Kaysha maakt SLOW-Productie op Curaçao: ‘Ik denk dat ik de journalistiek daar naar een hoger niveau kan tillen’
Op onderzoek uitgaan, vragen stellen aan interessante bronnen en beeldmateriaal maken van witte stranden en kristalhelder water. En dat allemaal onder de Caribische zon. Voor veel journalisten klinkt het als een droom, en voor Kaysha werd het heel even werkelijkheid. Tijdens haar SLOW-periode ging ze namelijk terug naar haar familie op Curaçao om daar een productie te maken over toerisme op het Caribische eiland met het WK Voetbal op komst. Kaysha hoopt dat haar artikel het begin is van een nog lange journalistieke carrière in het Caribisch gebied.
Kaysha op Curaçao Foto: Kaysha Granviel
Hoe kwam je op het idee je SLOW-productie te maken op Curaçao?
‘Ik ben zelf geboren en opgegroeid op Curaçao en naar Nederland gekomen voor mijn studie, al mijn familie woont er nog steeds. Ik woon nu twee jaar in Nederland, maar mijn doel is om ooit weer terug te gaan naar het eiland om daar als journalist aan het werk te gaan. Er is nu zoveel aandacht voor het eiland door het WK Voetbal, dat levert veel gemengde reacties op bij de lokale bevolking. Het leek mij daarom een perfect moment om nu een productie over Curaçao te maken.’
Kon je het ook gelijk combineren met een familiebezoekje?
‘Ja precies! Het was in de decemberperiode, dus het was ook gewoon heel handig. Maar het was goed om daar te zijn tijdens het maken van de productie, dan voel je de cultuur echt beter aan.’
Voel jij je als journalist op Curaçao meer thuis dan in Nederland?
‘Ja, ik denk van wel. Ik kan daar beter met mensen communiceren. We spreken daar Papiaments, de moedertaal van het eiland, en dat is voor mij gewoon heel natuurlijk. Dat is de taal die ik mijn hele leven heb gesproken en nog steeds spreek met mijn familie. Ik merk aan mezelf dat ik mij beter kan uiten en de gesprekken makkelijker gaan.
Welke verschillen merk je tussen Curaçao en Nederland in het benaderen van mensen en bronnen?
‘In Curaçao is het veel moeilijker. E-mails sturen, daar kom je op het eiland niet ver mee, die lezen ze gewoon niet. Als ik dat toch wel eens doe dan zet ik expres mijn deadline altijd twee weken eerder erbij anders weet ik dat ik nooit op tijd een antwoord krijg. Op een gegeven moment kreeg ik zolang geen antwoord dat ik mijn moeder zelfs heb laten bellen naar dat bedrijf, die gooide de druk er een beetje op. Op het eiland wordt vaak gezegd: ‘jongeren gaan naar Nederland voor hun studie en komen nooit meer terug om iets bij te dragen.’ Mijn moeder zei toen tegen dat bedrijf dat ze met mij eindelijk een jongere hadden die iets voor Curaçao wilde doen. Dat hielp, ik kreeg gelijk antwoord!’
Hoe zou je de staat van de journalistiek op Curaçao beschrijven?
‘De mensen hier zijn kritische journalistiek denk ik niet zo gewend. De politiek plaatst uitsluitend reacties op sociale media, maar komen nooit in contact met de media om kritische vragen te vermijden. Toen ik laatst sprak met Dick Drayer (NOS-correspondent voor het Caribisch gebied) zei hij ook dat het moeilijk is om eerlijke en kritische verhalen te maken als journalist. Iedereen kent elkaar op het eiland, het is moeilijk om over je buurman of nicht iets vervelends te schrijven. Er zit wel een vooruitgang in, maar van mij mag het nog kritischer.’
Zelf schrijf je dat jij een ‘uniek perspectief kan bieden aan de journalistiek op Curaçao’. Hoe gaat dat unieke perspectief zich uiten?
‘Veel journalisten op het eiland hebben geen journalistiek gestudeerd. Er wordt veel geschreven op basis van speculaties en roddels. Omdat ik nu wel een gedegen journalistieke achtergrond creëer, leer over de kernwaarden en alle ervaring die ik hier in Nederland op doe, denk ik dat ik de journalistiek daar naar een hoger niveau kan tillen. Omdat ik er vandaan kom, de taal spreek, de cultuur ken en weet hoe je met de bevolking moet omgaan heb ik denk ik een voordeel ten opzichte van anderen. Ik weet hoe je mensen hier moet benaderen om mee te werken. Nederlanders zijn veel directer dan de bevolking op Curaçao. Die moet je wat zachter en geduldiger behandelen voordat ze wat gaan zeggen.’
Heb je veel reacties gekregen op je stuk over het toerisme door het WK Voetbal?
‘Ja zeker! Mijn stuk staat op Curaçao.nu, een groot medium van het eiland. Normaal gesproken krijgt een artikel daar binnen twee weken ongeveer 10.000 lezers, maar die van mij binnen twee dagen. Op facebook kreeg het honderden reacties, positieve en negatieve. Dat was voor mij ook even wennen, dat je ineens meningen en zelfs Facebook-ruzies met je artikel uitlokt. Het schrijven vanuit verschillende perspectieven en meerdere kanten van een verhaal laten horen in één artikel zijn ze op Curaçao niet echt gewend.’
Een begin van een mooie carrière?
‘Ik hoop buitenland correspondent te worden voor het Caribisch gebied. Daarnaast wil ik ooit mijn eigen medium op te richten voor op Curaçao. Dat zijn mijn dromen! Eerst maar eens het volgende SLOW-project afronden.’
