naar AI 

Tom-Jan zag de journalistiek technologisch veranderen, van typemachine naar laptop naar internet. Bij De Tijd stonden er maar twee laptops op de redactie; bij NRC werkte hij al vroeg met een Mac, en wie op pad ging kreeg een redactielaptop mee. Pas met zoekmachines als AltaVista en, vanaf 1995, Google kreeg het internet voor hem echte journalistieke betekenis. ‘Die overgang gaf een enorm optimisme. Wij geloofden nog in het idee van spreiding van kennis: als je kennis verspreidt, wordt alles beter.’ Pas later bleek dat te veel verspreide kennis mensen juist overweldigt, en ze op zoek doet gaan naar eigen feiten. 

Over AI is hij minder zeker. ‘Water zoekt het laagste punt op. De onderhandelingspositie van de schrijvende journalist tegenover de uitgever wordt door AI extreem verzwakt.’ Basaal feiten verslaan kan AI volgens hem straks gewoon overnemen, maar over het hoogste niveau van het vak is hij minder somber, om drie redenen. 

Allereerst moet de journalist ‘durven zichzelf te laten zien’ en persoonlijkheid tonen. Daarnaast hebben mensen, in de veelheid van informatie, behoefte aan ‘integere, evenwichtige en diepgravende analyse, op feiten gebaseerd en controleerbaar. Ik denk niet dat AI dat kan leren.’ Tot slot noemt hij een ondernemer die truien bewust niet online verkoopt om ze exclusief te houden — iets wat volgens Tom-Jan ook voor journalistiek geldt. Hem houdt vooral het gevoel bij mensen online bezig: ‘bedrogen worden, gemanipuleerd op sociale media, overgeleverd aan een algoritme. Dat gif is niet duurzaam.’ 

Hoe snel dat kan omslaan, illustreert hij met een podcast waarin de Google-topman, gevraagd naar de gedaalde publieke waardering voor AI, alleen ‘ingestudeerde dooddoeners’ gaf: ‘Allemaal gelul.’ Zo’n laag cijfer ziet hij als teken dat het politieke tij snel kan keren: ‘Alleen de democratie kan een einde maken aan de periode in de VS waarin regulering van AI taboe is’. Al weet hij niet of en wanneer

 

Over de auteur

Lumen Heijdendael

Lumen Heijdendael is student aan de Hogeschool van Journalistiek in Utrecht en heeft een passie voor storytelling in al zijn vormen. Of het nu gaat om diepgaande interviews, nieuwsberichten of creatieve audioproducties, Lumen wilt verhalen brengen die de lezer of luisteraar raken. Hij heeft een brede interesse in maatschappelijke thema’s en internationale ontwikkelingen, maar altijd met oog voor het menselijke verhaal. Met ervaring in het schrijven van artikelen voor platforms zoals RockstarIntel.com, waar zijn werk al duizenden lezers heeft bereikt, en een nieuwsgierige blik op innovatieve journalistieke technieken, combineert Lumen vakmanschap met een frisse visie op het journalistieke werkveld. Zijn doel? Verhalen maken die niet alleen informeren, maar ook inspireren. Heb je een nieuwstip? E-mail dan naar: Lumen.heijdendael@student.hu.nl